Regisseur Zardasht Ahmed over The Lions by the River Tigris: ‘Waarom deze film nu moest worden gemaakt’
Regisseur Zardasht Ahmed, een Koerdische filmmaker uit Suleymania die sinds de jaren 90 in Noorwegen woont, brengt met Lions of the River Tigris een menselijk en gelaagd verhaal uit het naoorlogse Mosul. In plaats van de bekende politieke frames kiest hij voor emotie, detail en het thema erfgoed: wat er verdwijnt wanneer oorlog niet alleen levens, maar ook geschiedenis en identiteit raakt. In dit interview vertelt Ahmed over zijn persoonlijke drijfveren, de lange zoektocht naar het hart van de film en de ethische en praktische grenzen van filmen in een stad die nog steeds littekens draagt. De film draait vanaf 12 februari 2026 in verschillende theaters en bioscopen. Voor de exacte locaties, kun je helemaal beneden vinden waar de film draait.
Meneer Ahmad, fijn dat je tijd voor ons kon maken. Stel jezelf voor, voor de mensen die je nog niet kennen.
Mijn naam is Zeradast Ahmad. Ik ben van oorsprong Koerd, uit Suleymania in het Koerdische deel van Irak. Ik woon sinds de jaren 90 in Noorwegen, nu ongeveer 30 à 31 jaar.
Welk gedeelte van jouw persoonlijke reis heeft je gevormd tot de regisseur die je nu bent?
We moesten in de jaren 90 allemaal vluchten, en natuurlijk heeft dat invloed gehad op hoe ik vandaag de dag denk. Ik kreeg een nieuwe kans in een ander land, in dit geval Noorwegen. Maar als je uit dat deel van de wereld komt, dan begrijp je de cultuur en alles wat daarmee samenhangt. Misschien is dat ook de belangrijkste reden dat ik films ben gaan maken, en dan vooral over Irak.

Waarom moest deze film, Lions of the River Tigris, gemaakt worden? Waarom dit verhaal en waarom nu?
Films zijn een uniek middel om iets uit te drukken en er licht op te laten schijnen. Goede films moeten uniek zijn, iets dat alleen jij kunt maken.
En voor mij geldt: zoals ik al zei, ik kom uit dat deel van de wereld. Mijn herinneringen liggen daar, niet per se in Mosul, maar we zijn opgegroeid in vrijwel dezelfde cultuur, omdat onze cultuur sterk lijkt op die van de mensen in Mosul.
Die erfenis en die geschiedenis houden mij ook bezig, omdat mijn voorouders hebben bijgedragen aan het opbouwen ervan. We komen uit die regio, en die geschiedenis hoort ook bij ons. Dus alles wat daarmee gebeurt, raakt mij vanzelfsprekend.

De titel van de film is zeer krachtig. Waarom Lions by the River Tigris? Wat symboliseert het voor jou?
De titel is gebaseerd op zowel de fysieke leeuwen, de leeuwen die in het marmer zijn uitgehouwen, als op hun symboliek. Ze staan voor bescherming, omdat leeuwen vroeger werden gezien als krachtige dieren die beschermen. In Babylon geloofde men bijvoorbeeld dat zulke leeuwen er waren om hen te beschermen. Dat gold ook in de Romeinse tijd en in andere culturen. Dat is dus de betekenis van de leeuwen.
Oudheden zijn daarnaast ook een symbool van leven in Irak. Irak wordt doorkruist door twee rivieren en werd daarom “het land tussen de twee rivieren” genoemd: Mesopotamië. Die rivieren geven leven aan miljoenen mensen.
En op een dieper niveau verwijst de titel ook naar de mensen die letterlijk opstaan uit het puin en proberen opnieuw op te bouwen wat er nog over is van het verleden. Denk aan meneer Fakhri en meneer Fadi: de violist en de verzamelaar, en ook de huiseigenaar, meneer Bashar.
Hoe besloot je om welk verhaal de film zou draaien en wat besloot je eruit te houden?
Natuurlijk ontwikkelde het verhaal zich gaandeweg. Ik heb meer dan drie jaar gefilmd, plus anderhalf jaar research gedaan. Ik begon al in 2020, tijdens COVID, maar tot eind 2021 was ik nog niet zeker van de verhaallijn. Tegen het einde van 2021 had ik alle drie de hoofdpersonen in de film.
Maar dan moet je nog steeds een verhaal maken: op welk deel ga je focussen, wat wordt het hart van de film? De leeuwen kwamen eigenlijk pas later, ongeveer twee tot tweeënhalf jaar in de productie. Toen werden de leeuwen het hart van de film, pas na twee jaar of meer werken en draaien.
We probeerden politieke vragen te vermijden en ook niet te blijven hangen bij wat Daesh (ISIS, red.) heeft gedaan, want iedereen in de wereld weet hoe bruut zij waren. In plaats daarvan wilde ik juist focussen op emotie, en het verhaal via die emotie vertellen. Zoals je ook merkt, leggen we veel nadruk op de details van deze mensen, de mens achter het verhaal, met die leeuw als centraal punt midden in de film.

Wat was het moeilijkste moment voor jou om te filmen en hoe ging je ermee om als mens, maar ook als regisseur?
Filmen in Mosul is altijd moeilijk. Filmen in Irak is sowieso lastig, omdat een camera niet iets is wat mensen prettig vinden op een plek die een oorlogsgebied is geweest. Veel mensen willen niet in beeld omdat ze bang zijn om herkend te worden, verkeerd gebruikt te worden, verkeerd geciteerd te worden, of bespioneerd te worden. Ook corrupte mensen willen niet dat ze aan het licht komen. Vrouwen willen vaak niet gefilmd worden. Al die dingen zijn uitdagingen.
Er was dus niet één specifiek probleem dat de film heel moeilijk maakte: Het zijn er veel. Maar ik ben een zeer ervaren filmmaker. Ik heb vaker gewerkt in vijandige en conservatieve gebieden en in plekken die door oorlog zijn getroffen, dus ik wist hoe ik hiermee om moest gaan.
In het begin was de politie in Mosul erg agressief. Maar toen ik eenmaal meer met de hoofdpersonen optrok, werd alles veel soepeler en oké, omdat ik dan als het ware onderdeel werd van de stad en het dagelijks leven. Mensen wisten dan niet meer wie je precies bent of wat je doet. Tegen 2022–2023 werd het ook beter in Mosul: de stad ging meer open voor journalisten, en je zag er steeds vaker (internationale) media aan het werk.
Toch blijft documentair filmen moeilijk, vooral omdat je vertrouwen moet opbouwen. Mensen doen de deur open en nodigen je uit, maar er zijn altijd lagen. Je moet door die lagen heen, totdat ze je écht volledig vertrouwen. Dat was de grootste uitdaging: dat punt bereiken. En gelukkig was ik al vroeg in het proces aanwezig.
Welke ethische grenzen hield je het meest in de gaten tijdens het filmen van kwetsbare mensen of gevoelige situaties?
Werken in een naoorlogsgebied, een oorlogszone of een voormalig oorlogsgebied is altijd een uitdaging. De ethische vraag is dan bijvoorbeeld: als je het verhaal van Bashar naar buiten brengt, kost het tijd voordat hij begrijpt waarom je dit doet en aan welke kant je staat.
Daarom moet je goed nadenken over hoe je hem introduceert. Als ik in dit soort gebieden film, sta ik altijd aan de kant van mijn personages. Ik ben daar niet ‘neutraal’, want er bestaat geen echte neutraliteit in film. Ik sta aan hun kant en breng hún verhaal naar buiten. Voor mij was het dus heel belangrijk om die lijn vast te houden.
Een ander punt is dat het personage van Fakhri heel gevoelig ligt. Je moet zorgvuldig balanceren hoeveel je hem, via die leeuwen, neerzet als iemand die Bashar van streek maakt. Als je die balans niet goed vindt, kan hij in de film makkelijk overkomen als een soort schurk: iemand die geen rekening houdt met Bashars gevoelens.
Maar ik denk dat we dat goed hebben aangepakt. Uiteindelijk zie je dat hij ook oprecht gepassioneerd is over die leeuwen. En hij beseft dat zijn doel niet alleen is om ze te hebben, maar ook om ze te beschermen. Dat was de grootste uitdaging: werken met Fakhri en die juiste balans vinden.
Wat waren de grootste praktische uitdagingen (toegang, veiligheid, logistiek) en hoe heb je die overwonnen?
Ik denk dat ik deze vraag eerder al heb beantwoord, maar misschien kan ik dan ingaan op wat je eigenlijk bedoelde: welk moment in de film voor mij emotioneel het moeilijkst was.
Dat was vooral wanneer ik bij Bashar was. Drie of vier keer was het heel moeilijk om zijn emoties van dichtbij mee te maken. Vooral de momenten met zijn vader, en die regenachtige dag waarop het huis van de buren instortte. Het was hartverscheurend om zowel de oude man als Bashar te zien, vader en zoon, op weg naar het huis, zonder te weten wat ze zouden aantreffen, wat hen te wachten stond. Voor mij was dat heel zwaar om bij te zijn.
Ook is er een scène aan het einde, waarin Bashar alleen in het huis zit en tegen zichzelf praat over hoe dit huis nog ‘leeft’. Dat moment raakte me enorm; ik zie het nog steeds voor me.
Daarnaast was het moeilijk om in de oude stad te zijn en te zien hoe deze prachtige historische wijk is gebombardeerd en verwoest. Al dat werk dat door de eeuwen heen is opgebouwd, sommige huizen zijn 800 jaar oud, 700 jaar oud, sommige 500 jaar. Generatie op generatie is het doorgegeven. Ook het museum was voor mij heel moeilijk, vooral toen ik daar binnen was. Het voelde vreemd en ik was diep geraakt toen ik zag dat enorme reliëfs in duizenden stukken waren geslagen. Veel objecten waren simpelweg weg. Dit soort momenten waren heel zwaar.
En praktisch gezien waren er, zoals ik eerder zei, ook problemen: de politie die je steeds aanhoudt, waardoor je constant alert moet zijn en probeert niet steeds stilgezet te worden. Vrouwen willen vaak niet gefilmd worden; je moet daar altijd voorzichtig mee omgaan en soms levert dat lastige situaties op. In het begin waren mensen bovendien erg bang. Sommigen probeerden zelfs de camera weg te trekken. Ze waren vijandig tegenover de camera, omdat ze niet lang daarvoor onder ISIS/Daesh hadden geleefd, waar camera’s werden gebruikt om te bespioneren. Ze dachten dat iedereen met een camera een spion was en dat die gedood moest worden. Dus ja, dat waren de praktische problemen.
Wat hoop je dat kijkers begrijpen nadat ze de film hebben gezien, wat moet er de volgende dag bij hen blijven hangen?
Ik maak films om empathie op te bouwen voor verschillende onderwerpen. In dit geval gaat het ook om een recht, een mensenrecht, om erfgoed te beschermen: historische plekken en objecten, cultuur, al die dingen die helaas tijdens oorlog ook verloren gaan. Naast mensen, dieren, planten, land en huizen gaat ook dit in vlammen op. Ik wil daar aandacht op vestigen: dit erfgoed is ook belangrijk. We moeten het beschermen, we moeten ons ervan bewust zijn, en we moeten na de oorlog ook proberen degenen die deze schade veroorzaken ter verantwoording te roepen.
Daarnaast probeer ik bruggen te bouwen: een film maken in een internationale taal, een taal die iedereen begrijpt. Veel mensen weten weinig over Irak: over de verschillende bevolkingsgroepen, de cultuur, en de achtergrond waar ik zelf ook vandaan kom. Op die manier is film een manier om verbinding te maken en verhalen van daar naar hier te brengen, om te laten zien dat mensen overal mensen zijn. Ze hebben dezelfde interesses, dezelfde gevoelens, dezelfde emoties.
Dat is voor mij niet altijd een direct uitgesproken doel, maar meer een doel “tussen de regels door”. Ik merk dat vooral wanneer ik met de film op screenings ben en na afloop met het publiek praat, bijvoorbeeld tijdens Q&A’s. Dat is het spel, dat is het punt.

Sinds de release, welke reactie, lof of kritiek, heeft je het meest geraakt, en waarom?
Ik denk dat de reacties in het algemeen heel positief zijn geweest. De meeste mensen waarderen de film, vooral omdat ze zo’n verhaal niet van ons verwachten. Het is een plek waar mensen vaak al een negatief beeld bij hebben, door alles wat er is gebeurd. In die zin waren de reacties goed.
De kritiek ging vooral over bepaalde scènes: hoe ik omging met die confrontaties, bijvoorbeeld met de kinderen en die man die spullen verzamelde. Of dingen in scène waren gezet, zoals: had ik hen gevraagd om die pakken te dragen, en dat soort vragen. Sommige mensen dachten dat het geënsceneerd was, maar ik heb dat nooit gedaan.
Die vechtpartij met de straatvegers gebeurde echt; ik was erbij en het gebeurde voor mijn ogen. Ik probeerde hem weg te duwen zodat hij die man niet zou slaan, omdat hij hem bijna op zijn hoofd wilde raken. De ander wilde terugslaan, enzovoort. Gelukkig raakte niemand gewond.
Maar goed, dat soort vragen vormden vooral de kritiek. Over het geheel genomen waren de reacties positief.
Welke boodschap zou je aan het publiek willen meegeven?
Ik denk dat ik bij de vorige vraag al een deel van de boodschap heb genoemd. Het gaat erom aandacht te vragen voor de rechten die mensen hebben. In oorlogstijd moeten we dat duidelijk benoemen, erover spreken, en proberen druk uit te oefenen op overheden en organisaties, zodat zij ervoor zorgen dat de partijen in een oorlog of conflict, organisaties, groepen, milities, het erfgoed met rust laten.
Want dit erfgoed vertelt ons over ons verleden: het is onderdeel van onze cultuur, onderdeel van de menselijke cultuur, en een schat van de mensheid. Dat is het belangrijkste doel: dat het publiek er meer over weet, kritischer wordt over dit soort vernietiging, en ook een verhaal deelt uit een plek waar men niet vaak op een positieve manier over hoort. Dat is wat ik vooral wilde benadrukken en zichtbaar maken.
Wat in zijn antwoorden steeds terugkomt, is een duidelijke boodschap: het beschermen van cultureel erfgoed is geen bijzaak, maar onderdeel van menselijke waardigheid, juist in oorlogstijd. Ahmed ziet film als een manier om empathie te bouwen en bruggen te slaan, zodat het publiek niet alleen “het conflict” ziet, maar ook de mensen, hun verlies en hun poging om iets overeind te houden. Met Lions of the River Tigris wil hij kijkers achterlaten met een scherpere blik op verantwoordelijkheid, herstel en wat er op het spel staat wanneer een verleden in puin valt. De film is vanaf 12 februari 2026 te zien in de volgende bioscopen, informeer op de website van de theater of bioscoop naar de exacte datum en tijd:
| Cinema de Vlugt | Het Ketelhuis | Luxor Zutphen | Mimik Deventer |
| LantarenVenster met speciaal AFFR (op 11/2) | Lumière Maastricht | Filmtheater Hilversum | Focus Arnhem |
| Forum Groningen | De Balie | Louis Hartlooper Complex (voorpremiere) Utrecht | Slachtstraat theater Utrecht |
| Chassé Breda 18/2 | Lux Nijmegen | Filmhuis Den Haag | Fraterhuis Zwolle |
| Filmhuis Oosterbeek |


