Raad van Europa eist vrijlating Demirtaş en hekelt politieke detenties in Turkije
Het Comité van Ministers van de Raad van Europa heeft tijdens zijn 1537e bijeenkomst van 15 tot 17 september Turkije scherp bekritiseerd voor het niet uitvoeren van de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak van Selahattin Demirtaş. Het comité herinnerde eraan dat het Hof al eerder oordeelde dat Demirtaş en andere gekozen parlementariërs zonder voldoende bewijs en om politieke redenen zijn vastgezet. Volgens het Hof zijn daarmee de rechten op vrije meningsuiting en politieke vertegenwoordiging geschonden.
Aanmaning tot vrijlating en hervormingen
De ministers drongen er bij Turkije op aan de uitspraken van het Hof volledig uit te voeren, inclusief de onmiddellijke vrijlating van Demirtaş en het beëindigen van politiek gemotiveerde detenties. De voortdurende gevangenschap van Demirtaş, ondanks de uitspraak van het Hof in 2020 die zijn detentie illegaal verklaarde, blijft volgens de Raad van Europa de geloofwaardigheid van het verdragssysteem en de rechtsstaat ondermijnen.
Internationale druk op Ankara
Demirtaş, een prominente Koerdische politicus en voormalig presidentskandidaat, zit sinds 2016 vast op aanklachten die internationaal als politiek gemotiveerd worden beschouwd. Het comité benadrukte dat Turkije, als stichtend lid van de Raad van Europa, verplicht is zich te houden aan de verdragen. Bij blijvende weigering dreigen verdere juridische en politieke consequenties die Turkije’s positie binnen de Raad en de internationale gemeenschap ernstig kunnen schaden.

