Een jaar na Assad: Wat de val van het Syrische regime betekende voor de Koerden
Deze analyse is geschreven door: Ahmed Khoshnaw
Toen het Syrische regime onder Bashar al-Assad op 8 november 2024 definitief instortte na jaren van burgeroorlog, sancties, economische ineenstorting en binnenlandse druk, was het Midden-Oosten opnieuw in beweging. Wat begon als protesten in 2011 tegen dictatuur en corruptie, eindigde dertien jaar later in een historische machtsverschuiving. Voor de Koerden in Syrië, verenigd in het autonome bestuur van Rojava (ook wel de Democratische Federatie van Noord- en Oost-Syrië), betekende dit een geopolitieke aardverschuiving.
Chronologie van een onzekere opmars
In de directe nasleep van Assads val grepen diverse groeperingen hun kans. Terwijl in Damascus Arabische oppositiepartijen en islamistische milities elkaar bevochten om de machtsvacature, wist het Koerdische zelfbestuur in Qamishlo, Kobani en Hasakah haar positie uit te breiden. De Syrisch-Koerdische YPG en de bredere SDF namen strategische olievelden in Deir ez-Zor volledig over, evenals cruciale dammen langs de Eufraat.
Tegelijkertijd trok het Amerikaanse leger zich versneld terug uit de regio, conform de afspraken met de nieuwe transitieregering in Damascus. Hierdoor kwamen Koerdische gebieden politiek geïsoleerd te staan, zonder formele bescherming van Washington. De Koerdische diplomatie probeerde snel bruggen te bouwen met Europa, Rusland en de VN, maar zonder blijvende garanties.
Turkije ruikt haar kans
De grootste dreiging kwam echter uit het noorden. Turkije, al jarenlang fel gekant tegen de Koerdische autonome gebieden aan haar zuidgrens, zag de chaos als een kans om haar invloed uit te breiden. Ankara begon grootschalige troepenverplaatsingen richting Manbij, Ain Issa en Tal Rifaat. De Turkse president verklaarde publiekelijk dat de “PKK-structuren” in Syrië nu militair geëlimineerd moesten worden, voordat ze zich konden vestigen als een de facto Koerdische staat.
Koerdische leiders zoals Ilham Ahmed en Mazloum Abdi deden herhaalde oproepen tot internationale interventie. In een interview met France24 stelde Abdi: “De val van Assad is voor Syrië een kans op democratie, maar zonder bescherming dreigt voor ons een nieuwe genocide.”
Interne verdeeldheid groeit
Ook intern groeide de druk. Arabische stammen in Raqqa en Deir ez-Zor kwamen opnieuw in opstand tegen de Koerdisch-geleide administratie, mede gevoed door Turkse propaganda en financiële steun. Pogingen tot nieuwe sociale contracten en machtsdeling liepen vast. Binnen de Koerdische beweging ontstond discussie over de toekomststrategie: vasthouden aan autonomie, of onderhandelen met Damascus 2.0 voor federale erkenning?
Een onzekere toekomst
Een jaar na de val van Assad is de situatie allesbehalve stabiel. Koerden hebben hun grondgebied behouden, maar staan onder constante druk van Turkse aanvallen, Arabische onvrede, economische crisis en internationale isolatie. De nieuwe transitieregering in Damascus, onder leiding van Ahmed al-Sharaa, heeft weinig oog voor Koerdische zelfbeschikking en wil de territoriale eenheid van Syrië herstellen.
Toch blijven er kansen. Koerdische vrouwenorganisaties, civiele raden en jeugdbewegingen bouwen verder aan lokale democratie. Rojava blijft een uniek model in de regio, al staat het model voortdurend onder vuur. De toekomst van de Koerden in Syrië hangt af van één vraag: zullen de internationale machten opnieuw wegkijken, of erkennen ze eindelijk het Koerdische project als legitiem alternatief in een post-Assad Syrië?
Slotbeschouwing
De val van Assad was een historisch moment dat kansen én gevaren bracht voor de Syrisch-Koerdische zaak. De regio bevindt zich op een kantelpunt: tussen verdere marginalisatie of volwaardige erkenning. Wat duidelijk is, is dat de Koerden opnieuw alleen lijken te staan, ondanks jarenlange samenwerking met de internationale coalitie tegen ISIS. Maar als één volk gewend is aan strijd, zelfbestuur en volharding, dan zijn het de Koerden van Rojava.

