Taal en identiteit: KNCS in Afrin eist herstel van Koerdische taal in scholen
De Koerdische Nationale Raad in Syrië (KNCS) heeft dit weekend op indringende wijze de herinvoering van Koerdisch taalonderwijs in de scholen van Afrin geëist. Volgens de raad is het schrappen van de moedertaal uit het curriculum een directe aanslag op de culturele rechten van de Koerdische meerderheid in de regio, terwijl het Turks wél prominent aanwezig blijft in de klaslokalen.
In een verklaring benadrukte de KNCS dat onderwijs in de eigen taal niet slechts een pedagogische kwestie is, maar een fundamenteel mensenrecht. “Het recht op moedertaalonderwijs is verankerd in internationale verdragen en wordt door UNESCO erkend,” aldus de raad. Onder de Democratische Autonome Administratie en later de interim-regering werd dit recht jarenlang gerealiseerd. Afrin beschikte zelfs over een speciale opleiding aan de universiteit om leraren Koerdisch klaar te stomen.
Maar die vooruitgang is abrupt tot stilstand gekomen. De KNCS spreekt van een politieke maatregel die niet alleen indruist tegen de geest van de Syrische revolutie, vrijheid, waardigheid en rechtvaardigheid, maar ook tegen het streven om de culturele diversiteit van Syrië te beschermen.
Praktische oplossingen
Om het vacuüm op te vullen, stelt de raad voor de eerder gebruikte leerboeken en curricula opnieuw in te voeren totdat er een gezamenlijke, nationale oplossing wordt gevonden. “Het herstel van Koerdisch onderwijs is niet alleen een terechte eis, maar ook een cruciale stap om de nationale samenhang te versterken,” aldus de verklaring.
Diezelfde dag bevestigde de regionale bestuurder van Afrin, Masoud Batal, dat hij de kwestie persoonlijk bij president Ahmad al-Sharaa heeft aangekaart tijdens een ontmoeting in Aleppo. Volgens Batal toonde de president zich bereid om tot een oplossing te komen die de belangen van alle inwoners dient.
Turks in de kleuterklas
Toch tekenen zich ondertussen tegengestelde ontwikkelingen af. Een leraar uit Afrin, die uit angst voor represailles anoniem wilde blijven, vertelde aan persbureau Kurdistan24 dat het Koerdisch vorig jaar nog werd onderwezen in de hogere klassen van de middelbare school, maar dit jaar volledig buiten de eindresultaten is gehouden. “Studenten maakten examens Koerdisch en Turks, maar de cijfers telden niet mee. We weten niet of het Koerdisch nog terugkeert.”
Ook in de kleuterscholen is de trend duidelijk. Terwijl er geen enkele Koerdische kleuterschool bestaat, biedt een groeiend netwerk van door Turkije gesteunde instellingen, opererend onder toezicht van de Turkse Diyanet-stichting – lessen in Turks en religie. Onder de naam Baraem al-Jannah (“Hemelknoppen”) worden kinderen al vanaf jonge leeftijd voorbereid op een tweetalig traject waarin het Koerdisch ontbreekt.
Identiteit onder druk
Voor veel Koerden in Afrin is de boodschap helder: waar hun taal verdwijnt, wordt hun identiteit gemarginaliseerd. De KNCS stelt dat juist het behoud van het Koerdisch essentieel is voor een toekomst waarin Syrië recht doet aan al zijn gemeenschappen.
Of president al-Sharaa daadwerkelijk stappen zal zetten, blijft voorlopig onzeker. Voor de inwoners van Afrin staat echter één ding vast: zonder Koerdisch in de klas is er geen sprake van echte rechtvaardigheid of gelijkwaardigheid.

