>>> Eerder meldde DEM dat de gesprekken tussen de PKK en Turkse staat óók vastliepen

Gesprekken tussen Syrië en SDF blijven óók vastlopen

De Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) zeggen de integratiegesprekken met Damascus met grote ernst te benaderen, maar klagen dat het proces stokt omdat hun positieve stappen niet worden beantwoord. Dat stelt Abu Omar al-Idlibi, hoge commandant binnen de North Democratic Forces – een onderdeel van de SDF – in een schriftelijke reactie aan Rudaw. Volgens hem ontbreekt aan de kant van de Syrische interim-regering de politieke wil om het akkoord daadwerkelijk uit te voeren.

Achtergrond van het akkoord van 10 maart
Op 10 maart ondertekenden SDF-opperbevelhebber Mazloum Abdi en de Syrische interim-president Ahmed al-Sharaa een belangrijk akkoord. De bedoeling: alle civiele en militaire structuren in Noordoost-Syrië (Rojava), inclusief de SDF, onder één centraal staatsgezag brengen en een landelijk staakt-het-vuren instellen. In theorie zou dit zowel de macht van de staat herstellen als de positie van de Koerdische en andere lokale structuren inbedden in een gezamenlijk kader.

SDF: engagement zonder wederkerigheid
Al-Idlibi benadrukt dat de SDF “met ernst en nationale verantwoordelijkheid” naar de onderhandelingstafel is gegaan en bereid is praktische maatregelen aan te leveren om de integratie uit te voeren binnen een “verenigende Syrische visie”. Toch is het akkoord volgens hem niet voorbij de papieren fase geraakt. Er is geen duidelijke tijdlijn, omdat de overgang naar uitvoering een “serieuze politieke beslissing van de andere partij” vereist. Beschuldigingen uit Damascus dat de SDF hun verplichtingen niet nakomen, wijst hij resoluut van de hand: de blokkade komt volgens hem voort uit “voortdurend treuzelen en tegenwerken” door de regering, niet uit een gebrek aan inzet in Rojava.

Debat over integratiemodel en machtsverdeling
De gesprekken draaien niet alleen om het militair deel, maar ook om politieke en bestuurlijke hervormingen. Beide kanten bespreken een pakket van politieke, militaire en administratieve dossiers, waarbij voorstellen over en weer gaan. Een centraal twistpunt is de vraag hoe de SDF in het staatsapparaat moet worden geïntegreerd. De Koerdische kant wil dat de strijdkrachten als één blok worden opgenomen, met behoud van interne samenhang. De Syrische staat stuurt juist aan op individuele opname van strijders in reguliere legeronderdelen, wat door velen in Noordoost-Syrië wordt gezien als een poging tot geleidelijke ontmanteling.

Koerdische delegatie en inzet voor bredere vertegenwoordiging
Aan Koerdische zijde bestaat de delegatie uit vertegenwoordigers van de Democratische Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië (DAANES) en de Koerdische Nationale Raad (ENKS/KNC), een koepel van invloedrijke Koerdische partijen in Rojava. Zij proberen een visie te verdedigen die niet alleen de Koerdische belangen omvat, maar ook die van andere gemeenschappen in het noorden en oosten van Syrië. Al-Idlibi spreekt in dat verband over een “realistische, nationaal verankerde” benadering die de aspiraties van alle Syrische componenten moet weerspiegelen.

Decentralisatie als kernvoorwaarde voor succes
Volgens al-Idlibi ligt de echte blokkade niet in technische details, maar in botsende ideeën over de staatsinrichting. Voor de Koerdische partijen is decentralisatie een essentieel fundament onder het akkoord van 10 maart. Zij verwijzen naar de geschiedenis van onderdrukking en centralisme onder het Baath-regime en zien een gedecentraliseerde structuur als een veiligheidsventiel voor het hele land. In zijn woorden vormt decentralisatie een “nationale waarborg voor de eenheid en stabiliteit van Syrië”. Zolang er geen serieuze bereidheid in Damascus is om dit principe te omarmen, blijft de uitvoering volgens hem geblokkeerd.

Niet om posten, maar om gedeelde verantwoordelijkheid
Op de vraag of SDF- of SDC-leiders officiële functies kregen aangeboden binnen de staatsstructuur, reageert al-Idlibi dat de beweging het proces niet ziet als een verdelingsspel van posities of persoonlijke voordelen. Hij noemt het akkoord van 10 maart een kader voor het delen van nationale verantwoordelijkheid, waarbij ervaring en capaciteit in dienst moeten staan van de eenheid en soevereiniteit van Syrië. Eventuele functies die hieruit voortkomen beschouwt hij als plicht, niet als gunst of ruilmiddel.

Reactie op uitspraken dat decentralisatie ‘dood’ zou zijn
De uitspraken van de Syrische minister van Informatie dat decentralisatie of federalisme “dood” zou zijn, wijst al-Idlibi af als ideologisch en politiek gestuurd. Hij wijst er bovendien op dat deze boodschap via een Turks medium naar buiten werd gebracht, wat volgens hem iedere nationale geloofwaardigheid ondergraaft. De minister ligt, zegt hij, al onder vuur bij brede delen van de bevolking vanwege zijn “onverantwoorde” uitlatingen. Volgens al-Idlibi kan de toekomst van Syrië niet in de media worden bepaald, maar alleen via een serieuze nationale dialoog die de rechten en ambities van alle Syriërs respecteert.

Voorzichtige hoop, maar geen illusies
Ondanks de frustraties spreekt al-Idlibi van een “voorzichtige vorm van optimisme” over de mogelijkheid om in de komende periode toch tastbare stappen te zetten. Hij verwijst naar “bemoedigende signalen” binnen de onderhandelingen, maar koppelt die direct aan de voorwaarde dat Damascus daadwerkelijk kiest voor samenwerking, integratie en decentralisatie. Zolang die keuze uitblijft, blijft het akkoord van 10 maart een papieren raamwerk – en blijft de vraag open of Syrië de kans grijpt op een inclusief, stabiel staatsmodel waarin ook Rojava een volwaardige plaats krijgt.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring