Festival in Duhok benadrukt kwetsbaarheid én kracht van Koerdische landbouw
Onder de brandende zon van Koerdistan is maandag in de provincie Duhok de achttiende editie van het jaarlijkse Druiven en Honingfestival van start gegaan. Twee dagen lang presenteren lokale boeren hun oogst, die dit jaar zwaar te lijden had onder droogte en hitte.
Tussen 40 en 50 boeren bieden hun producten aan, van sappige druiven tot geurige honing en zuivel. Maar achter de kleurrijke marktkramen schuilt een zorgwekkende realiteit. De honingproductie is meer dan gehalveerd: waar vorig jaar nog zo’n 300 ton werd geoogst, bleef de teller dit jaar steken op 127 ton. Ook de druiventeelt, goed voor een aanzienlijk deel van de voedselvoorziening in de Koerdische regio, staat onder druk.
‘We hebben dit seizoen slechts zestig ton druiven binnengehaald,’ zegt Ahmad Jamil, hoofd van de landbouwafdeling in Duhok. ‘De droogte maakt het boerenleven steeds onvoorspelbaarder. Toch willen we met dit festival de veerkracht van onze boeren tonen.’
Om de lokale telers te beschermen, verbood de regionale regering tijdelijk de import van buitenlandse druiven. Ook neemt de Kavin Group, sponsor van het festival, een deel van de oogst af om deze te verwerken en te verhandelen. Het moet de producenten enige zekerheid bieden in een tijd waarin klimaatverandering de landbouw steeds kwetsbaarder maakt.
Het festival is inmiddels uitgegroeid tot een vast onderdeel van de culturele kalender van Duhok. Bezoekers uit de hele regio komen niet alleen voor de proeverijen, maar ook om investeerders te ontmoeten. Want naast traditie en gezelligheid draait het evenement steeds meer om economische kansen: de export van landbouwproducten naar de rest van Irak is de afgelopen jaren sterk gestegen.
Toch blijft de kwetsbaarheid voelbaar. De Koerdische landbouw wordt vaak geroemd om haar kwaliteit, onlangs schonk President Masoud Barzani nog lokale honing aan de burgemeester van Parijs, maar de afhankelijkheid van regen en rivieren maakt de toekomst onzeker.
‘Dit festival laat zien wat we in huis hebben,’ zegt Jamil. ‘Maar het is ook een herinnering dat zonder steun, innovatie en internationale samenwerking veel van dit erfgoed verloren kan gaan.’

