>>> Oprichters van de PKK. Foto: Banner by Koerdistan Vandaag

PKK (1978–2025): van studentencel tot ontbinding, 47 jaar strijd, ideologie en erfenis

Vandaag, 27 november, is het precies 47 jaar geleden dat in het dorp Fîs bij Lice (Amed/Diyarbakır) een kleine groep studenten rond Abdullah Öcalan een congres hield dat de geboorte werd van de Partiya Karkerên Kurdistan, de PKK. We markeren die datum omdat de PKK decennialang het middelpunt was van de Koerdisch-Turkse strijd én omdat de organisatie in 2025 een historisch einde aankondigde aan haar gewapende bestaan. In dit stuk bieden we een strikt historische analyse: we beschrijven wie de PKK oprichtten, welke ideeën haar dreven, wat zij in politiek-maatschappelijke zin teweegbracht en hoe en waarom zij dit jaar besloot te ontbinden.

Van ‘Apocu’ naar partij: het ontstaan (1973–1984)
De wortels liggen in de vroege jaren zeventig aan de Universiteit van Ankara, waar een Koerdische studentenkring onder leiding van Abdullah Öcalan, beïnvloed door de linkse oppositie van die tijd, zich afsplitste van de Turkse linkerzijde en de Koerdische kwestie centraal stelde. Na jaren van ondergrondse organisatie en confrontaties in Zuidoost-Turkije hield de groep op 27–28 november 1978 haar oprichtingscongres in Fîs (bij Lice). Daar werd een manifest aangenomen (Kürdistan Devriminin Yolu), een voorlopig kader neergelegd en Öcalan tot secretaris-generaal gekozen; 22 afgevaardigden werden als eerste leden genoteerd. In 1979 weken sommigen van de leiderschap uit naar Syrië en Libanon, waar zij (mede via Palestijnse kampen) training en infrastructuur opbouwden om de partij voort te zetten. De Tweede Partijconferentie (Daraa, Syrië, 1982) legde de weg naar een guerrillafase; op 15 augustus 1984 begon de openlijke opstand met aanvallen in Eruh en Şemdinli.

Abdullah Öcalan, handenschuddend met een aantal PKK-strijders

Ideologische bron en latere koerswijziging
De PKK werd geboren uit een mix van Koerdisch nationalisme en marxistisch-leninistische strijdtheorie, met ecosocialistische en maoïstische invloeden die in de jaren zeventig gangbaar waren in antikoloniaal denken. In de jaren 2000 verschoof de denkwereld rond Öcalan richting “radicale democratie” en “democratisch confederalisme”: een niet-statelijke bestuursvisie die lokale autonomie, meervoudige identiteit, ecologie en vrouwenemancipatie centraal stelt. Vrouwenorganisaties en een eigen vrouwenstrijdmacht (YJA-Star) kregen hierin een prominente plaats. Deze koersbreuk maakte dat het oorspronkelijke streven naar een onafhankelijke staat werd vertaald naar zelfbestuur en participatieve democratie in en over grenzen heen.

Wie, waar en hoe: de oprichters en het eerste kader
Tot de vroege kring behoorden naast Öcalan figuren als Cemil Bayık, Haki Karer, Kemal Pir, Mazlum Doğan, Mehmet Hayri Durmuş en Duran Kalkan; het congres in Fîs (1978) stelde een voorlopig centraal comité samen en wees aan waar kaders moesten gaan werken. De congresnotities (zoals gereconstrueerd in academisch onderzoek) noemen 22 aanwezigen, onder wie ook Sakine Cansız. De repressie na de Turkse coup van 1980 trof vervolgens een groot deel van deze eerste generatie; anderen weken uit naar Syrië/Libanon en bouwden daar de militaire en organisatorische ruggengraat uit.

“Om de rechten van de Koerden te verdedigen”: zelfverklaarde doelstelling en wat er feitelijk veranderde
De PKK presenteerde haar ontstaan als een reactie op de ontkenning en onderdrukking van Koerdische taal, cultuur en politieke participatie in Turkije; in die zin stelde de beweging dat zij was opgericht om de rechten van de Koerden te verdedigen en te beschermen. Feitelijk begon de grootschalige opstand pas in 1984, en evolueerden de doelen: van een onafhankelijke staat naar (ruimer) culturele en politieke rechten en vormen van democratische autonomie. Intussen wijzigde ook het Turkse staatskader: EU-“harmonisatiepakketten” (2002–2004) stonden beperkte Koerdischtalige les en media-uitingen toe en in 2009 startte TRT Kurdî, het eerste staatskanaal in het Koerdisch. Deze openingen waren ongelijk en vaak omstreden, maar markeerden wel een breuk met eerdere, algehele verboden.

Wat de PKK (mede) teweegbracht en de tol van het conflict
Politiek dwong de PKK-opstand de Koerdische kwestie blijvend op de Turkse en internationale agenda, creëerde zij nieuwe vormen van Koerdische organisatie (jeugd-, vrouwen- en diasporanetwerken) en bracht zij ronden van onderhandelingen en wapenstilstanden tot stand (1993; 1999–2004; 2013–2015). Tegelijkertijd kostte het conflict tienduizenden levens, leidde het tot zware mensenrechtenschendingen vanuit de Turkse staat richting de Koerden en massale verwoestingen in de Koerdische regio in Turkije. Internationaal bleef de PKK wereldwijd op terreurlijsten staan, wat legale politieke mogelijkheden beperkte en diplomatie complex maakte.

Van staakt-het-vuren naar ontbinding (2025): waarom, hoe, waar
In februari 2025 deed Öcalan (vanuit zijn gevangenis op Imrali) een openbare oproep aan de PKK om de wapens neer te leggen en de organisatie te ontbinden. Op 1 maart volgde een onmiddellijk staakt-het-vuren; begin mei hield de PKK haar 12e congres in de “Media Defence Zones” (Qandil-gebied in Noord-Irak), waar zij een einde aan de gewapende strijd en de ontbinding van de organisatie besloot. Op 12 mei werd dat publiek gemaakt; Turkse autoriteiten spraken van een “historische” stap. Analisten wezen op meerdere drijfveren: de kosten en uitzichtloosheid van het gewapende conflict, veranderde regionale verhoudingen (m.n. Syrië/Iraq), de wens om Koerdische eisen via legale politiek na te streven en binnenlandse politieke berekening in Ankara.

De PKK werd op 12 mei publiekelijk opgeven. Foto: ANF News

Na de ontbinding: wat is de “huidige staat” van de PKK?
De ontbinding is een proces, geen schakelaar. In de zomer en herfst van 2025 zagen we symbolische ontwapening in Iraaks Koerdistan (wapensverbranding bij Dukan/Jasana), vervolgens een georganiseerde terugtrekking van strijders uit Turkije naar Noord-Irak, en discussie in Ankara over juridische kaders voor re-integratie. Tegelijk benadrukten betrokken regeringen en actoren (Turkije, Irak, EU/VS) dat aan terrorismelabels, vervolgingen en veiligheidskaders niet één-twee-drie iets verandert. De Syrisch-Koerdische formaties die ideologisch op Öcalan leunen (zoals de SDF/YPG) verklaarden dat hun positie niet automatisch onder de PKK-besluiten valt; een extra laag complexiteit. Politiek blijft Öcalan, ondanks zijn detentie, als referentiepunt functioneren binnen de lopende gesprekken. De komende maanden/jaren zal blijken of internationaal recht, binnenlandse hervormingen en regionale afspraken genoeg houvast bieden om de stap van “wapens” naar “woorden” duurzaam te maken.

Wat blijft er over na 47 jaar?
Historisch gezien was de PKK een voortuig waarmee een generatie Koerden taal, cultuur en politieke rechten claimde in een context van ontkenning en waarmee tegelijk een gewapende strijd ontstond die diepe littekens trok. Ideologisch schoof de beweging op van klassiek revolutionair socialisme naar een radicaal-democratisch raamwerk waarin autonomie, ecologie en vrouwenemancipatie sleutelwoorden werden. In 2025 koos zij, onder zware binnen- en buitenlandse prikkels, voor een exit uit de gewapende strijd en ontbinding als organisatie. Of deze wending een duurzame politieke oplossing dichterbij brengt, hangt niet alleen af van ex-PKK-kaders, maar vooral van de ruimte die staten en samenlevingen bieden voor vreedzame participatie, gelijke rechten en waarheidsvinding over het verleden. Dat is de maatstaf waarlangs de komende jaren in Turkije, Irak en Syrië zullen worden beoordeeld.

Met de opheffing, verbranding en terugtrekking van de PKK is er een einde gekomen aan een jarenlange strijd tussen de Turkse staat en de PKK

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring