KRG-minister roept op tot uitvoering Artikel 140 en Sinjar-akkoord

In een plechtige ceremonie in Mosul heeft de Koerdische minister van Binnenlandse Zaken, Rebar Ahmed, maandag opnieuw gepleit voor de uitvoering van Artikel 140 van de Iraakse grondwet en het Sinjar-akkoord. Volgens de minister zijn die stappen onmisbaar om gerechtigheid te brengen aan slachtoffers van terreur en om stabiliteit te waarborgen in het door oorlog en verdeeldheid verscheurde Irak.

Ahmed sprak tijdens de heropening van de Grote Noor-moskee en de kerken van Tahira en Sa’a, symbolische plaatsen die tijdens de heerschappij van Islamitische Staat zwaar beschadigd werden. Naast de minister waren ook de Iraakse premier Mohammed Shia al-Sudani, VN-gezant Mohamed al-Hassan, een hoge delegatie uit de Verenigde Arabische Emiraten en diverse Iraakse bewindslieden aanwezig.

‘De misdaden van terreurgroepen, vooral in Mosul, de vlakte van Ninevé en Sinjar, zullen ons niet breken,’ aldus Ahmed. ‘Ze wilden kerken vernietigen, yezidi’s uitroeien en christenen verdrijven. Maar onze wil om samen te leven is sterker dan hun haat.’

De minister benadrukte de rol van de Peshmerga, de Koerdische strijdkrachten, in de bevrijding van Mosul. ‘Zij stonden in de frontlinie en openden de poort naar vrijheid,’ zei Ahmed.

Verzoening en terugkeer
Kern van Ahmeds boodschap was de oproep tot eenheid. ‘Wat ons bindt is groter dan wat ons scheidt,’ stelde hij. De uitvoering van het Sinjar-akkoord, dat in 2020 werd gesloten tussen Bagdad en Erbil, moet volgens hem prioriteit krijgen. Daarmee zouden meer dan 300.000 yezidi’s in staat moeten worden gesteld terug te keren naar hun huizen, na jaren van ontheemding.

Het akkoord voorziet in een gezamenlijke veiligheids- en bestuursstructuur voor Sinjar, maar wordt in de praktijk tegengewerkt door lokale milities. Ook de toepassing van Artikel 140, dat de gevolgen van Saddam Husseins arabiseringsbeleid in onder meer Kirkuk moest terugdraaien, blijft uit.

Boeren in Kirkuk in de knel
Juist in Kirkuk laait de spanning opnieuw op. Koerdische boeren klagen dat hun land hen systematisch wordt ontnomen door Arabische kolonisten, vaak met steun van veiligheidsdiensten. In dorpen als Tapa Sawz zijn confrontaties inmiddels aan de orde van de dag. Boeren krijgen te maken met arrestatiebevelen, rechtszaken en het verbod hun eigen grond te bewerken.

Hun strijd grijpt terug op de erfenis van Saddam Husseins beleid, waarbij Koerden van hun land werden verdreven. Voor de boeren staat veel op het spel: het behoud van hun grond, hun identiteit én hun toekomst. Zij roepen Koerdische partijen op hun onderlinge verdeeldheid te overbruggen.

‘Zonder een gezamenlijk front,’ zo klinkt het, ‘blijven we speelbal in een strijd die al decennia voortduurt.’

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring