>>> Raad van Europa. Foto: Council of Europe/Alban Hefti

Raad van Europa dringt opnieuw aan op invoering ‘Recht op Hoop’ in Turkije

De Raad van Europa Comité van Ministers heeft tijdens zijn mensenrechtenvergadering van 15 tot 17 september stevige kritiek geuit op Turkije. Het comité herinnerde Ankara eraan dat het land in september 2024 één jaar kreeg om het zogenoemde “Recht op Hoop” toe te passen in de zaken van Abdullah Öcalan en drie andere levenslang veroordeelde Koerden. Dit recht houdt in dat ook bij een verzwaard levenslang vonnis een mechanisme moet bestaan waarmee de straf na verloop van tijd kan worden herzien.

Regret en oproep tot actie
Het comité sprak zijn diepe spijt uit dat Turkije tot nu toe geen wetgevende of andere maatregelen heeft genomen om zijn wetgeving in lijn te brengen met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Daarbij benadrukte het comité dat elk land verplicht is uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volledig en tijdig uit te voeren. Turkije werd opgeroepen om zonder verdere vertraging met een oplossing te komen.

Aanbevolen mogelijkheden
Volgens het comité kan Turkije verschillende opties benutten om aan de verplichtingen te voldoen. Zo kan het parlement bestaande wetsvoorstellen aannemen die voorzien in een herzieningsmechanisme voor levenslange straffen, of kan het gebruikmaken van nieuwe initiatieven zoals de “Nationale Solidariteits-, Broederschaps- en Democratiecommissie.” Ook werd Turkije aangemoedigd om inspiratie te halen uit andere Europese landen die wel een dergelijk systeem hebben ingevoerd.

Deadline voor Turkije
Het comité gaf Turkije tot eind juni 2026 om concrete stappen te rapporteren. Daarmee houdt de Raad van Europa druk op de ketel om het “Recht op Hoop” daadwerkelijk te implementeren en zo ook de situatie van Öcalan en andere gedetineerden met een verzwaard levenslang vonnis juridisch toetsbaar te maken.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring