‘Ik ben geen Turk’: Ali Çeven straft trots, Turkse staat faalt
De Koerdische activist en voorzitter van de Kürd Öncüleri Derneği, Ali Çeven, is maandagavond vrijgelaten. Zijn advocaat, Suphi Özgen, liet eerder via X weten dat de rechtbank tot vrijlating had besloten. Voor veel Koerden is de vrijlating van Çeven een zeldzame overwinning in een klimaat van systematische onderdrukking.
Çeven werd in november 2024 opgepakt na een straatinterview waarin hij openlijk zei: “Ben Türk değilim” – “Ik ben geen Turk.” Een simpele uitspraak van identiteit werd door de Turkse staat aangegrepen als bewijs van “propaganda voor een terroristische organisatie”. Hoewel de aanklager zelf vrijspraak had geëist, legde de rechtbank hem begin dit jaar nog drie jaar celstraf op.
Dapper verzet tegen assimilatie
Ali Çeven is voor velen een symbool van moed. Waar de Turkse staat decennialang heeft geprobeerd de Koerdische cultuur uit te wissen, via taalverboden, gedwongen Turkificatie van plaatsnamen, en de systematische vervolging van Koerdische politici, weigert Çeven te buigen. Zijn simpele, maar krachtige woorden “Ik ben geen Turk” dagen de kern van het staatsnationalisme uit.
Turkije presenteert zich graag als democratie, maar wie in het land een Koerdische identiteit opeist, wordt vrijwel automatisch bestempeld als vijand van de staat. Die hypocrisie is pijnlijk zichtbaar in Çevens zaak: vreedzaam spreken over je afkomst werd zwaarder bestraft dan menig corruptiezaak of geweldsdelict.
Hoop voor een onderdrukte gemeenschap
Voor veel Turken geldt Çeven als een “provocateur”. Maar voor miljoenen Koerden is hij een dappere stem die weigert te zwijgen. Zijn vrijlating wordt door Koerden gezien als een overwinning van waardigheid op angst.
De Koerdische kwestie blijft een open wond in Turkije. Zolang de staat elke uiting van Koerdische identiteit criminaliseert, kan er geen sprake zijn van gelijkheid of democratie. De moed van mensen als Ali Çeven laat echter zien dat de Koerden niet tot zwijgen zijn te brengen

