Rechtbank in Ankara spreekt Ahmet Türk vrij
De 14e Hoge Strafrechtbank in Ankara heeft de Koerdische politicus en oud-burgemeester van de grootstad Mardin, Ahmet Türk, vrijgesproken van de aanklacht wegens “propaganda voor een organisatie”. De rechters oordeelden dat zijn uitlatingen onder de bescherming van de uitingsvrijheid vallen en dat de wettelijke bestanddelen van het misdrijf niet zijn vervuld.
Toespraak uit 2011 centraal
De zaak draaide om een rede die Türk meer dan tien jaar geleden, in 2011, hield. Met het oordeel dat deze uitspraak binnen het kader van vrije meningsuiting valt, zet de rechtbank een duidelijke juridische lijn neer, los van de politieke discussies rond Koerdische vertegenwoordiging in Türkiye.
Verloop van de zitting
Volgens berichtgeving van het Turkse persbureau İHA woonde de 82-jarige politicus de laatste zitting niet persoonlijk bij. Zijn advocaten namen via het digitale SEGBİS-systeem deel. De aanklager hield vast aan de eis tot bestraffing, maar de verdediging betoogde dat het ging om een politieke toespraak van een carrièrepoliticus en dat vervolging na zoveel jaren onrechtmatig was. Na beoordeling koos de rechtbank de zijde van de verdediging en sprak Türk vrij.
Juridisch succes, politieke druk blijft
De vrijspraak staat los van de bredere politieke en juridische druk waarmee Türk en zijn collega’s te maken hebben. In recente jaren zijn Koerdische politici en gekozen bestuurders regelmatig geconfronteerd met ontslag en strafzaken, ondanks duidelijke mandaten van kiezers in Koerdische steden.
Ontslag van gekozen burgemeesters in 2024
Op 4 november 2024 zette het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken Ahmet Türk af als burgemeester van Mardin, samen met Gülçin Sönük in Batman en Mehmet Karayılan in het district Halfeti. Alle drie waren zij afkomstig van de DEM-partij en in maart 2024 overtuigend gekozen. Het optreden paste in de praktijk waarbij gekozen bestuurders worden vervangen door door de staat aangestelde trustees.
Protesten en ordehandhaving
Het gouverneurschap van Mardin stelde rond die tijd een provinciale demonstratieban van tien dagen in. Desondanks ontstonden in meerdere steden grote protesten; in Diyarbakir kwamen volgens persbureaus duizenden mensen op straat. In Mardin riep Türk, ondanks de beperkingen, inwoners op zich bij het gemeentehuis te verzamelen, gesteund door CHP-partijleider Özgür Özel. De politie zette waterkanonnen, rubberkogels en in Batman ook pepperspray in; tientallen mensen werden aangehouden.
Aanklachten en reactie van DEM
Als reden voor de ontslagen voerde het ministerie ernstige verdenkingen aan, variërend van lidmaatschap van een gewapende groepering tot het verspreiden van propaganda voor de PKK, die door Türkiye en westerse landen als terroristische organisatie is aangemerkt. De DEM-partij wees die aantijgingen stellig af en sprak van een ondermijning van het kiesrecht van Koerdische burgers.
Lopende procedures tegen Türk
Voor Ahmet Türk was het ontslag niet nieuw: het was de derde keer dat hij zijn burgemeesterschap kwijtraakte. Daarnaast kreeg hij in mei 2024 tien jaar gevangenisstraf opgelegd in verband met de landelijke protesten in 2014 rond Kobani. Tegen dat vonnis loopt een hoger beroep; tot zijn ontslag werkte hij door in afwachting van de uitkomst.
Structurele inzet van trustees
Het benoemen van trustees (kayyum) in plaats van gekozen Koerdische burgemeesters is inmiddels kenmerkend beleid in het zuidoosten van het land. De regering noemt het een veiligheidsmaatregel; critici en veel lokale bewoners ervaren het als een ontzegging van democratische vertegenwoordiging van een aanzienlijke Koerdische bevolking.
Betekenis van de vrijspraak
De beslissing van de Ankarase rechtbank om Türk vrij te spreken in de zaak over de toespraak uit 2011 is een zeldzaam moment waarop de rechterlijke macht grenzen stelt aan brede anti-terror- en propagandawetgeving in politieke dossiers. Het vonnis verandert niets aan zijn afzetting of aan de lopende strafzaak, maar biedt wel een beperkt, betekenisvol signaal dat politieke meningsuiting juridisch bescherming kan genieten. Voor Koerdische kiezers en hun gekozen bestuurders is dit een voorzichtige bevestiging dat democratische beginselen ook in gespannen tijden kunnen doorwerken.

