Koerdische regering vraagt VS om luchtafweersysteem na reeks drone-aanvallen op olievelden

De Koerdische regionale regering in Zuid-Koerdistan heeft de Verenigde Staten verzocht een luchtafweersysteem te leveren ter bescherming van haar olie- en gasinfrastructuur. Aanleiding is een reeks drone-aanvallen op olievelden in de regio, waaronder installaties van Amerikaanse bedrijven.

Safeen Dizayee, hoofd van Buitenlandse Betrekkingen van de Koerdische Regionale Regering (KRG), bracht deze week een bezoek aan Washington. In gesprekken met Amerikaanse functionarissen drong hij aan op concrete steun tegen de aanhoudende dreiging van drone-aanvallen, die volgens de KRG worden uitgevoerd door pro-Iraanse milities binnen de Iraakse Volksmobilisatiekrachten (PMF).

“De aanvallen zijn ernstig, vooral nu we in Zuid-Koerdistan werken aan economische zelfredzaamheid via de ontwikkeling van onze olie- en gasvelden,” aldus Dizayee tegenover Koerdische media. “Het gaat niet alleen om bescherming van buitenlandse bedrijven, maar om de veiligheid en economische stabiliteit van heel Zuid-Koerdistan én Irak.”

Sinds begin juli zijn naar schatting twintig drone-aanvallen uitgevoerd op strategische locaties in de regio. De schade is aanzienlijk en heeft volgens lokale autoriteiten geleid tot miljoenenverliezen. Hoewel geen enkele groepering zich verantwoordelijk heeft verklaard, wijst de KRG met name naar sjiitische milities die loyaal zijn aan Iran. De centrale regering in Bagdad ontkent betrokkenheid.

De aanvallen worden gezien als een drukmiddel tijdens gespannen onderhandelingen tussen Erbil en Bagdad over de verdeling van olie-inkomsten. Vorige week bereikten beide partijen een voorlopig akkoord over financiering en de hervatting van olie-exporten, waarna de aanvallen vooralsnog zijn gestopt.

De internationale gemeenschap heeft de aanvallen scherp veroordeeld. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio sprak deze week telefonisch met de Iraakse premier Mohammed Shia’ al-Sudani en drong aan op maatregelen om de daders ter verantwoording te roepen. “Toekomstige aanvallen moeten worden voorkomen,” aldus een verklaring van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

De Iraakse regering is een onderzoek gestart, maar heeft nog geen resultaten naar buiten gebracht. Een geplande parlementaire behandeling van de zaak werd deze week uitgesteld, nadat Koerdische parlementsleden de zitting boycotten. Over de redenen voor hun afwezigheid is niets bekendgemaakt.

Intussen blijft Irak kampen met een wankele energievoorziening. Het land is sterk afhankelijk van Iraanse gasimporten, terwijl het ook probeert eigen gasbronnen aan te boren. Gasimporten uit Jordanië, Turkije en Turkmenistan worden overwogen.

De ontwikkeling van gasvelden in Zuid-Koerdistan blijft een bron van spanningen tussen Erbil en Bagdad. Zo is Bagdad kritisch over een recente deal waarbij een Amerikaans bedrijf het Miran-gasveld zal ontwikkelen via een gezamenlijk opgericht bedrijf: Miran Energy. Volgens de KRG zou deze ontwikkeling juist het hele land ten goede komen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring