Proces in Nederland tegen Syriër wegens misdaden tegen de menselijkheid begonnen
In Nederland is woensdag het proces begonnen tegen een Syrische verdachte die wordt beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid. De man zou zich in het verleden schuldig hebben gemaakt aan marteling, seksueel geweld en verkrachting van gevangenen, in een periode waarin hij werkte voor een gewapende groepering die gelieerd was aan het Ba’ath-regime.
Verdachte ontkent alle beschuldigingen
De 57-jarige verdachte, aangeduid als Rafiq A., wordt in totaal verdacht van 25 feiten die betrekking hebben op mishandeling van negen personen, meer dan tien jaar geleden. Tijdens de eerste zitting ontkende hij alle aanklachten. Hij verklaarde dat de beschuldigingen volgens hem niet kloppen en stelde dat er sprake zou zijn van een samenzwering tegen hem.

Bijzondere betekenis van de zaak
De zaak geldt als een belangrijk juridisch moment in Nederland. Het is de eerste keer dat in het land een proces wordt gevoerd over misdrijven die worden toegeschreven aan groepen die het Ba’ath-regime ondersteunden. Daarnaast is het ook de eerste keer dat het Openbaar Ministerie in Nederland seksueel geweld in deze context aanmerkt als misdaad tegen de menselijkheid.
Rol binnen ondervragingseenheid
Volgens de aanklacht gaf de verdachte tussen 2013 en 2014 leiding aan een ondervragingseenheid die verbonden was aan de National Defense Forces in de stad Salamiyah, op het platteland van Hama. In die functie zou hij betrokken zijn geweest bij ernstige schendingen tegen gevangenen. De verdachte kwam in 2021 naar Nederland als asielzoeker. In december 2023 werd hij door de Nederlandse autoriteiten aangehouden. Sindsdien loopt het strafrechtelijk traject tegen hem verder.
Proces loopt door tot eind mei
De rechtszaak zal naar verwachting doorgaan tot het einde van mei. Een uitspraak wordt in juni verwacht. Als de verdachte schuldig wordt bevonden, kan hem een levenslange gevangenisstraf boven het hoofd hangen. De zaak wordt behandeld op basis van het principe van universele rechtsmacht. Dat betekent dat ernstige internationale misdrijven in Nederland vervolgd kunnen worden, ook als ze buiten het land zijn gepleegd. Daarmee onderstreept deze zaak opnieuw dat verdachten van zware oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid ook buiten het land waar de feiten plaatsvonden ter verantwoording kunnen worden geroepen.

