Spanningen lopen op rond uitvoering van SDF-integratieakkoord
De Syrische interim-president Ahmed al-Sharaa uitte maandag scherpe kritiek op de trage uitvoering van het akkoord van 10 maart, dat voorziet in de integratie van de door Koerden geleide Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) in de staatsstructuren. Volgens Sharaa zou de vertraging te maken hebben met “decentralisatie-ambities” die hij omschreef als een dekmantel voor verdeeldheid.
Tijdens zijn toespraak op de Concordia Annual Summit in New York waarschuwde Sharaa dat het in stand houden van de huidige SDF-structuur kan leiden tot grootschalige conflicten die niet alleen Syrië, maar ook Irak en Turkije in gevaar zouden brengen.
Discussie over ‘integratie’
Hoewel het akkoord gedeeltelijk is uitgevoerd, botsen Damascus en de SDF over de interpretatie van het begrip “integratie”. De SDF wil als eenheid toetreden tot de Syrische strijdkrachten, terwijl de Syrische staat de voorkeur geeft aan een individuele opname van Koerdische strijders in het leger.
Een dag eerder had de Democratische Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië (DAANES) beschuldigingen van separatisme nog krachtig verworpen. De administratie benadrukte in een verklaring dat zij “nooit een officiële oproep tot afscheiding” heeft gedaan en dat dergelijke aantijgingen ongegrond zijn.
Omstreden bevolkingscijfers
Sharaa beweerde verder dat Arabieren de overgrote meerderheid vormen in het noordoosten van Syrië, met naar schatting 70 tot 75 procent van de bevolking, tegenover 25 procent Koerden. Onafhankelijke schattingen geven echter aan dat er tussen de 2,5 en 3,6 miljoen Koerden in Syrië leven – ongeveer 10 procent van de totale bevolking. Zij vormen daarmee de grootste niet-Arabische minderheid in het land, vooral geconcentreerd in Rojava.
Kritiek op nieuwe grondwet
Eerder dit jaar ondertekende Sharaa een constitutionele verklaring met 53 artikelen. Daarin werd vastgelegd dat de president van Syrië een Arabische moslim moet zijn, Arabisch de enige officiële taal blijft en de naam Syrische Arabische Republiek gehandhaafd wordt. Koerdische partijen hebben dit document scherp bekritiseerd omdat het hun etnische identiteit negeert en de macht centraliseert, wat volgens hen sterk doet denken aan de Arabiseringspolitiek van het Ba’ath-regime.

