Koerdische boeren in Kirkuk vervolgd, terwijl beloofde landteruggave uitblijft

Drie Koerdische boeren verschijnen zondag voor de rechter in Kirkuk, beschuldigd van “sabotage en opruiing” na een confrontatie met Iraakse soldaten en Arabische kolonisten. Het proces legt de kwetsbare positie van Koerdische boeren in de olierijke provincie opnieuw bloot.

Een van hen, Mohammed Amin, werd in februari hardhandig van zijn tractor gehaald tijdens een ruzie met militairen. Hij deed aangifte, maar ziet zichzelf nu als verdachte tegenover de soldaat die hij aanklaagde. Twee andere boeren worden vervolgd na klachten van Arabische kolonisten.

Oude wonden, nieuwe beloftes
Het conflict draait om land dat in de jaren zeventig onder Saddam Hoessein van Koerden werd afgenomen en aan Arabische kolonisten werd gegeven. Na 2003 beloofde artikel 140 van de Iraakse grondwet herstel, maar de uitvoering stokte.

In januari van dit jaar leek er eindelijk beweging: het parlement keurde een wet goed die in beslag genomen gronden moest teruggeven aan Koerden en Turkmenen. In februari werd de wet bekrachtigd, in maart volgde een speciale commissie. Maar op het land zelf merken boeren er niets van: klachten stapelen zich op, terwijl arrestaties doorgaan.

“Wij wachten al decennia op gerechtigheid,” zegt een boer uit het district Dibis. “Elke regering belooft iets, maar in de praktijk blijven wij de zwakste partij.”

Gouverneur kijkt weg
Opmerkelijk is dat Kirkuk sinds vorig jaar een Koerdische gouverneur heeft, afkomstig uit de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK). Voor veel boeren voedde dat de hoop dat hun belangen beter verdedigd zouden worden. Maar volgens lokale bewoners richt de gouverneur zich vooral op partijpolitiek en interne machtsstrijd, niet op de dagelijkse problemen van boeren op het platteland.

“Hij is te druk met politieke deals in Bagdad en interne Koerdische rivaliteit,” zegt een vertegenwoordiger van het boerencomité. “De mensen die hem hebben gesteund, voelen zich in de steek gelaten.”

Land blijft inzet van strijd
Kirkuk blijft een brandpunt van etnische spanningen. Terwijl Koerdische en Turkmeense partijen aandringen op uitvoering van de nieuwe landwet, proberen Arabische groepen hun posities te behouden. Het Iraakse leger en de veiligheidstroepen raken ondertussen steeds vaker verwikkeld in lokale conflicten, waarbij boeren doorgaans de verliezers zijn.

De zaak van zondag laat zien hoe diep het wantrouwen zit. Voor de betrokken boeren is het niet alleen een juridische strijd, maar een symbool van een bredere ongelijkheid: “Wij zijn de oorspronkelijke bewoners, maar nog steeds worden we behandeld als indringers.”

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring