Sheikh Ubeydullah en de Koerdische opstand van 1880: religie, identiteit en strijd
Sheikh Ubeydullah (1826–1883), ook wel Sayyid Ubeydullah van Nehri, stamde uit de invloedrijke Şemdinan-familie in het Van-gebied, met aanzienlijke landgoederen (tot 200 dorpen) en een hechte band met de Naqshbandi-Sufi‑orde. Zijn familie claimde afkomst van de profeet Mohammed via zijn dochter Fatima, waardoor ze de titel Sayyid (Arabisch voor ‘meester’) droegen en een enorme religieuze en sociale invloed genoten. Hij volgde zijn oom Sheikh Salih op als leider van de Naqshbandi‑orde en verwierf erkenning als geestelijk leider onder Koerdische stammen in zowel het Ottomaanse rijk als Qajar‑Iran

Tijdens de Russisch‑Ottomaanse oorlog (1877–78) mobiliseerde Sheikh Ubeydullah duizenden strijders in naam van een islamitische jihad tegen de Russen, gesteund door sultanaatsschakels die hem moderne geweren leverden. Hoewel hij militair geen grote successen boekte, verhoogde dit zijn aanzien als fabrikant van politieke macht in de regio.
In zijn eigen woorden legde hij zijn visie bloot:
“De Koerdische natie, bestaande uit meer dan 500 000 families, is een apart volk… Wij zijn ook een volk apart… anders zal heel Koerdistan zijn eigen weg gaan, omdat zij het voortdurende kwaad en de onderdrukking niet langer kunnen verdragen door de Perzische en Ottomaanse regeringen.”
Dit citaat toont hoe hij religie, identiteit, autonomie en leiderschap verweefde in zijn streven naar een Koerdische politieke entiteit. Hij stond bekend als streng, principieel en onafhankelijke. Na de mislukte opstanden werd hij in 1882 gevangengenomen op druk van Europese mogendheden, eerst naar Istanbul gevoerd en vervolgens verbannen naar de Hejaz (hedendaagse Saoedi-Arabië), waar hij stierf in 1883.
Opstand van 1880
Hoewel de precieze datum onzeker is, erkennen wij symbolisch 1 september als jaarlijkse herdenkingsdag van Sheikh Ubeydullahs revolte. Dit omdat de beslissing om de opstand te beginnen in september 1880 werd gemaakt, maar er geen betrouwbare herleiding is naar welke exacte datum.
Achtergrond en aanleiding
Na de Russisch‑Ottomaanse oorlog en het Congres van Berlijn (1878) volgde een herverdeling van rechten in de regio: christelijke Armeniërs en Nestorianen kregen autonomie, iets wat Sheikh Ubeydullah verafschuwde. Hij zag dit als een bedreiging voor de Koerdische belangen en als een poging tot marginalisering van Koerdische islamitische gemeenschappen.
Branden stichten: van Ottomaans verzet tot revolte tegen Qajar-Perzië
In 1879 deed hij een eerste mislukte poging tegen het Ottomaanse gezag, te midden van een conflict tussen de Herki‑stam en de Kaymakam van Yüksekova. Hij riep zo’n 900 strijders op, onder leiding van zijn zoon Abdulkadir, maar de opstand werd snel neergeslagen wegens verraad en een vroegtijdige Ottomaanse interventie. Vervolgens verschoof Sheikh Ubeydullah zijn blik naar Qajar‑Perzië. In augustus 1880 verenigde hij circa 220 Koerdische stamleiders en mobiliseerde een macht van naar schatting 80 000 mannen, uitgerust met moderne Martini‑geweren.
De opmars vond plaats via drie gelederen:
- Onder leiding van zijn zoon Abdulkadir naar Mahabad,
- Onder zijn zoon Siddiq naar Maragheh,
- En een derde colonne van 5 000 man onder Sheikh Muhammad Said, zijn schoonzoon
De aanvankelijk succesvolle veroveringen van steden als Mahabad en Maragheh lieten de Perzische autoriteiten schrikken. Pogingen om Tabriz, een strategische stad, te veroveren mislukten; plundering was het alternatief. Een poging om Urmia te belegeren mislukte, met name door weerstand van de sjiitische bevolking. Binnen acht weken bereikten de Koerdische troepen hun plafond. Ze werden teruggedrongen door de Perzische legers, geholpen door Russische steun, en ingesloten aan de grenzen van het Ottomaanse rijk. Velen, mogelijk tussen de 60 000 en 70 000 Koerden, vluchtte terug naar Ottomaans grondgebied. Dit leidde tot grootschalige verwoesting en massale ontheemding rond Urmia.
Dynamiek en motieven
Het revolteproject werd geruggesteund door opportunistische allianties: aanvankelijk hadden zelfs Nestoriaanse christenen tijdelijk steun gegeven, aangemoedigd door beloftes van bescherming. Gebeurtenissen toonden een gecombineerde religieuze en nationalistische verzoeningsstrategie van Sheikh Ubeydullah, waarbij hij zelfs een fatwa uitsprak om Armeense slachtoffers te voorkomen in zijn opmars. Zijn beweging weerspiegelde het eerste moderne Kurdische nationalistische streven. Hoewel nog sterk tribaal georganiseerd, reflecteerde het verlangen naar autonomie een nieuwe kalk in de Koerdische identiteit die overstijgt traditionele grenzen.

Nasleep en hedendaagse impact
De opstand werd uiteindelijk onderdrukt. In 1882 verloor Sheikh Ubeydullah het vertrouwen dat hij via onderhandelingen iets zou bereiken en keerde terug naar Nehri. De Ottomaanse autoriteiten grepen in en arresteerden hem op druk van Europese machten vanwege zijn behandeling van Nestoriaanse christenen. Hij werd verbannen en overleed in ballingschap in de Hejaz (1883). De opstand kreeg echter niet alleen historische betekenis als mislukking, maar ook als begin van Koerdisch nationalisme. Sultan Abdülhamid II reorganiseerde het regiem via de creatie van de Hamidiye‑regimenten, een Koerdische militie bedoeld om Koerdische loyaliteit aan het rijk te versterken en tegelijk als buffer tegen christelijke minderheden te fungeren. Tegelijk voedde die strategie ernstige repressie, met name tegen Armeniërs.
Voor de hedendaagse Koerden is Sheikh Ubeydullah’s opstand symbolisch: het markeert het eerste gevecht voor een georganiseerde Koerdische entiteit, gekleurd door religie, zelfbeschikking en leiderschap. De herinnering voedt Koerdische identiteit en nationale geschiedenis, en beëindigt de mythe van passiviteit. Door dit te gedenken op 1 september, ook al is die datum niet historisch exact, verbinden we nu verleden en heden. We eren het moment dat religieuze en nationale verzet samensmolten, een echo die veerkracht en aspiratie ademt.

