“Zij die de dood trotseren”: de evolutie van de Koerdische Peshmerga
Deze analyse is geschreven door: Ahmed Khoshnaw
Op 5 september 2025 kregen in Parijs een park en een straat officieel de naam Peshmerga, een zeldzaam moment van publieke erkenning voor een strijdmacht die decennialang vooral aan de frontlinies bekend stond. Dit gebaar geeft actualiteit en urgentie aan een bredere vraag: wie zijn de Peshmerga, wat vertegenwoordigen zij, en waarom resoneert hun verhaal tot ver buiten Koerdistan? Nu het symbool de stad binnenstapt, is het het juiste moment om voorbij de ceremonie te kijken en de historische lagen, institutionele realiteit en internationale betekenis te duiden. Deze analyse wil precies dat doen: context geven aan de naam op het bord, en de weg schetsen van bergguerilla naar erkende veiligheidsmacht.
De Peshmerga, letterlijk “zij die de dood tegemoet treden”, is meer dan een leger: ze zijn de belichaming van Koerdische zelfverdediging, eigenwaarde en politieke aspiratie. Van de bergguerilla’s die opstonden tegen centralistische regimes tot de formele veiligheidsmacht van de Koerdische Regio in Irak: hun geschiedenis is een continuüm van verzet, organisatie en professionalisering. In de decennia tussen Mahabad en Mosul wisselden nederlagen en doorbraken elkaar af, maar de kern bleef hetzelfde: bescherming van land en bevolking, en het veiligstellen van ruimte voor Koerdische cultuur en bestuur. Waar de wereld de Peshmerga leerde kennen als taaie frontlinie tegen ISIS, zien Koerden hen al een eeuw als ruggengraat van hun politieke bestaan.
Tegelijkertijd is de Peshmerga ook een verhaal van staatsvorming-in-wording: een strijdmacht die balanceert tussen partijloyaliteiten (PDK en PUK), regionale autonomie en federale verantwoordelijkheden binnen Irak. De huidige hervormingen, van biometrische registraties tot geïntegreerde brigades, beogen één professionele commandostructuur die boven de partijpolitiek uitstijgt. Internationale partners prijzen de veerkracht en discipline, maar dringen aan op eenheid en interoperabiliteit met Bagdad. In die spanning tussen mythe en modern leger ligt de kernvraag van deze analyse: hoe transformeert een historisch symbool van verzet tot een duurzaam, constitutioneel verankerd veiligheidsapparaat dat zowel Koerdistan beschermt als bijdraagt aan stabiliteit in zowel Koerdistan, als heel Irak.

Wat is de Koerdische Peshmerga?
De Peshmerga vormen de militaire strijdkrachten van de Koerdische autonome regio in Noord-Irak (Basur). De term “Peshmerga” betekent letterlijk “zij die de dood tegemoet treden”, een verwijzing naar de bereidheid van deze strijders om voor hun volk en land te sterven. De terminologie kent twee woorden: ‘Pesh’ betekent in het Koerdisch ‘vóór’ en ‘merg’ betekent ‘dood‘. Historisch gezien waren de Peshmerga guerrillastrijders die vochten tegen overheersende regimes in de Koerdische gebieden. Tegenwoordig functioneren zij als officiële gewapende macht van de Koerdische Regio, verantwoordelijk voor de verdediging en veiligheid van Koerdistan binnen federaal Irak. In de ogen van veel Koerden zijn de Peshmerga niet zomaar soldaten, maar vrijheidsstrijders die symbool staan voor het streven naar autonomie en bescherming van het Koerdische volk.
Missie en taken van de Peshmerga
Van oudsher is de Peshmerga de beschermingsmacht van de Koerden. Hun voornaamste taak was en is het verdedigen van Koerdische leefgebieden tegen externe bedreigingen en onderdrukking. Sinds de autonome Koerdische Regio in de jaren ’90 in Irak ontstond, dragen de Peshmerga de verantwoordelijkheid voor de interne veiligheid, grensbewaking en bescherming van de bevolking in Iraaks Koerdistan. Ook patrouilleren zij in de straten en steden van de Koerdische autonome regio, om te fungeren als interne veiligheidsmacht. Officieel zijn hun rollen vastgelegd in overeenkomsten tussen de Koerdische en Iraakse autoriteiten: zo werden in 2006 vier kerntaken gedefinieerd: het verdedigen van de Koerdische Regio, het ondersteunen van de federale veiligheidstroepen, de strijd tegen terrorisme en het bewaken van constitutionele instellingen. Praktisch gezien omvatten de taken van de Peshmerga tegenwoordig onder meer het beveiligen van Koerdische steden en infrastructuur, het bestrijden van terroristische groeperingen zoals ISIS, en het handhaven van de orde in samenwerking met de regionale politie en veiligheidstroepen.

Tijdens de oorlog tegen Islamitische Staat (ISIS) vanaf 2014 verwierf de Peshmerga internationale erkenning voor haar rol in de strijd. Als een van de weinige stabiele strijdkrachten in Irak wisten de Peshmerga op te treden tegen ISIS waar het Iraakse leger deels faalde. Deze inzet heeft de reputatie van de Peshmerga als capabele en vastberaden troepen versterkt. Zo omschreef een Amerikaanse functionaris de Peshmerga in 2014 als “capable and disciplined” (capabel en gedisciplineerd), met “the resilience and skill to fight back effectively”, veerkracht en vaardigheid om effectief terug te vechten. Zelfs na zware gevechten bleven de Peshmerga hun grondgebied verdedigen, wat hun rol als hoeders van de Koerdische regio onderstreept.
Oorsprong en oprichting van de Peshmerga
De wortels van de Koerdische Peshmerga liggen in het begin van de 20e eeuw, ten tijde van de ontbinding van het Ottomaanse Rijk en de opsplitsing van Koerdische gebieden over nieuwe staten. Reeds in de jaren 1920 kwamen Koerden in opstand tegen vreemde mogendheden en centrale regeringen. Een vroeg voorbeeld is Shaykh Mahmud Barzanji, die na de eerste wereldoorlog meerdere Koerdische revoltes leidde tegen het Britse mandaat in Irak. Hoewel de term “Peshmerga” toen nog niet algemeen gebezigd werd, waren Barzanji’s strijders feitelijk de voorlopers van de moderne Peshmerga. Zij vochten voor een onafhankelijk Koerdistan (de kortstondige “Koninkrijk Koerdistan” in 1922) en verzetten zich tegen buitenlandse hegemonie.

De benaming Peshmerga kwam voor het eerst echt naar voren midden vorige eeuw. In 1946 riep Koerdische leider Qazi Muhammad in Iraans Koerdistan de Republiek Mahabad uit, en de Koerdische gewapende eenheden daar stonden bekend als Peshmerga. In datzelfde jaar sloot de legendarische Koerdische guerrillaleider Mullah Mustafa Barzani, later de vaderfiguur van het Koerdische nationalisme, zich aan bij Mahabad. Barzani richtte, vanuit Mahabad in ballingschap, de Koerdische Democratische Partij van Irak (KDP) op, waarmee de basis gelegd werd voor een georganiseerde Peshmerga-beweging in Iraaks Koerdistan. Vanaf dat moment werden de Peshmerga de militaire arm van de Koerdische onafhankelijkheidsbeweging in Irak. De oprichting van de Peshmerga was direct ingegeven door de Koerdische drang naar vrijheid en zelfbestuur: zoals de Koerdische president Nechirvan Barzani recent benadrukte, “Since day one, the Peshmerga was created to protect Kurdistan and achieve freedom… the protection of Kurdistan and the achievement of freedom for the people of Kurdistan”. Met andere woorden, de Peshmerga ontstond om Koerdistan te beschermen tegen onderdrukking en de vrijheid van het Koerdische volk te bevechten.
De officiële institutionalisering van de Peshmerga voltrok zich in fases. Na decennia van guerillastrijd en meerdere opstanden verkregen de Koerden na de Golfoorlog van 1991 een de facto autonoom gebied in Noord-Irak. In 1992 richtte de pas gevormde Koerdische Regionale Regering (KRG) het Ministerie van Peshmerga-zaken op en vaardigde Wet nr. 5 uit, waarmee de Peshmerga op papier werden omgevormd van partijdige milities tot de officiële strijdkrachten van Koerdistan. De Iraakse grondwet van 2005 erkende vervolgens de Koerdische Peshmerga formeel als legitieme regionale veiligheidsmacht binnen de Iraakse federatie. Artikel 117 van die grondwet bepaalt dat regio’s verantwoordelijk zijn voor hun eigen interne veiligheid, inclusief “politie, veiligheidsdiensten en bewakingsstrijdkrachten van de regio”. Hiermee kreeg de Peshmerga een grondwettelijke basis als onderdeel van het Iraakse veiligheidsapparaat, zij het met een bijzondere status: de Peshmerga blijven opereren onder exclusieve regionale controle van de KRG en zijn niet geïntegreerd in de nationale commandostructuur van het Iraakse leger.
Leiderschap en organisatiestructuur door de jaren heen
Vanaf hun ontstaan zijn de Peshmerga nauw verbonden geweest met charismatische Koerdische leiders. Mustafa Barzani gold vanaf de jaren 1940 tot zijn overlijden in 1979 als de onbetwiste Peshmerga-commandant en het gezicht van de Koerdische opstand. Onder zijn leiding voerden de Peshmerga decennialang strijd tegen de Iraakse regering. Na Mustafa Barzani’s overlijden nam zijn zoon Masoud Barzani het leiderschap van de KDP en diens Peshmerga over (in 1979). Een andere prominente figuur was Jalal Talabani, die in 1975 de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) oprichtte nadat de Koerdische beweging een zware nederlaag had geleden. Talabani vormde een eigen PUK-Peshmerga die los van de KDP opereerde. Vanaf dat moment was het leiderschap van de Peshmerga verdeeld: Masoud Barzani leidde de KDP-geallieerde Peshmerga, terwijl Jalal Talabani de PUK-troepen aanvoerde. Deze dualiteit resulteerde in rivaliteit en zelfs interne conflicten in de decennia erna.
Tijdens de jaren 1980 en vooral in de Koerdische burgeroorlog (1994–1998) werd duidelijk hoezeer de Peshmerga verdeeld raakten langs partijpolitieke lijnen. Koerdische eenheid maakte plaats voor een bloedige strijd tussen Peshmerga’s loyaal aan de KDP en die loyaal aan de PUK, wat diepe wonden sloeg binnen de Koerdische samenleving. Uiteindelijk sloten Masoud Barzani en Jalal Talabani in 1998 een Amerikaans-bemiddeld vredesakkoord, naar aanleiding van de Washington-akkoorden. Niettemin bleef het bevel over de Peshmerga feitelijk opgesplitst tussen beide partijen.

In de 21e eeuw, na de val van Saddam Hoessein, gingen de KDP en PUK formeel samen in de regionale regering (KRG). Masoud Barzani diende als president van de Koerdistan Regio (2005–2017) en volgens de KRG-wetgeving is de president tevens opperbevelhebber van de Peshmerga. Desondanks bleven de troepen in de praktijk grotendeels gescheiden. Tot op heden wordt de Peshmerga-structuur gekenmerkt door twee parallelle bevelslijnen: één onder invloed van de KDP (Barzani-familie) en één onder de PUK (Talabani-familie). Men spreekt ook wel van een KDP-“gele zone” (Erbil en Duhok) en een PUK-“groene zone” (Sulaymaniyah en Halabja), elk met hun eigen Peshmerga-eenheden en commandostructuur. Pogingen om deze partijmilities volledig te integreren tot een nationaal KRG-leger zijn herhaaldelijk ondernomen sinds 1992, maar telkens onvolledig gebleven. Zo waren er geïntegreerde brigades onder het Ministerie van Peshmerga, maar het gros van de strijdkrachten bleef onder directe partijcontrole. De KDP en PUK hebben zelfs aparte elite-eenheden, veiligheids- en inlichtingendiensten, vaak loyaal aan individuen uit de Barzani- en Talabani-familie. Dit illustreert dat het leiderschap over de Peshmerga historisch en heden ten dage sterk verweven is met de Koerdische partijpolitieke dynastieën.
Toch wordt door Koerden vaak benadrukt dat alle Peshmerga, ongeacht partij, in de kern strijden voor Koerdistan. Officiële functies worden momenteel verdeeld: de huidige president van de Koerdische Regio, Nechirvan Barzani (KDP), is constitutioneel opperbevelhebber, terwijl bijvoorbeeld Shorish Ismail (PUK) in 2022 diende als minister van Peshmerga-zaken. Achter de schermen blijft echter samenwerking nodig om de kloof tussen de twee vleugels te dichten. Het besef groeit intern dat een verenigd leiderschap van de Peshmerga van cruciaal belang is voor het Koerdische nationale belang.
Oorlogen en conflicten
De Peshmerga hebben in de afgelopen eeuw in tal van oorlogen en veldslagen gevochten, zowel tegen onderdrukkende regimes als tegen externe dreigingen. Hieronder een overzicht van de belangrijkste conflicten waarbij de Peshmerga betrokken waren:
- Opstanden onder Shaykh Mahmud Barzanji (1919–1924): Kort na de eerste wereldoorlog leidde Shaykh Mahmud Koerdische opstanden tegen de Britse controle in Irak. Deze vroege Peshmerga-voorlopers vochten voor een autonoom of onafhankelijk Koerdistan en confronteerden Britse troepen in de regio Sulaymaniyah. Hoewel deze revoltes uiteindelijk werden neergeslagen, markeerden ze het begin van de gewapende Koerdische vrijheidsstrijd.
- Revoltes in Irak (1931–1932) en Iran (1946–1947): In Irak voerden Koerdische strijders begin jaren ’30 opnieuw gewapend verzet tegen beleid van de centrale regering dat de Koerden marginaliseerde. In 1946, in Iraans Koerdistan, vochten Peshmerga ter ondersteuning van de Republiek Mahabad, een kortstondige Koerdische staat die streefde naar autonomie onder leiding van Qazi Muhammad. Deze republiek hield slechts enkele maanden stand voordat Iraanse troepen haar vernietigden, maar het creëerde een blijvende mythe en inspiratie voor Koerdische strijders.
- Eerste Iraaks-Koerdische Oorlog (1961–1970): In 1961 ontketende Mustafa Barzani een grootschalige Koerdische opstand tegen de regering in Bagdad. Gedurende de jaren ’60 bevochten de Peshmerga troepen van de Iraakse staat in de bergen van Koerdistan. Ondanks zware tegenstand (inclusief bombardementen op Koerdische dorpen) wisten de Peshmerga stand te houden en dwongen zij in 1970 een autonoomheidsakkoord af met Bagdad. Dat akkoord (de Maart-overeenkomst) beloofde de Koerden zelfbestuur, maar werd nooit volledig uitgevoerd en vormde slechts een tijdelijke pauze in de strijd.
- Tweede Iraaks-Koerdische Oorlog (1974–1975): Nadat het autonomie-akkoord uit 1970 mislukte, laaiden de gevechten weer op. In 1974 begon een nieuwe oorlog tussen Koerdische Peshmerga en het Ba’ath-regime van Saddam Hoessein. Deze conflict eindigde dramatisch in 1975 toen Irak en Iran (dat de Koerden stilzwijgend had gesteund) het Akkoord van Algiers sloten; Iran trok zijn steun in, waarop de Peshmerga binnen weken werden verslagen. De Koerden leden een zware nederlaag en Mustafa Barzani ging in ballingschap. Uit de nasleep van deze nederlaag ontstond evenwel de nieuwe PUK-factie onder Talabani, wat de Koerdische beweging voorgoed zou splijten.
- Iran-Irak Oorlog (1980–1988): Tijdens de oorlog tussen Iran en Irak kozen de Peshmerga de zijde van Iran tegen het regime van Saddam Hoessein. Koerdische guerrilla’s maakten gebruik van de chaos om Iraakse troepen in het noorden aan te vallen. Saddam reageerde hierop met brute tegenmaatregelen. Halverwege de jaren ’80 voerde hij de Anfal-campagne uit, een genocidale offensief tegen Koerdische burgers en Peshmerga, inclusief het beruchte gebruik van chemische wapens in Halabja (1988). Ondanks zware verliezen en humanitaire rampen slaagden de Peshmerga erin delen van Koerdistan buiten Bagdad’s controle te houden tegen het einde van de oorlog.
- Koerdische Opstand en Golfoorlog (1991): Na de Eerste Golfoorlog tegen Irak (1991) kwamen de Koerden in het noorden massaal in opstand tegen Saddam. De Peshmerga bevrijdden kortstondig veel Koerdische steden. Hoewel Saddam’s Republikeinse Garde de opstand hard neersloeg, greep de internationale gemeenschap in, een no-flyzone in Noord-Irak (Resolutie 688) beschermde de Koerden. Onder deze internationale bescherming trokken Iraakse troepen zich terug, wat leidde tot een machtigingsvacuüm waarin de Koerden een eigen regionale regering vormde. Dit markeerde de eerste duurzame de facto autonomie van Iraaks Koerdistan, en de transformatie van de Peshmerga van guerrilla’s naar een meer gestructureerde strijdmacht kon beginnen.
- Iraaks-Koerdische Burgeroorlog (1994–1998): Ondanks de autonome regio raakten de KDP- en PUK-Peshmerga verwikkeld in interne strijd om de macht. Deze “broederoorlog” kostte duizenden Koerdische levens en verdeelde Koerdistan in twee kampen. Op het dieptepunt zocht de KDP zelfs tijdelijke steun van Saddam Hoessein om PUK-gebied te heroveren (Erbil, 1996), terwijl de PUK steun zocht bij Iran. De gevechten eindigden met een vredesakkoord in 1998, maar de Peshmerga zouden nog jaren langs partijgrenzen verdeeld blijven. Veel veteranen beschouwen deze periode als een pijnlijke breuk; tot op de dag van vandaag dragen oudere commandanten de herinnering mee aan “wie wie heeft gedood” in die oorlog.
- Irakoorlog (2003): Tijdens de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 waren de Peshmerga bondgenoten van de VS. Ze controleerden Noord-Irak en sloten zich aan bij de Coalitietroepen om Saddam Hoessein te verdrijven. Peshmerga-eenheden speelden een sleutelrol bij het verstoren van de Al-Qaeda aanwezigheid in Noord-Irak en zelfs bij het opsporen van Saddam Hoessein zelf. De CIA werkte samen met Peshmerga-inlichtingenteams; in 2004 wisten Koerdische strijders bijvoorbeeld Al-Qaeda-koerier Hassan Ghul te vangen, die cruciale informatie gaf die uiteindelijk leidde tot de eliminatie van Osama bin Laden. Na de val van Saddam werd de Peshmerga politiek erkend in het nieuwe Irak en mocht zij als regionale strijdmacht intact blijven (terwijl andere milities ontbonden moesten worden).
- Oorlog tegen ISIS (2014–2017): De opkomst van Islamitische Staat (ISIS) in Irak vormde een nieuwe grote uitdaging. In de zomer van 2014 stortte het Iraakse leger in bij de verovering van Mosul, maar de Koerdische Peshmerga hielden stand en namen onmiddellijk strategische posities in, waaronder de olierijke stad Kirkuk, om te voorkomen dat ISIS verder oprukte. In augustus 2014 werden de Peshmerga echter op hun beurt zwaar aangevallen; ze moesten zich aanvankelijk terugtrekken uit gebieden als Sinjar, wat leidde tot een humanitaire ramp voor de Yezidi-minderheid. De situatie keerde toen de internationale coalitie (geleid door de VS) ingreep met luchtaanvallen, en de Peshmerga, gesteund door internationale wapenzendingen, in de tegenaanval gingen. Samen met Iraakse troepen en andere bondgenoten bevrijdden de Peshmerga stapsgewijs Noord-Irak van ISIS. In de slag om Mosul (2016–2017) vochten Peshmerga zij aan zij met het Iraakse leger, voor het eerst in de geschiedenis streden Koerdische strijdkrachten en het Iraakse leger openlijk gezamenlijk tegen een gemeenschappelijke vijand. De Peshmerga hebben in de oorlog tegen ISIS zware offers gebracht: meer dan 1.300 Peshmerga kwamen om en duizenden raakten gewond. Hun moedige rol leverde wereldwijd waardering op; zo prees de Britse minister Tobias Ellwood “het ongelooflijke werk en de moed van de Peshmerga”, die hij “een van de taaiste strijdkrachten in Irak” noemde.
Huidige sterkte en structuur
De precieze grootte van de Peshmerga is lastig vast te stellen, mede door de gescheiden commandostructuren. Schattingen lopen uiteen van circa 150.000 tot 200.000 strijders. In praktijk bestaat de Peshmerga uit twee hoofdmachten: de KDP-loyale troepen (vaak aangeduid als de “80’s Forces” of gele eenheden) en de PUK-loyale troepen (de “70’s Forces” of groene eenheden). Lange tijd onderhielden beide partijen eigen brigades, met eigen bevoorrading en financiering, opererend in gescheiden gebieden (KDP vooral in Erbil/Duhok, PUK in Sulaymaniyah/Halabja). Bovendien hebben zowel KDP als PUK speciale eenheden, zoals inlichtingendiensten en anti-terreureenheden, die direct rapporteren aan de familie Barzani respectievelijk Talabani. Dit betekent dat er geen centrale algemene staf is die volledige controle heeft over alle Peshmerga, feitelijk bestaan er parallelle legers binnen Koerdistan.

Sinds enkele jaren zijn er echter hervormingsinspanningen gaande om de Peshmerga te professionaliseren en te verenigen. Onder druk van zowel interne als internationale actoren hebben de KDP en PUK ingestemd met stappen richting eenheid. Zo werden er geïntegreerde brigades gevormd waarin rekruten van beide partijen samen dienen, en is afgesproken dat uiteindelijk alle partijeenheden moeten opgaan in een nationaal Peshmerga-leger onder het Ministerie van Peshmerga. In 2023 kondigde de KRG de oprichting aan van twee divisies (1e en 2e) bestaande uit gecombineerde brigades van zowel de 70- als 80-eenheden, een belangrijke stap in het eenmakingsproces. Niettemin blijft de eenwording kwetsbaar. Toen de Koerden in 2017 na hun onafhankelijkheidsreferendum de greep op de betwiste stad Kirkuk verloren, nam de oude partijverdeling direct weer toe: geïntegreerde troepen vielen uiteen langs partijgrenzen en vertrouwen tussen KDP en PUK kreeg een knauw.
De huidige structuur is dus een hybride: officieel is de Peshmerga een onderdeel van de Iraakse defensiestructuur, maar operationeel is zij autonoom en intern verdeeld. De meeste Peshmerga-identiteiten worden in de praktijk nog steeds benoemd als “Peshmerga i Parti” (KDP) of “Peshmerga i Yeketi” (PUK), met andere woorden, loyaal aan partij in plaats van louter aan de staat. Deze situatie vormt een uitdaging voor de effectiviteit en de commandoketen, maar veel Koerden beschouwen het ook als een veiligheidsverzekering: zolang de Peshmerga verdeeld is, kan geen enkele factie de ander domineren of een interne machtsgreep plegen. Het doel op lange termijn, ondersteund door westerse bondgenoten, is evenwel om één verenigd Peshmerga-leger te smeden dat boven de partijen staat en professioneel functioneert in dienst van geheel Koerdistan.

Relatie met Bagdad en constitutionele samenwerking
De Peshmerga nemen een unieke positie in binnen Irak. Volgens de Iraakse grondwet is veiligheid in de Koerdische Regio primair een regionale bevoegdheid. Daarmee worden de Peshmerga legaal erkend als regionale guardia, vergelijkbaar met politie, beveiligingstroepen en grenswachten van de regio. In de praktijk betekent dit dat de Peshmerga niet onder bevel van het Iraakse Ministerie van Defensie staan en Bagdad geen directe commandostructuur heeft over deze troepen. Wel is er formeel afgesproken dat de Peshmerga ondersteunend zijn aan de nationale defensie bij externe dreigingen en terrorismebestrijding.
Deze delicaat evenwichtige constructie heeft in de loop der jaren tot spanningen geleid. Budgettair zijn de Peshmerga afhankelijk van de KRG, die op haar beurt weer afhankelijk is van de federale begroting, in het verleden heeft Bagdad meermaals salarissen en wapens voor de Peshmerga ingevroren tijdens politieke conflicten over olie-inkomsten en autonomie. In recente akkoorden is geprobeerd hier verbetering in te brengen: zo bevat de Iraakse federale begroting van 2023 expliciet middelen voor de Peshmerga-salarissen, in ruil voor nauwere samenwerking.
Op het slagveld is de samenwerking tussen Peshmerga en het Iraakse leger wisselend geweest. Tijdens de strijd tegen ISIS echter vonden de twee elkaar uit noodzaak. In de campagne om Mosul te bevrijden (2016-2017) coördineerden Peshmerga en het Iraakse leger hun offensief, iets wat voorheen ongekend was. Een Britse waarnemer noemde het “belangrijk dat de Peshmerga samenwerken met de nieuw getrainde Iraakse troepen bij de bevrijding van Mosul”. Deze gezamenlijke strijd tegen ISIS (met steun van de internationale coalitie) liet zien dat praktische militaire samenwerking mogelijk is ondanks politieke twisten. Na ISIS’ nederlaag bleef echter de kwestie van de disputed territories (betwiste gebieden zoals Kirkuk) problematisch. In oktober 2017 namen Iraakse troepen deze gebieden weer in, wat tot een breuk in de samenwerking leidde.
Tegenwoordig wordt opnieuw gezocht naar manieren om structureel samen te werken. Er zijn gezamenlijke coördinatiecentra opgericht en in 2021-2022 kwamen Peshmerga en het Iraakse leger overeen om gezamenlijke brigades te vormen voor patrouilles in de gebieden met resterende ISIS-cellen. Deze joint brigades, deels gefinancierd door Bagdad, moeten de veiligheidskloof dichten die terroristen benutten tussen Peshmerga-gebied en door Bagdad bestuurde provincies. Hoewel de politieke relatie tussen Erbil (KRG) en Bagdad soms gespannen blijft, is in de Iraakse grondwet vastgelegd dat Koerdische autonomie gerespecteerd wordt binnen een verenigd Irak. Dit federale model (zoals verwoord in artikel 117) erkent de Peshmerga als legitieme kracht, maar streeft er ook naar dat deze compatibel is met de nationale soevereiniteit. Het blijft een balanceeroefening: de Peshmerga zijn enerzijds onderdeel van Irak’s veiligheidsstructuur, anderzijds de ultieme verzekering van Koerdische zelfbeschikking.

Internationale steun en perspectieven
In het verleden stonden de Koerden erom bekend “No Friends but the Mountains” te hebben, geen vrienden behalve de bergen. Toch hebben de Peshmerga door de jaren heen wisselende buitenlandse steun ontvangen. Tijdens de Koude Oorlog steunden sommige grootmachten de Koerdische strijd om geopolitieke redenen in het geheim: de Verenigde Staten en Iran verleenden in de jaren ’70 (in samenwerking met Israël) clandestien wapens en geld aan de Peshmerga om het regime van Saddam te verzwakken. Die steun werd echter opportunistisch ingetrokken wanneer het hun belangen diende, met tragische gevolgen, zoals gezien in 1975 toen de Koerden plotseling alleen stonden na het Akkoord van Algiers.
In de 21e eeuw, en vooral tijdens de anti-ISIS campagne, veranderde de aard van de internationale steun. De Peshmerga werden toen openlijk geprezen als bondgenoten in de strijd tegen terrorisme. Na de aanvallen van ISIS in 2014 besloten vele landen de Koerden direct te helpen. Westerse bondgenoten, waaronder de VS, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Frankrijk, Italië, Canada, Nederland en anderen, leverden tienduizenden geweren, munitie, communicatiemiddelen, nachtkijkers en medische uitrusting aan de Peshmerga. Speciale trainingsmissies werden opgezet: tientallen militaire adviseurs uit o.a. de VS, VK, Frankrijk en Italië trainden Peshmerga-eenheden in modern infanteriegevecht, ontmijning en inlichtingenwerk. Duitsland speelde een prominente rol door het leveren van MILAN-antitankraketten, die zeer effectief bleken tegen ISIS zelfmoordtruck-bommen. Eveneens zorgde Italië voor helikopters ter ondersteuning van transport, en verleenden Scandinavië en Oost-Europese landen wapens uit overtollige voorraden. Deze materiële en logistieke steun verhoogde de slagkracht van de Peshmerga aanzienlijk.

Ook regionale spelers hebben bijgedragen: Iran, ironisch genoeg zowel buur als voormalige vijand, leverde in de kritieke beginfase van de ISIS-aanvallen meteen wapens en munitie aan de Koerden. Turkije liet Peshmerga-troepen via zijn grondgebied naar Syrië (Kobani) trekken en verstrekte non-letale hulpmiddelen en training aan Peshmerga, ondanks Turkse argwaan jegens Koerdische onafhankelijkheidsstreven. Deze brede internationale steun was een erkenning van de Peshmerga als essentiële partner voor regionale stabiliteit. Zo bestempelde een Amerikaanse senator de Peshmerga als “our most reliable military partner within Iraq” (onze meest betrouwbare militaire partner binnen Irak), en ook hooggeplaatste Amerikaanse defensie-officials benadrukten dat de VS de Peshmerga ziet als een “senior partner” in de strijd tegen ISIS.
De internationale ondersteuning gaat anno 2025 vooral over institutionele opbouw. De VS, VK, Duitsland en Nederland coördineren samen een Peshmerga-hervormingsprogramma gericht op het creëren van een sterke, verenigde krijgsmacht. Deze landen adviseren bij het samenvoegen van PUK/KDP-eenheden, modernisering van commandostructuren en het invoeren van bijvoorbeeld biometrische registraties om spooksoldaten van de betaalrol te halen. In 2022 vernieuwden Washington en Erbil een Memorandum of Understanding dat tot 2026 loopt, met als doel een niet-partijgebonden Peshmerga-macht van circa 138.000 troepen onder één bevel tot stand te brengen. Er is vooruitgang geboekt, halverwege 2025 waren vier nieuwe divisies operationeel en was 85% van de troepen biometrisch geregistreerd. Toch zijn er nog hindernissen, zoals de aanhoudende politieke verdeeldheid tussen KDP en PUK, de dreiging van ISIS-restanten en onenigheid met Bagdad over bevoegdheden.

Niettemin is de algehele teneur dat de Peshmerga hun waarde hebben bewezen en met ondersteuning op weg zijn naar een professionelere toekomst. De heroïsche strijd tegen ISIS, waarin de Koerden “de mythe van ISIS hebben doorbroken” en een front vormden ter verdediging van de vrije wereld, heeft de Peshmerga internationale lof opgeleverd. “Nobody should underestimate their ability and capacity,” benadrukte de Koerdische oud-minister Hoshyar Zebari tijdens de ISIS-oorlog: niemand moet hun vermogen onderschatten. Die woorden blijken waar, nu de Peshmerga zich opnieuw aan het uitvinden zijn. Met volgehouden hervormingen en blijvende steun van bondgenoten liggen er mogelijkheden dat de Peshmerga uitgroeit van een verdeelde guerrillamacht tot een moderne, nationale legerorganisatie, eentje die geworteld blijft in de eeuwenoude Koerdische strijdlust, maar tevens bijdraagt aan stabiliteit en veiligheid in Irak en de regio als geheel.

