>>> De handdruk tussen Ahmed al-Sharaa en de Duitse bondskanselier Friedrich Merz is, in de ogen van vele Koerden, een bevestiging dat het Westen zijn samenwerking blijft zoeken in de huidige Syrische regering.

Wanneer leert het Westen nou van zijn fouten?

Door: Ahmed Khoshnaw

Voor Koerden is dit geen gewone diplomatieke foto. Dit is een pijnlijke herinnering aan een patroon dat al decennialang terugkomt: zolang Koerden bruikbaar zijn in de strijd tegen terrorisme, worden zij geprezen als bondgenoten; zodra de geopolitieke wind draait, worden hun offers naar de achtergrond geschoven. Dat maakt een handdruk met Ahmed al-Sharaa zo wrang. Juist nu, na alles wat Koerden in Rojava de afgelopen tijd hebben meegemaakt, kiest het Westen er opnieuw voor om een nieuwe machthebber snel legitimiteit te geven.

In Rojava hebben de Koerden niet alleen jarenlang de zwaarste last gedragen in de strijd tegen Islamitische Staat, maar zijn zij daarna opnieuw klem komen te zitten tussen regionale machten, Damascus en gewapende facties. Begin dit jaar laaiden de spanningen tussen de Syrische regering en de door Koerden geleide SDF opnieuw op, met gevechten, terugtrekkingen en druk om hun politieke en militaire autonomie op te geven. Tegelijk blijven er ernstige zorgen bestaan over geweld, willekeur en mensenrechtenschendingen in Syrië, ook in gebieden waar Koerden en andere minderheden direct geraakt worden.

En toch wordt Al-Sharaa ontvangen. Niet ondanks dat pijnlijke dossier, maar terwijl dat dossier nog openligt. Dat is precies wat deze foto zo confronterend maakt. Voor Europese hoofdsteden telt kennelijk zwaarder dat Syrië weer een gesprekspartner moet worden, dat migratie moet worden beheerst en dat “stabiliteit” bestuurlijk verkoopbaar klinkt. Duitsland koppelde het bezoek van Al-Sharaa zelfs openlijk aan de terugkeer van Syrische vluchtelingen en samenwerking rond wederopbouw. Daarmee ontstaat de indruk dat strategische belangen opnieuw sneller wegen dan morele consequentie.

Voor Koerden is de boodschap glashelder en bitter tegelijk: jullie mochten vechten tegen IS, jullie mochten sterven voor internationale veiligheid, maar wanneer het moment komt waarop jullie politieke rechten, veiligheid en positie echt beschermd moeten worden, schuift het Westen weer aan tafel met degenen die die Koerdische ruimte willen inperken. Dat is geen incident. Dat is beleid vermomd als pragmatisme.

Het Westen spreekt graag over lessen uit Irak, Syrië en de bredere regio. Maar uit dit soort momenten blijkt dat die lessen nauwelijks zijn geleerd. Want wie vandaag Al-Sharaa uitnodigt zonder de Koerdische kwestie centraal te stellen, zonder harde garanties voor Rojava, zonder duidelijke rode lijnen voor minderheden en zonder serieus historisch geheugen, herhaalt een oude fout in een nieuw decor. Dan zegt men te kiezen voor stabiliteit, terwijl men in werkelijkheid opnieuw de voorwaarden schept voor toekomstig verraad.

De vraag is daarom niet alleen waarom Al-Sharaa wordt ontvangen. De echte vraag is waarom de Koerden telkens als eerste worden opgeofferd zodra het Westen denkt een nieuwe machtsbalans te hebben gevonden. Hoe vaak moet dat nog gebeuren voordat men eindelijk begrijpt dat vrede zonder rechtvaardigheid geen vrede is, en diplomatie zonder principes gewoon de nette verpakking van dezelfde oude fout?

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring