Weer
Wan 11°
Mehabad 18°
Kobanî 21°
Hewlêr 22°
Amed 18°
Silêmanî 22°
Qamişlo 23°
Sine 19°
Dihok 21°
Koersen
Goud €119,67 ▲
Zilver €1,73 ▲
Brent-olie €95,36 ▲
Turkse lira €1 = 55,27 ▲
Iraakse dinar €1 = 1.700 ▼
Syrisch pond €1 = 136 ▲
Iraanse toman €1 = 198.822 ▼
Laatste

Welke boodschap geeft Nederland af?

23 september 2026 Ahmed Khoshnaw 6 min lezen

Syrische interm-president Ahmed al-Sharaa met de Nederlandse premier Rob Jetten en Koningin Maxima.

Sommige politieke foto’s lijken op het eerste gezicht onschuldig. Een handdruk, een glimlach en drie mensen die kort voor de camera poseren.

Toch kan een foto veel meer zeggen.

Dat geldt ook voor het beeld van minister-president Rob Jetten, koningin Máxima en de Syrische president Ahmed al-Sharaa.

Voor Nederland is het misschien een diplomatiek moment tijdens een internationale bijeenkomst. Voor veel Syriërs en Koerden ligt dat anders. Zij kijken ook naar wie daar staat en welk verleden die persoon met zich meedraagt.

Ahmed al-Sharaa is namelijk geen gewone nieuwe president. Hij stond jarenlang bekend als Abu Mohammed al-Jawlani en leidde organisaties die voortkwamen uit Al-Qaeda. De Verenigde Naties plaatsten hem in 2013 op de sanctielijst vanwege zijn banden met Al-Qaeda. Pas in november 2025 werd hij van die lijst verwijderd.

Dat verleden verdwijnt niet doordat zijn kleding, functie en internationale ontvangst zijn veranderd.

Diplomatie is noodzakelijk

Laat één ding duidelijk zijn. Nederland moet kunnen praten met Ahmed al-Sharaa. We hebben te accepteren dat al-Sharaa de (tijdelijke) president is van Syrië.

Syrië komt uit een verwoestende oorlog. Miljoenen Syriërs willen veiligheid, economische vooruitgang en een toekomst zonder geweld. Nederland heeft daarnaast eigen belangen rond veiligheid, wederopbouw en de mogelijke terugkeer van Syrische vluchtelingen.

Diplomatie vraagt soms om gesprekken met mensen die we zelf nooit als politieke partner zouden kiezen.

De Nederlandse regering doet dat inmiddels ook. Nederlandse ministers bezochten Damascus in juni en spraken daar rechtstreeks met Al-Sharaa. Minister-president Jetten verklaarde eerder eveneens dat gesprekken met de Syrische regering belangrijk zijn.

Daar ligt mijn bezwaar dus niet.

Mijn bezwaar begint wanneer diplomatie langzaam overgaat in normalisering, zonder dat zichtbaar blijft welke voorwaarden Nederland stelt.

Want ook een foto draagt een boodschap uit.

Een glimlach geeft legitimiteit

Premier Jetten, u weet als geen ander dat politiek ook uit beelden bestaat.

Wanneer een Nederlandse minister-president naast een buitenlandse leider staat, krijgt die leider erkenning. Wanneer ook een lid van het Koninklijk Huis op dat beeld staat, krijgt zo’n moment nog meer symbolische waarde.

Dat betekent niet dat iedere gezamenlijke foto steun betekent.

Maar het betekent wel dat Nederland zorgvuldig moet omgaan met die symboliek.

Ahmed al-Sharaa probeert Syrië internationaal opnieuw een plaats te geven. Westerse landen herstellen contacten met Damascus en sancties zijn deels verdwenen. Zijn regering krijgt daarmee stap voor stap meer internationale erkenning.

Nederland mag aan dat proces deelnemen.

Maar normalisering mag nooit betekenen dat moeilijke vragen naar de achtergrond verdwijnen.

Wat betekent dit voor de Koerden?

Voor Koerden in Syrië is deze discussie bijzonder belangrijk.

De Koerdisch geleide Syrian Democratic Forces (SDF) speelden jarenlang een grote rol in de strijd tegen Islamitische Staat. Inmiddels is de SDF als zelfstandige strijdmacht opgeheven en worden strijders opgenomen in Syrische staatsstructuren. Voormalig SDF-commandant Mazloum Abdi werd daarnaast benoemd tot adviseur van Al-Sharaa.

Dat zijn grote veranderingen.

Tegelijk zijn de zorgen onder Koerden niet verdwenen. Er bestaan nog vragen over Koerdisch onderwijs, politieke invloed, veiligheid en de rechten die tijdens het zelfbestuur zijn opgebouwd. Ook de toekomst van Koerdische vrouwelijke strijders blijft onderwerp van discussie.

Juist daarom moeten Europese landen voorzichtig zijn.

Een verenigd Syrië kan een begrijpelijk doel zijn. Maar eenheid mag geen ander woord worden voor volledige macht vanuit Damascus.

Koerden hoeven geen aparte staat te krijgen om fundamentele rechten te verdienen. Zij moeten hun taal kunnen spreken, hun identiteit kunnen behouden en politiek vertegenwoordigd kunnen zijn.

Hetzelfde geldt voor andere gemeenschappen in Syrië.

Nederland zei het zelf

Nederland heeft hierover eerder een duidelijke positie ingenomen.

Tijdens het Nederlandse bezoek aan Damascus in juni spraken ministers met vertegenwoordigers van Koerdische, christelijke, Druzische en Alawitische gemeenschappen.

De Nederlandse regering stelde toen dat een stabiel Syrië alleen mogelijk is wanneer de rechten van minderheden worden gerespecteerd.

Dat is een belangrijke uitspraak.

Maar zulke woorden hebben alleen waarde wanneer Nederland ze blijft herhalen zodra de diplomatieke relatie beter wordt.

Juist dan.

Het is eenvoudig om mensenrechten te noemen wanneer relaties slecht zijn. De echte test komt wanneer economische belangen, migratie, veiligheid en diplomatieke samenwerking belangrijker worden.

Daarom zou ik premier Jetten één eenvoudige vraag willen stellen: welke garanties vraagt Nederland van Al-Sharaa voor de Koerden en andere minderheden?

Niet achter gesloten deuren alleen.

Ook publiekelijk.

En koningin Máxima?

Mijn kritiek op koningin Máxima is anders dan mijn kritiek op de minister-president.

Zij bepaalt het Nederlandse buitenlandbeleid niet. Zij onderhandelt niet namens het kabinet over Syrië en beslist niet over sancties of diplomatieke erkenning.

Toch vertegenwoordigt het Koninklijk Huis Nederland op het hoogste internationale niveau.

Daarom hebben zulke beelden betekenis.

Voor iemand uit een gemeenschap die jarenlang onzekerheid, vervolging of oorlog heeft meegemaakt, kan een vriendelijke foto met een nieuwe machthebber voelen alsof zijn verleden plotseling minder belangrijk is geworden.

Dat hoeft niet de bedoeling te zijn.

Maar politiek draait niet alleen om bedoelingen. Het draait ook om het signaal dat anderen ontvangen.

Premier Jetten, stel de moeilijke vragen

Daarom richt mijn belangrijkste oproep zich tot Rob Jetten.

Praat met Ahmed al-Sharaa.

Bespreek veiligheid. Bespreek wederopbouw. Bespreek vluchtelingen en de toekomst van Syrië.

Maar vraag hem ook welke plaats Koerden krijgen in dat nieuwe Syrië.

Vraag welke bescherming hun taal krijgt.

Vraag of politieke verschillen veilig kunnen worden uitgesproken.

Vraag welke garanties christenen, Druzen, Alawieten en andere minderheden krijgen.

En vraag vooral hoe Nederland gaat controleren of mooie woorden uiteindelijk ook werkelijkheid worden.

Want Syrië heeft eerder genoeg leiders gekend die spraken over eenheid terwijl burgers daar een andere werkelijkheid van zagen.

Een nieuwe kans moet verdiend worden

Misschien slaagt Al-Sharaa erin om Syrië werkelijk een andere richting op te sturen.

Dat moet niemand op voorhand onmogelijk verklaren.

Mensen kunnen veranderen. Politieke bewegingen kunnen veranderen. Landen kunnen na oorlog opnieuw beginnen.

Maar internationale legitimiteit is geen recht.

Die moet verdiend worden.

Niet met toespraken in New York. Niet met pakken en stropdassen. En ook niet met foto’s naast Europese leiders en leden van koningshuizen.

Ze wordt verdiend door wat er gebeurt wanneer de camera’s verdwijnen.

Door hoe een regering omgaat met haar tegenstanders.

Door hoe zij minderheden beschermt.

Door hoeveel ruimte zij geeft aan mensen die anders denken.

En door de vraag of een Koerdisch kind over tien jaar nog vrij zijn eigen taal kan spreken en leren.

Premier Jetten en koningin Máxima, ga gerust in gesprek met het nieuwe Syrië.

Maar laat Nederland niet zo snel wennen aan het nieuwe gezicht van Damascus dat we vergeten te vragen wat daarachter gebeurt.

Voor een politicus kan het slechts een foto zijn.

Voor mensen wier toekomst mede afhankelijk is van de man op die foto, is het dat nooit.