Wat schuilt er achter de innige vriendschap tussen Trump en Erdoğan?

Donald Trump noemde Recep Tayyip Erdoğan deze week opnieuw een goede vriend en omschreef hem als een “tough cookie”.
Donald Trump koos gisteren in New York opvallend warme woorden voor de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan. Tijdens een bijeenkomst met leiders uit het Midden-Oosten wees Trump naar Erdoğan en noemde hem zijn vriend en een “tough cookie”. Vervolgens waarschuwde hij de andere aanwezigen op luchtige toon: “Don’t mess around with him.” Even later omschreef hij Erdoğan als een “fantastic guy”.
Op zichzelf zouden dergelijke uitspraken kunnen worden afgedaan als typische Trump-retoriek. Maar bij Erdoğan is er inmiddels sprake van een patroon dat bijna tien jaar teruggaat. Trump spreekt regelmatig met opvallend veel respect over de Turkse president. Erdoğan doet hetzelfde richting Trump. Zelfs wanneer Washington en Ankara fundamenteel tegenover elkaar stonden, bleef de persoonlijke relatie tussen beide presidenten opmerkelijk intact.
Daarom is de interessantste vraag niet óf Trump en Erdoğan elkaar mogen.
De vraag is waarom deze relatie zo goed functioneert, terwijl Turkije en de Verenigde Staten tegelijkertijd jarenlang conflicten hebben gehad over Rusland, wapenaankopen, Syrië, de Koerden, Israël en verschillende andere dossiers.
En voor Koerden is er nog een belangrijkere vraag: hoeveel politieke gevolgen kan die persoonlijke relatie uiteindelijk krijgen?
Trump zegt zelf waarom hij Erdoğan waardeert
Een deel van het antwoord geeft Trump eigenlijk zelf.
Tijdens de NAVO-top in Ankara afgelopen juli kreeg hij rechtstreeks de vraag waarom zijn relatie met Erdoğan zo bijzonder is. Trump antwoordde dat sommige mensen elkaar simpelweg liggen en anderen niet. Vervolgens maakte hij duidelijk dat hij respect heeft voor wat hij als sterke en moeilijke leiders beschouwt. Over Erdoğan zei hij dat zij vanaf hun eerste ontmoeting goed met elkaar konden opschieten.
Diezelfde gedachte kwam eerder al terug. Trump zei in 2025 openlijk dat hij naar eigen zeggen gemakkelijker omgaat met “tough people” dan met zwakkere leiders. Erdoğan noemde hij daarbij een oude vriend en een bijzonder krachtige leider. Hij vertelde zelfs dat andere NAVO-landen hem volgens hem inschakelden wanneer zij moeilijkheden hadden met Erdoğan, omdat Trump dacht de Turkse president persoonlijk beter te kunnen bereiken.
Dat geeft een belangrijke aanwijzing over de relatie.
Trump lijkt Erdoğan niet te waarderen omdat Turkije altijd hetzelfde beleid voert als Washington. Het tegenovergestelde is regelmatig gebeurd.
Hij lijkt juist respect te hebben voor het feit dat Erdoğan bereid is Turkse belangen hard te verdedigen, druk te weerstaan en zelfstandig beslissingen te nemen.
In Trumps manier van diplomatie hoeft een bondgenoot niet noodzakelijk gemakkelijk te zijn. Een leider kan juist aantrekkelijk zijn als onderhandelingspartner wanneer die macht bezit, controle heeft over zijn eigen positie en uiteindelijk een afspraak kan uitvoeren.
Laten we eerlijk zijn: Erdoğan voldoet aan dat profiel.
Twee presidenten die graag rechtstreeks zaken doen
Daar komt een tweede element bij: beiden hechten sterk aan persoonlijke diplomatie.
De relatie tussen Ankara en Washington loopt natuurlijk via ministeries, diplomaten, militaire structuren, inlichtingendiensten en het Amerikaanse Congres. Toch hebben Trump en Erdoğan herhaaldelijk geprobeerd gevoelige kwesties rechtstreeks tussen presidenten te bespreken.
Erdoğan vertelde vorig jaar dat telefoongesprekken tussen hem en Trump vrijwel altijd snel tot stand kwamen. Volgens hem reageerde de ene leider doorgaans binnen 24 uur wanneer de ander contact zocht. Sinds Trumps terugkeer naar het Witte Huis hebben de twee regelmatig gesproken over onder meer Syrië, Gaza en regionale veiligheid.
Zo werken beide presidenten wel ongeveer.
Erdoğan heeft gedurende zijn lange presidentschap de Turkse buitenlandse politiek steeds sterker rond het presidentschap georganiseerd. Trump heeft eveneens duidelijk gemaakt dat hij veel waarde hecht aan persoonlijke relaties tussen leiders en directe onderhandelingen.
Voor Ankara heeft zo’n directe lijn naar het Witte Huis grote waarde.
Wanneer Turkije een probleem heeft met het Amerikaanse Congres, het Pentagon of andere delen van het Amerikaanse staatsapparaat, kan een goede relatie met de president politieke ruimte creëren. Dat betekent niet dat Trump alle institutionele obstakels kan verwijderen, maar hij kan wel de richting van het debat veranderen.
Dat is de afgelopen jaren zichtbaar geweest.

Erdoğan heeft iets wat Trump belangrijk vindt: onderhandelingsmacht
Persoonlijke chemie alleen verklaart de relatie echter niet.
Turkije is voor Washington simpelweg te belangrijk om te negeren.
Het land beschikt over een van de grootste krijgsmachten binnen de NAVO en ligt geografisch op een uitzonderlijk strategisch punt tussen Europa, de Zwarte Zee, de Kaukasus en het Midden-Oosten. Het grenst aan Syrië, Irak en Iran, controleert de toegang tussen de Zwarte Zee en de Middellandse Zee en heeft bovendien een snel groeiende defensie-industrie.
In Syrië is het Turkse gewicht nog groter geworden.
Na de val van Bashar al-Assad groeide Ankara uit tot een van de belangrijkste buitenlandse partners van de nieuwe regering in Damascus. Turkije beschikt bovendien over militaire aanwezigheid, lokale relaties en economische invloed die de Verenigde Staten zelf niet willen of kunnen evenaren.
Dat sluit opvallend goed aan bij Trumps visie op het Midden-Oosten.
Trump probeert Amerikaanse militaire verplichtingen waar mogelijk te beperken en legt veel verantwoordelijkheid bij regionale staten. Een Turkije dat zelf veiligheid kan organiseren, invloed kan uitoefenen in Syrië en bereid is verantwoordelijkheid te dragen, kan binnen die visie aantrekkelijker worden.
De relatie is daardoor tegelijkertijd persoonlijk én strategisch.
Trump heeft Erdogan óók veel te bieden
Voor Erdoğan werkt dezelfde logica de andere kant op.
Een goede relatie met Trump kan concrete resultaten opleveren.
Turkije werd tijdens Trumps eerste ambtstermijn uit het F-35-programma gezet nadat Ankara het Russische S-400-luchtverdedigingssysteem had gekocht. Vervolgens kwamen Amerikaanse sancties tegen de Turkse defensiesector. De kwestie bleef jarenlang een van de grootste problemen tussen beide NAVO-landen.
Sinds Trumps terugkeer naar het presidentschap is de politieke atmosfeer veranderd.
Tijdens Erdoğans bezoek aan Washington in september 2025 werd gesproken over F-35’s, sancties, energie, handel en grote vliegtuigorders. Tijdens de NAVO-top in Ankara in juli 2026 kondigde Trump vervolgens aan de Amerikaanse sancties tegen Turkije te willen opheffen en gaf hij aan open te staan voor een mogelijke verkoop van F-35’s. Juridische en politieke obstakels in het Amerikaanse Congres bleven daarbij bestaan.
Voor Erdoğan is dat precies waarom persoonlijk contact met Trump waardevol kan zijn.
Zaken die jarenlang vastzaten, komen opnieuw op tafel.
Hun vriendschap overleefde veel kantelpunten
Toch moet de warmte tussen beiden niet worden verward met volledige politieke overeenstemming.
Tijdens Trumps eerste presidentschap kwamen Washington en Ankara meerdere keren dicht bij een zware diplomatieke crisis.
In 2018 legden de Verenigde Staten sancties op en verhoogde Trump importheffingen tijdens het conflict over de Amerikaanse predikant Andrew Brunson, die in Turkije gevangen zat. De Turkse lira kwam daarbij zwaar onder druk te staan.
Een jaar later ontstond de S-400-crisis. Turkije kocht ondanks Amerikaanse waarschuwingen Russische luchtafweerraketten. Washington verwijderde Turkije vervolgens uit het F-35-programma en legde later sancties op.
Er waren daarnaast grote meningsverschillen over Syrië, de Koerdische YPG en SDF, Rusland en later Israël.
Toch bleef Trump Erdoğan persoonlijk prijzen.
Dat is misschien wel het belangrijkste kenmerk van hun relatie.
Voor Trump lijkt een politiek conflict niet automatisch een persoonlijk conflict te hoeven worden.
En Erdoğan heeft er zichtbaar belang bij gehad precies dat onderscheid in stand te houden.

Syrië laat zien hoeveel die persoonlijke relatie kan betekenen
Voor Koerden wordt de relatie vooral interessant wanneer we naar Syrië kijken.
Daar botsen de belangen van Ankara en verschillende Koerdische bewegingen het duidelijkst.
De Verenigde Staten bouwden tijdens de strijd tegen ISIS een nauwe militaire samenwerking op met de Syrian Democratic Forces. De SDF werd geleid door Koerdische strijdkrachten en groeide uit tot de belangrijkste lokale partner van Washington tegen ISIS.
Turkije zag de kern van die strijdmacht echter als nauw verbonden met de PKK en beschouwde de aanwezigheid van een gewapende Koerdische organisatie langs zijn zuidgrens als een nationale veiligheidsdreiging.
Dit verschil vormde jarenlang een van de grootste problemen tussen Washington en Ankara.
Tijdens Trumps eerste presidentschap werd al zichtbaar dat zijn persoonlijke diplomatie met Erdoğan grote gevolgen kon hebben.
Na een telefoongesprek tussen Trump en Erdoğan in oktober 2019 trokken Amerikaanse troepen zich terug uit delen van het grensgebied. Kort daarna begon Turkije een militaire operatie tegen de SDF. De beslissing leidde destijds tot forse kritiek binnen de Verenigde Staten, ook vanuit Trumps eigen Republikeinse Partij.
De herinnering aan 2019 speelt daarom nog steeds een rol in de manier waarop veel Syrische Koerden naar Washington kijken.
In 2026 veranderde de Amerikaanse koers opnieuw
De gebeurtenissen van januari dit jaar zijn nog relevanter.
Toen troepen van de nieuwe Syrische regering grote delen van door de SDF gecontroleerd gebied innamen, koos Washington er niet voor de oude territoriale positie van de SDF militair te behouden.
De Verenigde Staten riepen de Koerdische strijdmacht op om een overeenkomst met Damascus te accepteren en zich in de Syrische staatsstructuren te integreren. Uiteindelijk werd eind januari een akkoord bereikt over een gefaseerde integratie.
Opmerkelijk genoeg sprak Trump op precies dat moment opnieuw over zowel de Koerden als Erdoğan.
Trump zei dat hij de Koerden mocht en dat de Verenigde Staten hen probeerden te beschermen. Tegelijkertijd relativeerde hij de Amerikaanse schuld aan de SDF door erop te wijzen dat de Koerdische strijders volgens hem grote hoeveelheden geld en olie hadden gekregen en eveneens uit eigenbelang tegen ISIS hadden gevochten.
Vrijwel direct daarna zei hij dat hij een belangrijk telefoongesprek zou voeren met Erdoğan, “who I like a lot”.
Die combinatie zegt veel over Trumps benadering van de Koerdische kwestie.
Zijn sympathie voor de Koerden hoeft niet gespeeld te zijn. Trump heeft meermaals positief over de Koerden gesproken. Het probleem ligt niet in de bewoording, maar in de intentie. De relatie tussen Koerden en Trump is transactioneel.
De samenwerking tegen ISIS creëert in zijn benadering geen onbeperkte Amerikaanse verplichting voor de toekomst.
Daar ligt voor de Koerden het belangrijkste risico met Trump
Voor Koerdische leiders, vooral in Rojava, betekent de goede relatie tussen Trump en Erdoğan daarom dat zij niet kunnen aannemen dat historische samenwerking automatisch zwaarder weegt dan veranderende Amerikaanse belangen.
Wanneer Washington moet kiezen tussen een langdurige militaire aanwezigheid ter bescherming van een Koerdische machtspositie en een bredere overeenkomst met Turkije, Damascus en andere regionale staten, kan de strategische berekening veranderen.
Dat is in 2026 al gedeeltelijk gebeurd.
De SDF heeft inmiddels een groot deel van haar vroegere territoriale zelfstandigheid moeten inruilen voor onderhandelingen over integratie, politieke vertegenwoordiging, culturele rechten en lokale bevoegdheden binnen Syrië. Tegelijkertijd bestaan binnen Koerdische gebieden zorgen over onder meer Koerdisch-talig onderwijs en de toekomstige status van bepaalde Koerdische instellingen en strijdkrachten.
Een nauwe Trump-Erdoğanrelatie versterkt daarbij de toegang van Ankara tot de Amerikaanse president.
Dat betekent niet dat Erdoğan automatisch krijgt wat hij vraagt. Het betekent wel dat Turkse veiligheidsbelangen rechtstreeks op het hoogste niveau van de Amerikaanse regering kunnen worden besproken en, nog gevaarlijker, worden beïnvloedt.
Voor een relatief kleine, niet-statelijke actor als de SDF is dat een belangrijk machtsverschil.
Voor de Koerden in Bakur ligt het ingewikkelder
Voor Koerden in Turkije zelf is de betekenis minder eenduidig.
Enerzijds heeft de regering-Trump veel minder nadruk gelegd op publieke kritiek op Turkse binnenlandse politieke ontwikkelingen dan sommige eerdere Amerikaanse regeringen en Europese landen. Analyses rond de NAVO-top van afgelopen zomer wezen erop dat kwesties rond democratische instituties, oppositiepartijen en de vervanging van gekozen Koerdische burgemeesters relatief weinig invloed hadden op Trumps warme benadering van Erdoğan.
Daar staat tegenover dat Turkije zelf sinds 2024 en 2025 een nieuw proces begon rond het beëindigen van het conflict met de PKK. De PKK kondigde in mei 2025 zijn ontbinding aan na een oproep van Abdullah Öcalan. De uitvoering van het proces liep in 2026 vertraging op en beide kanten verschilden over de volgorde van ontwapening en juridische hervormingen. Erdoğan bleef publiek stellen dat het proces moest doorgaan.
Daardoor hoeft een sterkere positie van Erdoğan tegenover Washington voor Koerden in Turkije niet automatisch één richting op te werken.
Veel hangt af van welke koers Ankara zelf kiest ten aanzien van de Koerdische kwestie.

Voor Basur is het beeld opnieuw anders
Voor de Koerdische Regio in Irak is een goede relatie tussen Washington en Ankara eveneens niet per definitie negatief.
Hewlêr onderhoudt zelf nauwe politieke en economische relaties met zowel de Verenigde Staten als Turkije. President Nechirvan Barzani ontmoette Erdoğan dit jaar opnieuw om samenwerking tussen Turkije, Irak en de Koerdische Regio te bespreken. Tegelijkertijd heeft de KRG de banden met Washington verder verdiept, met bijzondere aandacht voor veiligheid, energie en Amerikaanse investeringen.
Turkije is bovendien cruciaal voor de energieverbinding tussen de Koerdische Regio en internationale markten. De exportinfrastructuur richting de Turkse haven Ceyhan maakt Ankara automatisch tot een belangrijke economische partner.
Wanneer Washington en Ankara goed samenwerken, kan dat in bepaalde dossiers daarom juist ruimte creëren voor Hewlêr.
Maar ook hier geldt dat de Koerdische Regio er belang bij heeft zelfstandig relaties met beide hoofdsteden te onderhouden en niet afhankelijk te worden van de persoonlijke verhouding tussen twee presidenten.
De relatie heeft wel duidelijke grenzen
Misschien is dat uiteindelijk ook de belangrijkste nuance.
Trump en Erdoğan hebben een opvallend warme persoonlijke relatie.
Maar het zijn geen leiders van landen met identieke belangen.
Turkije onderhoudt relaties met Rusland die regelmatig botsen met Amerikaanse belangen. Ankara en Washington hebben verschillende posities over Israël. Het F-35-dossier is nog steeds niet volledig opgelost. Het Amerikaanse Congres kan beperkingen opleggen die Trump niet eenvoudig kan negeren. En ook in Syrië kunnen Turkse en Amerikaanse belangen opnieuw uiteenlopen.
Hun vriendschap voorkomt conflicten dus niet.
Wat zij vooral lijkt te doen, is ervoor zorgen dat conflicten rechtstreeks besproken kunnen worden en dat beide leiders bereid blijven opnieuw zaken met elkaar te doen.
Dat is iets anders dan een traditionele alliantie waarin beleid grotendeels voorspelbaar uit instituties voortkomt.
Het is veel persoonlijker.
En daardoor soms ook minder voorspelbaar.

Wat zit er uiteindelijk achter de vriendschap?
De relatie tussen Trump en Erdoğan lijkt uit verschillende lagen te bestaan. Er is aantoonbare persoonlijke chemie. Trump zegt zelf dat hij Erdoğan vanaf hun eerste ontmoeting mocht en bewondert zijn hardheid. Er is een overeenkomst in diplomatieke stijl. Beide leiders geven veel gewicht aan direct contact en persoonlijke onderhandelingen.
Er is wederzijds strategisch nut. Trump ziet een militair krachtig Turkije dat Amerikaanse doelstellingen in verschillende regio’s kan helpen dragen. Erdoğan ziet in Trump een president met wie gevoelige dossiers rechtstreeks bespreekbaar worden. En er is transactionele politiek. Wapenverkopen, sancties, energie, handel, Syrië en regionale veiligheid kunnen allemaal onderdeel worden van bredere onderhandelingen.
Voor de Koerden is vooral die laatste factor belangrijk. De geschiedenis van de afgelopen jaren laat zien dat Washington Koerdische partners kan waarderen en ondersteunen zolang hun rol aansluit bij Amerikaanse belangen. Die steun is echter geen permanente veiligheidsgarantie.
Trumps goede verhouding met Erdoğan maakt dat gegeven zichtbaarder. De Amerikaanse president kan tegelijkertijd zeggen dat hij van de Koerden houdt en Erdoğan omschrijven als een van zijn goede vrienden. Vanuit zijn perspectief hoeft daar geen tegenstelling in te zitten.
Voor Koerdische politiek ligt precies daar de uitdaging. Niet proberen te bepalen welke leider Koerden persoonlijk het meest sympathiek vindt, maar ervoor zorgen dat Koerdische belangen zélf voldoende politiek, economisch en strategisch gewicht krijgen.
Want persoonlijke vriendschappen kunnen toegang bieden tot het Witte Huis. Uiteindelijk blijven staten vooral handelen vanuit belangen.
