Waarom Turkije Koerdische autonomie in Irak wél accepteert, maar in eigen land niet tolereert

Deze analyse is geschreven door: Ahmed Khoshnaw

Opmerkelijk genoeg is Turkije uitgegroeid tot een van de belangrijkste economische partners van de Koerdische Regio van Irak (KRG), terwijl het tegelijkertijd elke vorm van Koerdische autonomie binnen de eigen landsgrenzen keihard blijft onderdrukken. In Erbil voert Ankara vredesoverleg, legt pijpleidingen aan en onderhoudt diplomatiek contact. In Diyarbakir daarentegen worden burgemeesters ontslagen, worden Koerdische parlementsleden vervolgd en is het woord ‘autonomie’ bijna synoniem aan ‘separatisme’. Wat verklaart deze schijnbare tegenstrijdigheid? Waarom kan Koerdische zelfbestuur in Irak wél, maar in Turkije niet? Het antwoord ligt in een samenspel van ideologie, veiligheidsbelangen, economische overwegingen en historische gebeurtenissen.

Een republiek gebouwd op nationalisme en strijd tegen co-existentie
De Turkse staat is vanaf haar oprichting gebaseerd op een sterk gecentraliseerd nationalisme waarin ‘één volk, één taal, één vlag’ de basis vormt. Deze ideologische lijn, gelegd door Mustafa Kemal Atatürk, liet weinig ruimte voor culturele of etnische diversiteit. De Koerden werden decennialang niet als aparte bevolkingsgroep erkend; hun bestaan werd genegeerd, hun taal verboden en hun opstanden met militair geweld neergeslagen. Van de Koerdische opstand in Sheikh Said in 1925 tot het bloedbad in Dersim in 1938: telkens opnieuw werd Koerdisch verzet gezien als een existentiële bedreiging voor de nationale eenheid.

Deze erfenis weegt zwaar op het hedendaagse Turkije. De angst voor het uiteenvallen van de republiek blijft diepgeworteld binnen het staatsapparaat, met name bij het leger en de rechterlijke macht. Elke roep om decentralisatie of culturele autonomie wordt daarom snel verdacht gemaakt als ‘separatisme’. In die context is het begrijpelijk dat het idee van Koerdische autonomie in Turkije zelf politiek onaanvaardbaar blijft.

Zuid-Koerdistan (Basur): van dreiging naar partner
Tegelijkertijd is de houding van Turkije tegenover Iraaks Koerdistan de afgelopen twintig jaar drastisch veranderd. Wat in de jaren ’90 nog werd gezien als een gevaarlijke entiteit waar de PKK zich verschool, is sinds 2007 uitgegroeid tot een pragmatische economische en diplomatieke partner. Turkse bedrijven domineren de bouwsector in Erbil en Suleimaniya en jaarlijks gaat er voor miljarden aan goederen, diensten en olie heen en weer over de grens.

Deze omslag is te verklaren vanuit puur strategisch belang. De Koerdische regio van Irak functioneert binnen de Iraakse grondwet als een erkende autonome regio. Turkije hoeft zich hierdoor niet te verhouden tot een Koerdische staat, maar tot een deelstaat binnen Irak. Bovendien biedt de KRG een buffer tegen de instabiliteit in de rest van Irak en een toegankelijke oliebron buiten Bagdad om. Sinds 2013 stroomt Koerdische olie via pijpleidingen naar de Turkse haven van Ceyhan, wat Ankara geopolitieke hefboomkracht geeft én financiële winst oplevert.

De relatie met Erbil is dus een uitdrukking van Turkse realpolitik: zolang de Koerden in Irak niet streven naar volledige onafhankelijkheid en zich inzetten tegen de PKK, accepteert Turkije hun bestaan en plukt er de vruchten van.

De PKK als interne dreiging
De grootste breuklijn tussen hoe Turkije omgaat met Koerden in eigen land en met Koerden in Irak is de PKK. Deze Koerdische Arbeiderspartij voert sinds 1984 een gewapende strijd voor Koerdische rechten en erkenning in Turkije. Ankara beschouwt de organisatie als een terroristische dreiging die koste wat kost moet worden uitgeschakeld. Elke vorm van Koerdische politieke organisatie die ook maar zijdelings aan de PKK gelinkt kan worden, zoals de HDP of haar opvolger DEM, wordt juridisch vervolgd of politiek uitgesloten. Voor de Koerden in Turkije wordt het leven politiek, sociaal en cultureel gezien vrijwel onmogelijk gemaakt. Iedere Koerdische partij die zichzelf het leven in roept, wordt gezien als een ’terroristische organisatie’ en wordt daarom ook vrijwel altijd, vroeg of laat, vervolgt met vaak weinig tot geen bewijs.

Waarom Koerdische autonomie in Turkije politiek ondenkbaar blijft
Het grote verschil is dat autonomie in Irak wordt gezien als een gegeven dat binnen het Iraakse staatsbestel functioneert, terwijl het in Turkije wordt gezien als een bedreiging van dat staatsbestel zelf. De Koerden in Irak werden na het regime van Saddam Hoessein de facto beloond met autonomie, als gevolg van een eeuwenlange strijd voor erkenning en autonomie. De Koerden in Turkije daarentegen strijden binnen een nationale context waarin hun culturele en politieke rechten expres fundamenteel beperkt blijven door de Turkse staat

Er is bovendien geen politieke wil binnen Ankara om hier verandering in te brengen. Integendeel: president Erdoğan heeft de laatste jaren juist ingezet op het versterken van het centrale gezag en het verder marginaliseren van Koerdische politieke vertegenwoordiging. Zelfs het vredesproces dat hij in 2013 startte met Abdullah Öcalan werd in 2015 abrupt beëindigd. Sindsdien is de repressie weer volledig teruggekeerd.

Autonomie in Turkije zou ook precedentwerking kunnen hebben. Niet alleen voor de Koerden, maar ook voor andere minderheden of regio’s die meer zeggenschap willen. Voor een staat die gebouwd is op de angst voor desintegratie, is dat onaanvaardbaar.

Is autonomie zichtbaar?
De ogenschijnlijke dubbelheid in het Turkse beleid ten aanzien van Koerdische autonomie is geen paradox, maar het resultaat van zorgvuldig strategisch denken. Buiten de grenzen kan Turkije autonomie verdragen, zelfs ondersteunen, zolang het economische en veiligheidsbelangen dient. Binnen de eigen grenzen daarentegen blijft het idee van Koerdische autonomie een rode lijn die niet overschreden mag worden, geworteld in een diepgewortelde angst voor separatisme en staatsdesintegratie.

Zolang het Turkse nationalisme en het veiligheid denken centraal blijven staan in de politieke structuur van Ankara, zal die scheiding tussen buitenlands pragmatisme en binnenlandse intolerantie blijven bestaan. Koerdische autonomie mag dan in Erbil bestaan als pragmatische realiteit, in Diyarbakir blijft het voorlopig een verboden droom.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring