SDF-commandant spreekt van ‘nieuw begin’ na MEPS-forum: Koerdische verhoudingen in beweging
In een interview dat de geopolitieke verhoudingen in Rojava en Koerdistan opnieuw kan herschikken, heeft Mazloum Abdi, bevelhebber van de Syrian Democratic Forces (SDF), gesproken van een “nieuw begin” in de relaties tussen de Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië (AANES) en Koerdistan.
Abdi’s woorden volgen op zijn opvallende aanwezigheid tijdens het Middle East Peace and Security (MEPS) 2025-forum in Duhok, waar hij samen met AANES-kopstuk Ilham Ahmed ontvangen werd door de hoogste politieke leiders van de Koerdische regio. Volgens Abdi ging het niet om een symbolische visite, maar om een strategische ontmoeting “die nieuwe relaties zal doen ontstaan”.
Warm onthaal in Duhok
In een uitgebreid gesprek met het in Istanbul gevestigde Mezopotamya Agency beschrijft Abdi hoe het bezoek in Duhok een doorbraak heeft opgeleverd in de soms gespannen verhoudingen tussen de Koerden in West-Koerdistan en Zuid-Koerdistan. Hij ontmoette onder anderen president Masoud Barzani, president Nechirvan Barzani en premier Masrour Barzani. De gesprekken waren “breed, actueel en noodzakelijk”, aldus Abdi.
Centraal stond de zoektocht naar Koerdische eenheid, een thema dat al decennia als metafoor voor Koerdische verdeeldheid door de regio waart. Daarnaast werd er gesproken over de trage onderhandelingen tussen de SDF en de Syrische regering in Damascus, waarbij de Koerdische leiders in Zuid-Koerdistan volgens Abdi “aandachtig luisterden” naar de Syrisch-Koerdische standpunten.
Van grensovergang naar wederopbouw
Dat de Sêmalka grensovergang een gevoelig onderwerp is, is geen geheim. Maar Abdi benadrukt dat de gesprekken in Duhok zich steeds meer verleggen van grenslogistiek naar economische samenwerking. Hij pleit ervoor dat de Koerdische regio een leidende rol speelt in de wederopbouw van Noord- en Oost-Syrië: “We zijn buren, en we zijn broeders.” Volgens hem toonde de Koerdische leiding zich bereid tot nauwere samenwerking.
Koerdische eenheid: optimisme en obstakels
Abdi uit tevredenheid dat Koerdische politieke organisaties de vredesbenadering van PKK-leider Abdullah Öcalan onderschrijven, maar hij wijst ook op diplomatieke blokkades. Een gezamenlijke Koerdische delegatie, gevormd tijdens een conferentie in mei, probeert al maanden toegang te krijgen tot Damascus. Syrië weigert echter, omdat het eerst militaire kwesties opgelost wil zien, een volgorde die Abdi betwist: politieke en constitutionele rechten mogen volgens hem niet wachten.
Diplomatie in Washington en Ankara
Het interview geeft ook een glimp achter de schermen van internationale diplomatie. Zo meldt Abdi dat de Amerikaanse gezant Tom Barrack hem heeft bijgepraat over een ontmoeting tussen de Syrische president Ahmed al-Sharaa en Donald Trump in het Witte Huis. Waar eerdere jaren gekenmerkt waren door harde retoriek uit Ankara, klinkt volgens Abdi nu vooral de roep om “een oplossing”.
Inpassing van de SDF in het Syrische leger
Een van de meest gevoelige dossiers is de toekomst van de SDF zelf. Abdi bevestigt dat er in Damascus een basisakkoord ligt over militaire integratie: de SDF zou als georganiseerde strijdmacht moeten worden opgenomen in het Syrische leger. Dat is volgens hem noodzakelijk om de erfenis van de strijd tegen IS veilig te stellen.
De uitvoering van het zogeheten 10-maartakkoord stagneert echter. Vertrouwenwekkende maatregelen, zoals de terugkeer van verdreven inwoners van Afrin of Serêkaniyê en de erkenning van schooldiploma’s uit de AANES, laten op zich wachten.
De constitutionele toekomst van Syrië
Toekomstmuziek is er ook: Syrië moet een nieuwe grondwet krijgen, stelt Abdi. Eerst zou de huidige constitutie worden aangepast om Koerdische rechten vast te leggen, daarna zou binnen enkele jaren een volledig nieuw staatsdocument opgesteld moeten worden. Essentieel is dat alle Syriërs vertegenwoordigd worden van Druzen tot Alawieten en van soennieten tot christenen.
Voor Abdi is dat de enige manier om tot een “algemeen, nationaal akkoord” te komen. Met het MEPS-forum achter de rug en de diplomatieke lijnen weer open, lijkt hij te hopen dat de recente dooi zich vertaalt in politieke vooruitgang. “Dit is een nieuw begin,” herhaalt hij. “Maar nu moeten de stappen nog worden gezet.”

