Escalatie van geweld en straffeloosheid in bezet Afrin door Turkse staat
De voorzitter van de mensenrechtenorganisatie Afrin-Syrië, Ibrahim Şêxo, waarschuwt dat de veiligheidssituatie in de regio Afrin, sinds jaren onder bezetting van Turkije en geallieerde milities, in 2025 ernstig verder is verslechterd. Volgens zijn gegevens zijn sinds begin dit jaar minstens 60 mensen gedood en circa 160 personen ontvoerd, zonder dat daders ter verantwoording zijn geroepen.
Moorden en ontvoeringen zonder gerechtelijke vervolging
In een gesprek met persbureau ANHA verklaarde Şêxo dat zijn organisatie ongeveer 160 ontvoeringszaken en 60 moorden heeft gedocumenteerd. Een groot deel van deze misdrijven zou zijn gepleegd door buitenlandse strijders die onder de door Turkije gesteunde groepen opereren. Tot nu toe is volgens hem geen enkele verantwoordelijke vervolgd, wat de indruk versterkt dat er sprake is van volledige straffeloosheid in het gebied.
Veiligheidsstructuur ingestort en alledaagse criminaliteit
Şêxo schetst een beeld van een stad waar basisveiligheid is verdwenen. Hij spreekt over dagelijkse diefstallen en beschrijft de algemene veiligheidssituatie in Afrin als “zeer slecht”. Voor de bevolking betekent dit dat zij niet alleen te maken hebben met gewapende groepen, maar ook met een omgeving waarin zelfs alledaagse bescherming ontbreekt.
Systematische plundering en vernietiging van landbouw
Naast het directe geweld tegen personen wijst Şêxo op grootschalige schade aan het land en de economie van de oorspronkelijke bewoners. Volgens zijn cijfers zijn in de oogstperiode van 2025 meer dan 25.000 olijfbomen in beslag genomen, ruim 3.000 bomen omgehakt en ongeveer 50 hectare dennenbos in brand gestoken. Hij benadrukt dat tienduizenden olijfbomen inmiddels in handen zijn van milities en zogenaamde “economische kantoren” in Afrin. Daarmee verliezen lokale Koerdische boeren een belangrijke bron van inkomsten en bestaanszekerheid.
Zware leefomstandigheden voor ontheemden uit Afrin en andere steden
De gevolgen van de bezetting reiken veel verder dan Afrin zelf. Şêxo wijst erop dat mensen die uit Afrin, Serêkaniyê en Girê Spî zijn verdreven, onder zeer moeilijke omstandigheden leven in kampen in Noord- en Oost-Syrië. In deze kampen is sprake van een gebrek aan hulp, voedsel, medicijnen en brandstof. Voor veel ontheemde Koerden en andere bewoners is terugkeer onmogelijk, terwijl hun situatie buiten de regio vaak onderbelicht blijft.
Menselijke dimensie op Werelddag van de Mensenrechten
Met verwijzing naar 10 december, de internationale Mensenrechtendag, benadrukt Şêxo dat de wereld niet mag blijven steken in symbolische vieringen. Hij roept op om juist op zo’n dag aandacht te hebben voor de concrete problemen van miljoenen mensen in de bezette regio’s, onder wie ontheemden en migranten die dagelijks met onzekerheid en gebrek aan bescherming leven.
Duizenden vermisten en oproep aan internationale organisaties
Tot slot wijst Şêxo op het lot van meer dan 2.500 vermiste inwoners van Afrin, van wie het merendeel vrouwen en kinderen is. Hun verblijfplaats en omstandigheden zijn onbekend. Hij doet een dringend beroep op internationale organisaties en mensenrechteninstellingen om verantwoordelijkheid te nemen, onderzoek te doen en druk uit te oefenen voor opheldering en bescherming van de burgerbevolking in Afrin en de andere bezette gebieden.

