Koerdische seizoensarbeiders in Niğde slachtoffer van racistische aanval

In de Turkse provincie Niğde zijn Koerdische seizoensarbeiders aangevallen tijdens hun werk. Dat meldt Zeynep Oduncu Kutevi, parlementslid van de DEM-partij (Partij voor Gelijkheid en Democratie). De arbeiders, afkomstig uit Sêwereg (provincie Riha), waren naar het district Bor afgereisd om tijdelijk in de landbouw te werken. Bij de aanval raakten meerdere arbeiders gewond; zij zijn overgebracht naar het Niğde Onderzoeks en Onderwijsziekenhuis.

Politieke reacties
Kutevi deelde beelden van het incident op sociale media en sprak van een systematisch probleem. ‘Seizoensarbeiders behoren tot de meest kwetsbare groepen in deze uitbuitende orde. Vrijwel elk jaar worden zij geconfronteerd met racistische beledigingen, uitsluiting en fysiek geweld. De aanval van vandaag toont opnieuw aan dat hun veiligheid niet wordt gegarandeerd,’ aldus de politica. Zij riep het ministerie van Binnenlandse Zaken en lokale autoriteiten op om direct in te grijpen en de verantwoordelijken te berechten.

Ook Sevda Karaca, parlementslid voor de linkse Emek Partisi (Arbeiderspartij), veroordeelde het geweld. Volgens haar symboliseert het lot van de getroffen arbeiders de uitzichtloze situatie waarin veel Koerdische gezinnen verkeren. ‘Voor Koerdische arbeiders betekent seizoensarbeid niet alleen armoede en uitbuiting, maar ook voortdurend gevaar,’ zei Karaca.

De Democratische Regio’s Partij (DBP) sloot zich bij die kritiek aan en sprak van ‘structurele discriminatie en economische uitbuiting’.

Stem uit het veld
Een van de slachtoffers, de 42-jarige Hasan uit Sêwereg, verklaarde vanuit het ziekenhuis dat hij al twintig jaar als seizoensarbeider werkt. ‘We kwamen hier alleen om brood te verdienen. Maar in plaats daarvan werden we geslagen en uitgescholden omdat we Koerdisch spreken. Het voelt alsof ons leven minder waard is,’ zei hij.

Structureel probleem
Koerden vormen met naar schatting 15 tot 20 miljoen mensen de grootste etnische minderheid in Turkije. Vooral seizoensarbeiders uit Noord-Koerdistan, die jaarlijks naar andere regio’s trekken om op het land of in de bouw te werken, worden regelmatig slachtoffer van discriminatie. Mensenrechtenorganisaties, zoals de Turkse İHD, waarschuwen al jaren dat de groep stelselmatig te maken krijgt met racistische beledigingen, slechte huisvesting en soms fysiek geweld. Volgens critici draagt de nationalistische retoriek van de Turkse regering bij aan een klimaat waarin aanvallen op Koerden onbestraft blijven. ‘De straffeloosheid moedigt nieuw geweld aan,’ stelt İHD in een verklaring.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring