Peter Hegseth: geen einddatum voor oorlog tegen Iran, Pentagon vraagt extra miljarden
De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth heeft donderdag gezegd dat er geen vast tijdpad is voor het beëindigen van de Amerikaanse en Israëlische oorlog tegen Iran, die inmiddels de derde week ingaat. Volgens Hegseth wil Washington bewust geen harde deadline zetten. Het moment waarop de operatie stopt, hangt af van wanneer president Donald Trump vindt dat de belangrijkste doelen zijn bereikt.
‘Operaties liggen op schema’
Tijdens een persconferentie stelde Hegseth dat de militaire operatie “op schema” ligt. Hij benadrukte dat het bekendmaken van een strak tijdsframe volgens hem niet verstandig is, omdat dit tegenstanders informatie geeft en de operationele ruimte beperkt.
Meer dan 200 miljard dollar aan extra financiering besproken
Hegseth ging ook in op berichten dat het Pentagon bij het Congres meer dan 200 miljard dollar aan extra budget zou willen aanvragen om de oorlogsinspanning voort te zetten. Hij gaf aan dat het bedrag kan veranderen, maar onderstreepte dat de oorlog grote financiële middelen vereist. Het ministerie van Defensie wil volgens hem met volksvertegenwoordigers samenwerken om financiering veilig te stellen voor lopende en mogelijke toekomstige operaties.
Generaal Caine: A-10’s ingezet rond de Straat van Hormuz
Generaal Dan Caine, de hoogste Amerikaanse militair, sprak tijdens dezelfde briefing over het ingezette materieel. Hij zei dat A-10 Thunderbolt II-toestellen actief worden gebruikt tegen snelle aanvalsboten in en rond de Straat van Hormuz. Die zeestraat is strategisch cruciaal voor de wereldwijde energiehandel en geldt sinds het begin van de oorlog als sterk ontregeld door de veiligheidssituatie.
Escalatie vraagt om steeds grotere inzet
De verklaringen van Hegseth en Caine laten zien dat de oorlog in omvang en intensiteit verder uitbreidt, met een groeiende militaire en financiële betrokkenheid van de Verenigde Staten. Voor landen in de regio, waaronder Irak en de Koerdische Regio, blijft de impact groot door risico’s voor lucht- en scheepvaartroutes, energie-infrastructuur en algemene stabiliteit.

