Bafel Talabani predikt rechtsstaat maar beschermt eigen veroordeelden

De politieke en veiligheidscrisis in de Koerdische regio laait opnieuw op. Eind vorige maand mondde een machtsstrijd binnen de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) uit in bloedige confrontaties in Slemani, waarbij twaalf mensen omkwamen. Onder de doden waren drie loyale strijders van partijleider Bafel Talabani. Volgens lokale bronnen werden bovendien 165 mensen gearresteerd, waaronder prominente aanhangers van oppositiefiguur Lahur Talabani.

Talabani’s verklaring
PUK-leider Bafel Talabani reageerde via Facebook. Hij omschreef de gewapende volgelingen van zijn rivaal als een “onwettige militie” die woonwijken had “gemilitariseerd” en veiligheidstroepen aanviel. Talabani benadrukte dat “niemand boven de wet staat” en riep de media op geen “speculatie en campagnes” te verspreiden die het publieke vertrouwen zouden ondermijnen.

Met die woorden positioneerde hij zich als hoeder van stabiliteit en democratie. Maar achter die façade schuilt een patroon van selectieve rechtspraak dat zijn geloofwaardigheid steeds verder ondermijnt.

De dubbele standaard: de zaak-Hawkar Jaff
Op 7 oktober 2022 werd kolonel Hawkar Jaff, officier bij de antiterreurdienst, vermoord door een autobom. Zijn gezin zat in de auto: Jaff overleefde het niet, vier gezinsleden, onder wie twee kinderen, raakten gewond.

Een rechtbank in Erbil veroordeelde in 2023 zes mannen ter dood voor de aanslag. Opvallend genoeg behoorden tot de veroordeelden twee topfiguren binnen de PUK: Wahab Halabjay, hoofd van de antiterreurdienst, en Karzan Muhammad, chef van de inlichtingendienst, beiden nauwe bondgenoten van Bafel Talabani.

Tot op vandaag is het vonnis niet uitgevoerd. Ondanks druk vanuit Erbil en Bagdad blijven de daders beschermd door de partijstructuren. Dat roept de vraag op: hoe geloofwaardig is Talabani’s pleidooi voor de rechtsstaat, zolang zijn eigen vertrouwelingen die veroordeeld zijn voor een dodelijke aanslag, buiten schot blijven?

Rechtsstaat als instrument
Het beeld dat ontstaat: Talabani hanteert de rechtsstaat selectief. Tegenstanders worden afgeschilderd als criminelen en milities, terwijl de misdaden van zijn eigen kamp worden weggemoffeld. Rechtspraak functioneert zo niet als neutraal instituut, maar als politiek wapen in een interne machtsstrijd.

Deze dubbele moraal toont een fundamenteel probleem: zolang de wet niet voor iedereen geldt, blijft geweld een geaccepteerd middel in de Koerdische politiek.

Escalatie en onzekerheid
De twaalf doden en 165 arrestaties in Slemani zijn slechts het nieuwste hoofdstuk in een reeks escalaties die de bevolking steeds zwaarder treffen. Voor veel inwoners is het onbegrijpelijk dat jonge mannen sterven in straatgevechten, terwijl de verantwoordelijken voor een moordpartij op een kolonel en zijn gezin onaangeraakt blijven.

Het contrast tussen Talabani’s woorden en daden wordt steeds scherper. Zijn uitspraak dat “niemand boven de wet staat” klinkt leeg zolang mensen als Wahab Halabjay boven de wet blijven.

Een leider in tegenspraak met zichzelf
Bafel Talabani presenteert zich als verdediger van stabiliteit en rechtvaardigheid. In werkelijkheid regeert hij via loyaliteit, selectieve rechtspraak en gewapend geweld. Zijn beloftes van transparantie verliezen aan waarde zolang het vonnis in de zaak-Hawkar Jaff genegeerd blijft. Zonder gerechtigheid voor die moord blijft zijn leiderschap wankel. Zijn pleidooi voor vrede en rechtsorde lijkt daarmee minder een principieel standpunt dan een instrument in een politieke strijd waarin macht zwaarder weegt dan recht en waarheid.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring