Turks parlement overweegt directe gesprekken met PKK-leider Öcalan
Het Turkse parlement overweegt voor het eerst in de geschiedenis formele gesprekken aan te knopen met Abdullah Öcalan, de gevangen leider van de verboden Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Dat zei parlementsvoorzitter Numan Kurtulmuş deze week in een interview met het platform Independent Turkish.
Een parlementaire commissie, die sinds augustus werkt aan het juridische fundament voor het Koerdische vredesproces, kan volgens Kurtulmuş besluiten tot rechtstreekse gesprekken met Öcalan zodra er een meerderheid van drie vijfde is bereikt. “Als die meerderheid wordt behaald, kan de commissie die beslissing nemen,” aldus Kurtulmuş. Hij liet in het midden of hij zelf voorstander is van dergelijke gesprekken.
De mogelijkheid tot direct overleg met de PKK-leider, die sinds 1999 gevangen zit op het zwaarbeveiligde eiland İmralı, heeft de politieke gemoederen de afgelopen weken flink beziggehouden. Devlet Bahçeli, leider van de ultranationalistische MHP en belangrijke bondgenoot van de regerende AKP, pleitte begin oktober openlijk voor een bezoek van parlementsleden aan het gevangeniseiland. “Er is geen reden om te aarzelen,” zei hij. “De commissie moet indien nodig oog in oog spreken met Öcalan en zijn boodschappen rechtstreeks met het publiek delen.”
Van wapenstilstand naar wettelijk kader
De gesprekken maken deel uit van een bredere vredesinitiatie die Turkije sinds vorig jaar voert om het Koerdische vraagstuk aan te pakken. In mei kondigde de PKK aan zichzelf te zullen ontbinden, nadat Öcalan daartoe had opgeroepen. Twee maanden later volgde een symbolische ontwapeningsceremonie, waarmee een einde kwam aan een gewapende strijd die meer dan veertig jaar duurde en tienduizenden levens eiste.
De parlementaire commissie heeft de afgelopen maanden een breed scala aan betrokkenen gehoord: mensenrechtenorganisaties, academici, burgerbewegingen en de zogeheten ‘Vredesmoeders’. De voorbereidende hoorzittingen zijn inmiddels bijna afgerond. Eind oktober moet een wetsvoorstel naar het parlement worden gestuurd.
Volgens het Turkse persbureau Anka wordt het eerste voorstel een zogeheten kaderwet. Daarin wordt de PKK omschreven als “een organisatie die haar bestaan heeft beëindigd”. De wet moet de juridische status van voormalige strijders regelen en vormt de basis voor aanpassingen in onder meer de antiterreurwetgeving en het overgangsrecht. Een volgende stap zou kunnen zijn dat de Nationale Veiligheidsraad de PKK officieel van de lijst met terroristische organisaties schrapt.
‘Recht op hoop’ centraal in vredesproces
Een belangrijk twistpunt binnen het proces is het zogeheten ‘recht op hoop’. Dit principe, dat door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is erkend, stelt dat zelfs veroordeelden tot levenslange gevangenisstraf uitzicht moeten hebben op vrijlating.
Pro-Koerdische partijen, waaronder de DEM-partij, eisen dat Turkije dit principe toepast. Bahçeli suggereerde eerder dat Öcalan hierop aanspraak zou kunnen maken als hij de ontbinding van de PKK zou bewerkstelligen.
De Raad van de Europese Unie drong vorige maand in een tussenbesluit aan op stappen in die richting. Ook Öcalan zelf benadrukte na een ontmoeting met zijn advocaten op 13 oktober het belang van dit principe. “Het recht op hoop is fundamenteel,” verklaarde hij in een schriftelijke boodschap. “Deze last moet worden opgeheven. Het gaat om duizenden levens. Juridisch en politiek is dit noodzakelijk.”
‘Democratische integratie’ en vrouwenemancipatie
In zijn verklaring pleitte Öcalan voor een nieuwe juridische benadering die Koerden volledig opneemt in de democratische orde. “Echte vrede kan alleen bereikt worden als de wet iedereen omvat,” zei hij. Ook herhaalde hij zijn overtuiging dat genderongelijkheid aan de basis ligt van maatschappelijke en politieke problemen. Hij pleitte voor een socialistische benadering waarin vrouwenbevrijding centraal staat, en sprak zijn steun uit voor de ‘jineologie’, de door Koerdische bewegingen ontwikkelde wetenschap van vrouwen.
Met deze stap lijkt Turkije af te stevenen op een nieuw en mogelijk historisch hoofdstuk in het Koerdische vredesproces. Of de commissie daadwerkelijk met Öcalan om de tafel gaat, zal de komende weken blijken.

