Masoud Barzani: “25 augustus is een bittere dag in de Koerdische geschiedenis”
Vandaag, 25 augustus 2025, herdenkt Koerdistan de achtste fase van de Anfal-campagne, die in 1988 de Badinan-regio trof. Zevenendertig jaar zijn verstreken, maar de littekens zijn nog altijd zichtbaar. De bergen dragen het zwijgen van duizenden verdwenen mannen, vrouwen en kinderen. De herinnering is niet verleden tijd, maar levende pijn.
Tijdens de officiële herdenking sprak president Masoud Barzani, via zijn vertegenwoordiger Sidad Barzani, duidelijke woorden: “25 augustus is een bittere dag in de geschiedenis van het Koerdische volk. Zevenendertig jaar geleden mobiliseerde het Ba’ath-regime al zijn militaire, inlichtingen en luchtmachteenheden om Badinan aan te vallen. Het doel was niet alleen verzet breken, maar elk spoor van leven uitwissen.”
Een vergeten tragedie
De Anfal-campagne was een zorgvuldig geplande vernietiging. Dorpen werden eerst gebombardeerd, soms met chemische wapens, en daarna met bulldozers van de kaart geveegd. In Badinan alleen al verdwenen meer dan tweeduizend mensen uit Duhok , het merendeel vermoord, hun lichamen nooit teruggevonden. Het lot van het dorp Korêmê, volledig vernietigd en geplunderd, staat symbool voor honderden andere dorpen die voorgoed verdwenen.
Toch bleef Anfal van Badinan grotendeels een vergeten tragedie. Terwijl de wereld sprak over gifgas, zweeg ze over massagraven. Human Rights Watch documenteerde de feiten nauwgezet, maar de internationale gemeenschap heeft er nooit een zaak van gemaakt.
Stilte en onrecht
President Barzani herinnerde eraan dat de vraag nog steeds onbeantwoord blijft: “Wat is er geworden van de daders van deze misdaden? Zijn zij werkelijk ter verantwoording geroepen? En waarom zijn de families van de slachtoffers nooit gecompenseerd?”
Het zwijgen van Bagdad is pijnlijk. Geen officiële erkenning, geen herstel, geen grootschalige repatriëring van resten. Voor de overlevenden voelt dit alsof Anfal nog steeds voortduurt, niet met wapens, maar met vergetelheid.
De plicht tot herinneren
Herdenken is in Koerdistan geen ritueel, maar verzet tegen de stilte. Elk jaar klinkt dezelfde boodschap: zolang er geen gerechtigheid is, blijft Anfal een open wond. Zoals Barzani benadrukte: “Geen gebeurtenis heeft mij zoveel verdriet gedaan als dit misdrijf. Maar de geest van verzet in Badinan ‘we sterven liever dan ons over te geven’ is een bron van trots voor ieder Koerd en iedere vrijheidsstrijder.”
Waarom dit ons aangaat
De Anfal is een van de gruwelijkste misdaden van de twintigste eeuw, gepleegd door een regime dat zijn eigen burgers als vijanden bestempelde. Als deze misdaad zonder volledige erkenning en berechting blijft, zegt dat iets over ons collectieve geheugen en over de grenzen van internationale gerechtigheid.
Vandaag herhaalde Masoud Barzani wat velen al wisten maar te weinig durven zeggen: de Anfal is niet afgesloten. Het is een voortdurende herinnering aan de plicht tot erkenning, compensatie en gerechtigheid. Want zolang de slachtoffers van Badinan geen stem krijgen, blijft de Anfal voortduren.

