Washington zoekt een zondebok

>>> Donald Trump haalde opnieuw hard uit naar de Koerden en beschuldigde hen ervan wapens te hebben achtergehouden die bedoeld zouden zijn voor Iraanse demonstranten.
Deze opiniestuk is geschreven door: Ahmed Khoshnaw
De recente uitspraken van Donald Trump over de Koerden passen in een bredere politieke reflex: wanneer een strategie vastloopt, wordt de verantwoordelijkheid verplaatst naar een ‘kleinere’ bondgenoot. Zijn woorden waren hard, ongenuanceerd en politiek geladen. De Koerden zouden volgens hem vooral “nemen”, terwijl zij hem zouden hebben teleurgesteld rond vermeende wapens voor Iraanse demonstranten.
De kernvraag is: worden de Koerden een zondebok voor een gefaalde Iran-strategie van Trump?
Die vraag raakt aan meer dan één losse uitspraak. Ze raakt aan de manier waarop Washington al jaren naar de Koerden kijkt: als nuttige partners zolang zij strategisch inzetbaar zijn, maar als lastige factor zodra de Amerikaanse planning niet uitkomt.
Een beschuldiging zonder duidelijke geadresseerde
Het grootste probleem in Trumps uitspraak is de vaagheid. Hij spreekt over “de Koerden”, alsof het om één politieke en militaire actor gaat. Dat is fundamenteel misleidend. De Koerden bestaan uit verschillende partijen, bewegingen, regeringen, milities en gemeenschappen verspreid over Irak, Syrië, Iran en Turkije. Hun belangen overlappen soms, maar botsen ook regelmatig.
Wie bedoelt Trump precies? De KRG in Erbil? De Peshmerga? Iraans-Koerdische oppositiegroepen? De SDF in Syrië? Een specifieke partij? Een informele smokkelroute? Door dat niet te benoemen, maakt hij van een complex veiligheidsdossier een brede aanklacht tegen een heel volk.
Dat is politiek gevaarlijk. Het geeft tegenstanders van de Koerden ruimte om de uitspraak te gebruiken als bewijs dat de Koerden onbetrouwbaar zouden zijn. Het kan anti-Koerdische propaganda voeden in Ankara, Teheran, Damascus en Bagdad. De schade van zo’n uitspraak zit dus niet alleen in de woorden zelf, maar ook in de manier waarop regionale machten die woorden kunnen inzetten.
De mislukking van een onrealistische Iran-lijn
De kern van het probleem ligt niet bij de Koerden, maar bij de Amerikaanse Iran-strategie zelf. Trump lijkt ervan uit te zijn gegaan dat interne druk, gewapende oppositie, regionale onrust en psychologische oorlogsvoering samen genoeg zouden zijn om Teheran onder druk te zetten. Dat is een klassieke overschatting van externe sturing in een diep repressieve staat.
Iran is geen regime dat eenvoudig omvalt omdat Washington wapens, signalen of politieke verwachtingen richting oppositiegroepen stuurt. De Islamitische Republiek beschikt over een uitgebreid repressieapparaat, diepe veiligheidsstructuren, grenscontrole, inlichtingennetwerken en milities die juist in Koerdische gebieden hard kunnen toeslaan.
Voor Koerdische partijen aan de Iraaks-Iraanse grens lag het risico bovendien extreem hoog. Elke stap richting directe betrokkenheid in een Amerikaanse confrontatie met Iran kon leiden tot aanvallen op de Koerdische Regio, druk op Erbil, vergeldingsacties tegen Iraans-Koerdische burgers en verdere destabilisatie van de grensgebieden.
Washington kon zich politieke ruimte veroorloven. De Koerden moesten rekening houden met raketten, drones, economische druk, binnenlandse verdeeldheid en de kwetsbaarheid van hun autonome positie.
De Koerden als instrument, niet als echte partner
Trumps uitspraak legt een oude spanning bloot in de Amerikaans-Koerdische relatie. De Koerden worden vaak geprezen wanneer zij vechten tegen vijanden van Washington. Ze worden gevierd als moedige bondgenoten in de strijd tegen terreur, tegen extremistische groeperingen of tegen regimes die op dat moment vijandig staan tegenover de Verenigde Staten.
Maar zodra Koerdische belangen niet samenvallen met de Amerikaanse agenda, verandert de toon. Dan worden voorzichtigheid, zelfbehoud en strategische terughoudendheid uitgelegd als ondankbaarheid. Dat is geen partnerschap op basis van wederzijds respect. Dat is een transactionele verhouding waarin de Koerden vooral waarde hebben zolang zij bereid zijn risico’s te nemen voor andermans oorlog.
De werkelijkheid is dat de Koerden vaak een veel hogere prijs betalen dan hun grote bondgenoten. Amerikaanse beleidsmakers kunnen van koers veranderen na een verkiezing, een mislukte operatie of een diplomatieke deal. Koerdische gemeenschappen blijven achter met de gevolgen: aanvallen, vluchtelingenstromen, grensdreiging, politieke isolatie en druk vanuit buurlanden.
Waarom de beschuldiging strategisch handig is
Voor Trump is het politiek aantrekkelijk om de Koerden als schuldige partij te framen. Als wapens niet op de juiste plek zijn aangekomen, als Iraanse demonstranten niet massaal in opstand kwamen, als een geplande drukcampagne geen resultaat opleverde, dan moet iemand verantwoordelijk zijn.
De eigen strategie ter discussie stellen is politiek duur. Toegeven dat het plan te optimistisch was, dat de Amerikaanse inschatting van Iran te simpel was, of dat de Koerden nooit volledig bereid waren zich in een regionale oorlog te laten trekken, zou zwakte tonen. Een externe schuldige aanwijzen is eenvoudiger.
Daarom is het zondebokmechanisme zo herkenbaar. Eerst wordt een kleinere bondgenoot overschat als hefboom. Daarna wordt diezelfde bondgenoot beschuldigd wanneer de hefboom niet werkt. De Koerden worden dan niet beoordeeld op hun eigen veiligheidsbelangen, maar op hun bruikbaarheid voor een Amerikaanse strategie.
De Koerdische berekening was rationeel
Als Koerdische partijen terughoudend waren, was dat geen bewijs van verraad. Het was eerder een rationele inschatting van de risico’s. De Koerdische Regio in Irak bevindt zich in een fragiele positie. Ze heeft economische banden, veiligheidszorgen, interne verdeeldheid en complexe relaties met Bagdad, Ankara, Teheran en Washington.
Een directe rol in een Amerikaanse poging om Iran van binnenuit te destabiliseren zou de Koerden opnieuw in het centrum van een regionale oorlog plaatsen. Voor Erbil zou dat rampzalig kunnen zijn. Voor Iraans-Koerdische burgers zou het nog gevaarlijker zijn, omdat Teheran elke verdenking van samenwerking met buitenlandse machten kan gebruiken als rechtvaardiging voor arrestaties, executies en militaire operaties.
De Koerden hebben in het verleden vaak genoeg ervaren wat er gebeurt wanneer grootmachten hen aanmoedigen, maar niet beschermen wanneer de tegenreactie komt. Die geschiedenis maakt voorzichtigheid geen lafheid, maar politieke overleving.
Een belediging aan jarenlange offers
De uitspraak dat Koerden alleen vechten “wanneer ze betaald worden” is bijzonder schadelijk. Ze reduceert decennia van Koerdische strijd tot huurlingenlogica. Dat miskent de duizenden Koerdische doden in de strijd tegen ISIS, de verdediging van steden en dorpen, de bescherming van minderheden en de rol die Koerdische strijdkrachten hebben gespeeld in veiligheidsoperaties waar ook het Westen van profiteerde.
Koerden hebben niet gevochten omdat Washington hen betaalde. Ze vochten omdat hun eigen gebieden, gemeenschappen en toekomst direct bedreigd werden. De samenwerking met de Verenigde Staten was belangrijk, maar die samenwerking ontstond vanuit overlappende belangen. Niet vanuit blinde ondergeschiktheid.
Wanneer Trump die geschiedenis wegzet als een financiële transactie, ondermijnt hij het morele fundament van de Amerikaans-Koerdische band. Hij stuurt ook een signaal naar andere bondgenoten: zelfs jarenlange militaire samenwerking beschermt je niet tegen publieke vernedering wanneer Washington een politieke uitweg nodig heeft.
De echte fout: Koerden verwarren met pionnen
De Amerikaanse fout is dat men de Koerden opnieuw lijkt te hebben bekeken als pionnen op een regionaal schaakbord. Maar de Koerden zijn geen passieve uitvoerders van Amerikaanse plannen. Zij hebben eigen belangen, eigen trauma’s, eigen interne rivaliteiten en eigen strategische grenzen.
Wie de Koerden serieus neemt, begrijpt dat zij geen blanco instrument zijn tegen Iran, Turkije, Syrië of welke andere staat dan ook. Elke Koerdische beweging opereert in een omgeving waar één verkeerde stap kan leiden tot militaire vergelding, diplomatieke isolatie of interne breuklijnen.
De Amerikaanse verwachting dat Koerdische actoren automatisch zouden meebewegen in een Iran-strategie was daarom riskant vanaf het begin. Niet omdat de Koerden onbetrouwbaar zijn, maar omdat Washington de complexiteit van Koerdische politiek opnieuw heeft onderschat.
Een waarschuwing voor Koerdische leiders
Voor Koerdische leiders ligt hier een harde les. De Koerden kunnen de Verenigde Staten nodig hebben, maar mogen hun eigen strategische lot niet ophangen aan Amerikaanse beloftes, improvisaties of tijdelijke belangen. Washington blijft een belangrijke macht, maar geen onvoorwaardelijke beschermer.
Koerdische diplomatie moet daarom zakelijker, minder emotioneel en institutioneler worden. Elke samenwerking met grootmachten moet gebaseerd zijn op schriftelijke garanties, duidelijke verantwoordelijkheden, afgebakende doelen en realistische veiligheidsafspraken. Mondelinge steun, publieke complimenten en symbolische waardering zijn onvoldoende.
De Koerden moeten voorkomen dat zij opnieuw worden ingezet als drukmiddel, waarna zij bij mislukking als probleem worden weggezet.
Conclusie: niet de oorzaak, maar het excuus
De Koerden zijn niet de oorzaak van het falen van Trumps Iran-strategie. Zij lijken eerder het excuus te worden voor een strategie die vanaf het begin te veel leunde op aannames: dat Iran intern snel zou breken, dat oppositiegroepen eenvoudig konden worden bewapend, dat Koerdische actoren bereid zouden zijn grote risico’s te nemen, en dat regionale gevolgen beheersbaar zouden blijven.
Trumps uitspraak is daarom meer dan een belediging. Het is een poging om politieke verantwoordelijkheid te verschuiven. De Koerden worden neergezet als ondankbare ontvangers, terwijl de werkelijke vraag zou moeten zijn waarom Washington opnieuw dacht dat een complex regionaal conflict via halve signalen, geheime kanalen en druk op kwetsbare bondgenoten kon worden opgelost.
Als de Verenigde Staten de Koerden werkelijk als bondgenoten zien, moeten zij stoppen met het behandelen van Koerdische veiligheid als wisselgeld. Partnerschap betekent dat men elkaars belangen erkent, ook wanneer die belangen niet perfect samenvallen.
De Koerden hebben geen gefaalde Iran-strategie ontworpen. Zij proberen vooral te overleven tussen machten die hen nodig hebben wanneer het uitkomt, en beschuldigen wanneer het misgaat.
Ahmed Khoshnaw