Ömer Kaya (GL-PvdA Rotterdam) over Koerdistan-amendement: “Een duurzame oplossing begint met erkenning”
Ömer Kaya (28) groeide op in Feijenoord en maakt zich als PvdA-wijkraadslid en beleidsmedewerker hard voor Bouwen, Wonen en Buitenruimte. Hij ziet hoe gentrificatie buurten verandert en wil Rotterdammers weer met elkaar verbinden. Met een Turks-Koerdische achtergrond pleit hij ervoor dat gemarginaliseerde gemeenschappen beter worden gehoord. Daarom diende hij landelijk een motie en later een amendement in om “Koerdistan” expliciet te benoemen in het GL-PvdA-verkiezingsprogramma, met inzet voor vrijlating van politieke gevangenen en een duurzame, democratische oplossing die de rechten van het Koerdische volk respecteert. In Rotterdam wil Kaya naast bewoners staan, beleid dichterbij mensen brengen en bruggen slaan tussen oude en nieuwe bewoners van de stad.
Kun je jezelf kort voorstellen aan onze lezers? Wie is Ömer Kaya en wat drijft jou in de politiek?
Ik ben Ömer Kaya en ik ben momenteel 28 jaar oud. Geboren en getogen in Feijenoord, Rotterdam-Zuid. Ik ben al langere tijd actief in de lokale politiek als wijkraadslid voor de Wijkraad Feijenoord namens de PvdA. Hiernaast ben ik ook al een tijdje werkzaam bij de fractie PvdA in de Rotterdamse gemeenteraad als Beleidsmedewerker en focus ik mij vooral op de onderwerpen Bouwen, Wonen en Buitenruimte. Wat mij vooral dreef en drijft om politiek actief te worden, was het gegeven dat bewoners uit de wijken zich veel te weinig gehoord worden in de politieke besluitvorming. Daarnaast was mijn persoonlijke achtergrond, Turks-Koerdisch, een van de belangrijkste factoren om te participeren in het politieke proces, vooral omdat gemarginaliseerde gemeenschappen en minderheden, ook in Nederland, te weinig gehoord en gezien worden in lokaal en nationaal beleid.
Waarom heb je gekozen om actief te worden binnen de Partij van de Arbeid? Wat spreekt jou het meest aan in de waarden en koers van de PvdA?
Ikzelf ben een kind van de ‘verheffing’. Voor de mensen die zich afvragen wat dit nu in Godsnaam betekent: ik ben geboren en getogen in een familie die het niet al te breed had, maar waarbij jezelf ontwikkelen en verheffen met de kansen die je aangeboden krijgt het uitgangspunt was. Dit ideaal, dus sociale mobiliteit, is uiteindelijk een van de kernpunten van de sociaaldemocratie en van de PvdA geweest. Het kan en mag niet uitmaken waar je wieg heeft gestaan om volwaardig deel te kunnen nemen aan de maatschappij en samenleving, dat is mijn heilige overtuiging.
Je bent kandidaat voor de gemeenteraad in Rotterdam. Waarom vindt jij dat jij geschikt bent om de Rotterdammers te vertegenwoordigen?
Omdat ik zie dat de stad helaas nog te veel verdeeld is in kleine eilandjes. Hoewel het onderlinge contact tussen bewoners op veel vlakken over het algemeen goed is, zie ik het tegelijkertijd bijvoorbeeld ook schuren. Op dit moment zijn er veel nieuwbouwontwikkelingen in de stad, waardoor de sociale samenhang in wijken begint te veranderen, soms voor het goede en soms voor het kwade. Als wijkraadslid ken ik verhalen van onderlinge frictie tussen huidige bewoners en nieuwe bewoners die zich vestigen. We moeten Rotterdammers weer bij elkaar brengen en die aparte eilandjes verenigen. Gentrificatie wordt ingezet om weliswaar hele buurten op te waarderen door welvarendere bewoners aan te trekken, echter is de uitkomst veelal dat men langs elkaar leeft, in plaats van met elkaar, en dat het sociale weefsel van hele wijken wordt kapotgemaakt. Als wijkraadslid, lid van de wijkraad Feijenoord, heb ik en al mijn medewijkraadsleden, zoveel mogelijk in het belang van onze bewoners gevochten. Ook richting de gemeente en het college, maar ook tegen ontwikkelaars. Niet omdat wij niet wilden dat er gebouwd zou worden, maar juist dat de nieuwbouw ook in het belang van de huidige bewoners zou zijn. En die ervaring neem ik ook mee naar de Rotterdamse gemeenteraad. Juist naast die bewoner staan, ook als dat betekent dat je moet vechten tegen de bierkaai.

Je hebt een amendement ingediend om de term Koerdistan expliciet op te nemen in het landelijke verkiezingsprogramma van de PvdA. Wat was voor jou de doorslaggevende reden om dit te doen?
Voor de volledigheid: ik had in eerste instantie een motie ingediend richting het landelijke congres van 21 juni jl., waarbij het uitgangspunt was dat de Koerdische kwestie als urgent internationaal vraagstuk op te nemen in het Verkiezingsprogramma 2025-2029. Nadat de motie was aangenomen, en verwerkt was in het conceptverkiezingsprogramma, viel ik bijna van verbazing van mijn stoel. Want de motie was verwerkt in een enkele zin onder het kopje ‘Turkije’. Vervolgens heb ik in augustus een nieuw amendement opgesteld, die aan de leden voorgelegd, wederom 100 steunbetuigingen opgehaald, en is de tekst aangepast als volgt:
Zodoende hebben we het pad twee keer bewandeld, maar ik ben uitermate tevreden over het resultaat in het definitieve verkiezingsprogramma.
Waarom juist nu? Wat maakt dit moment volgens jou geschikt om de kwestie Koerdistan nadrukkelijker op de agenda te zetten?
Gezien alle aandacht die uitgaat naar het conflict tussen Israël en Hamas, kon het niet zo zijn dat dit conflict alle andere conflicten, die al langer bestaan, onder zou laten sneeuwen. Begrijp me niet verkeerd: zeker terecht dat voor bovenstaand veel aandacht is. Echter had en heb ik dat gevoel niet wanneer het aankwam en aankomt op de kwestie Koerdistan. Dit terwijl de Koerden meermaals massamoorden, genocides, structurele onderdrukking, omvolking, bijvoorbeeld The Arab Belt Project (1) in Syrisch-Koerdistan en de Anfal-campagne (2) in Iraaks-Koerdistan, en assimilatie meemaakten en helaas nog steeds meemaken. Ook speelden de actuele ontwikkelingen in Rojava (Syrisch-Koerdistan) hier een belangrijke rol in. Nog steeds is het zo dat de Koerden, maar ook andere minderheden in Rojava en Syrië in groot gevaar zijn, zolang er geen permanente oplossing is die recht doet aan de fundamentele rechten van het Koerdische volk, zal deze instabiele situatie helaas aanhouden. Daarom vond ik dat het niet zo kon zijn dat dit conflict weer even in de ijskast wordt gezet. Terwijl er nog geen oplossing is gevonden, en hiernaast de Alawieten en Druzen massamoorden hebben meegemaakt, en de Koerden, en de christelijke minderheden nog steeds hiermee bedreigd worden.
Je spreekt over een “duurzame oplossing voor Koerdistan”. Wat versta jij precies onder die duurzame oplossing?
Een duurzame oplossing, is in mijn optiek een oplossing dat recht doet aan het recht van zelfbeschikking van volkeren, in dit geval het Koerdische volk. Dat wil zeggen dat de Koerden als zodanig worden erkend, de eerste stap is die erkenning. Dat de Koerden weer Koerden mogen zijn en zich ook Koerdisch kunnen noemen. Het liefst in een verenigd Koerdistan, dat zou de meest duurzame oplossing zijn. Gezien de realpolitik, weten we dat dit op korte termijn helaas nog niet mogelijk is. Dus is de meest duurzame oplossing op dit moment dat vier delen van Koerdistan in die vier staten een vorm van sterke autonomie verkrijgen, waarbij internationale erkenning cruciaal is. Daarom is de insteek van de motie en het amendement ook altijd geweest om het vraagstuk Koerdistan weer naar de internationale arena te trekken. Het is geen binnenlandse aangelegenheid en vraagstuk van de afzonderlijke staten Turkije, Iran, Irak en Syrië, maar een kwestie van kolonisatie door buitenlandse mogendheden, in dit geval de bovengenoemde vier staten. Dit gegeven werd en wordt versterkt doordat er in het Verdrag van Sèvres uit 1920 expliciet werd gesproken over een onafhankelijke/autonome Koerdische staat.
Ben jij onderweg op weerstand gestuit binnen de partij of daarbuiten? En hoe ga jij om met eventuele kritiek of tegenwerking?
Nee, totaal niet. Al mijn partijgenoten, zowel bij GroenLinks als in de PvdA hebben immens hun best gedaan om mij bij dit proces te helpen. Daar ben ik ze uitermate dankbaar voor!
Wanneer jij straks gemeenteraadslid wordt voor de PvdA in Rotterdam, hoe wil jij jezelf inzetten, zowel voor de Koerdische gemeenschap als voor de bredere Rotterdammers?
Als gemeenteraadslid sta ik natuurlijk voor alle Rotterdammers, ongeacht etniciteit, religieuze voorkeur, seksuele oriëntatie, leeftijd en sekse. Een inclusieve en diverse samenleving begint bij het erkennen van elkaar en onze verschillen, niet als punt van discussie en onenigheid, maar juist als een versterkende factor. Vooral door te luisteren naar de Rotterdammers, en in die zin ze ook te begrijpen. Nog te vaak gaat beleid langs of over de hoofd van Rotterdammers heen. Dat moet écht anders. Ik hoop dat Rotterdammers in mij een raadslid vinden die daadwerkelijk naast hen staat, en hen daar waar het kan en nodig is zal ondersteunen. Vooral ook de gemarginaliseerde gemeenschappen die zich heel moeilijk verstaanbaar kunnen maken in beleidsvorming.
[1] Arab Belt project – Wikipedia
[2] The Kurdish Genocide: Achieving Justice through EU Recognition

