Parlementscommissie bespreekt Rojava en aanvallen op de Koerdische Regio
Rondetafelgesprek in Den Haag
Afgelopen woensdag besprak de vaste Commissie Buitenlandse Zaken in het Nederlandse parlement de situatie in Noordoost-Syrië (Rojava) en de aanvallen op de Koerdistan-regio door door Iran gesteunde Iraakse milities. De rondetafelbijeenkomst in de Tweede Kamer richtte zich op de situatie in Noordoost-Syrië, met betrekking tot de humanitaire nood, schendingen van mensenrechten en ontsnapte ISIS-strijders. De bijeenkomst werd bijgewoond door parlementsleden van verschillende Nederlandse politieke partijen, waaronder D66, VVD, GroenLinks-PvdA, CDA en ChristenUnie.
Aanleiding van het gesprek
Het gesprek vond plaats naar aanleiding van de hevige gevechten in januari tussen de Syrische regering en de Koerden. De gevechten stopten nadat op 29 januari een akkoord werd bereikt tussen de Koerdische SDF en Damascus, waarbij de Koerden 80 procent van het grondgebied dat zij in handen hadden verloren. Ook vonden er meerdere mensenrechtenschendingen tegen Koerden plaats. Tijdens het gesprek werd ook de situatie in Iraaks Koerdistan besproken.
KRG uit zorgen over aanvallen op de Koerdische regio
Delavar Ajgeiy, de vertegenwoordiger van de Koerdistan Regionale Regering (KRG) bij de EU, gaf aan dat de Koerdistan-regio de Iraakse premier Mohammed Shia’ al-Sudani heeft verzocht de aanvallen op de Koerdische regio te stoppen.
“Wij zijn aangevallen door meer dan 250 drones en raketten [sinds 28 februari], alleen in de Koerdische regio, niet in andere delen van Irak. Deze drones werden voornamelijk gelanceerd door de sjiitische milities in Mosul, in Kirkuk en andere plaatsen buiten de KRG,” zei hij.
Hij benadrukte dat zij niet alleen Amerikaanse bases hebben aangevallen, “maar ook onze Peshmerga-troepen op veel plaatsen.”Ajgeiy zei dat de president van de Koerdische regio, Nechirvan Barzani, de Iraakse premier al-Sudani heeft gevraagd alles te doen wat mogelijk is om deze aanvallen op de Koerdische regio te stoppen.
“Als ze daarmee doorgaan, kan dat gevolgen hebben voor hen en ook voor de regio, voor ons. Stabiliteit is natuurlijk het belangrijkste, evenals de bescherming van ons volk.”De KRG-functionaris onderstreepte ook dat de Koerdische regio geen deel uitmaakt van het conflict tussen Iran en de Verenigde Staten.
“De Koerdische regio zal geen deel uitmaken van het conflict. Voor ons heeft het beschermen van ons volk de hoogste prioriteit, evenals het behouden van vrede met onze buren. We zullen geen enkele dreiging vanuit ons grondgebied tegen onze buren toestaan. Dit is ons officiële standpunt.”

Van Wilgenburg over droneaanvallen en ISIS-gevaar
Wladimir van Wilgenburg, journalist en expert woonachtig in Iraaks Koerdistan, sprak via een videoverbinding en gaf ook aan dat hij graag persoonlijk aanwezig was geweest in de Tweede Kamer, maar dat er door de oorlog tussen Iran en de Verenigde Staten momenteel geen vluchten mogelijk zijn.
“Hier in Koerdistan vinden dagelijks droneaanvallen plaats op Amerikaanse bases en op Koerdische oppositiepartijen uit Iran. Vanochtend werd bovendien een lid van de Iraanse Koerdische Komala-partij gedood door een Iraanse drone.” In zijn toespraak besteedde hij ook aandacht aan het feit dat op 7 februari ongeveer 6.000 buitenlandse ISIS-families ontsnapten uit het Al-Hol-kamp, nadat de Syrische regering de Koerden had verdreven, en dat er bovendien 25 Nederlandse mannelijke jihadistische strijders vrij rondlopen in Syrië.
“De ontsnapping van ongeveer 6.000 aan ISIS gelinkte vrouwen en kinderen uit al-Hol vormt een potentiële bedreiging voor Europa, ook al zitten de mannelijke strijders voorlopig veilig in Irak. Er zaten rond de 24.000 vrouwen en kinderen in het al-Hol-kamp,” zei hij. Amerika heeft in januari rond de 6.000 ISIS-strijders naar Irak gebracht, maar de buitenlandse ISIS-vrouwen zitten nog in Syrië.
“Rond 2.000 mensen zijn overgeplaatst naar een kamp in Aleppo, maar het merendeel is ontsnapt. In het Roj-kamp, dat nog onder Koerdische controle staat, verblijven naar schatting nog zo’n 2.000 vrouwen en kinderen. Het is onduidelijk of er ook Nederlandse vrouwen in het Roj-kamp zijn; wel is bekend dat twee Nederlandse vrouwen in het al-Hol-kamp zaten, die nu waarschijnlijk in Idlib verblijven.”
Hij gaf aan dat Nederland druk zou kunnen uitoefenen op de Nederlandse regering om Nederlandse mannelijke buitenlandse strijders in Syrië te arresteren, te ontwapenen, uit Syrische strijdkrachten te verwijderen of te repatriëren naar Nederland. Bovendien waarschuwde hij dat Nederlandse ISIS-vrouwen mogelijk toegang kunnen krijgen tot reisdocumenten en smokkelroutes naar Europa via Turkije of Libië, en dat zij hun kinderen kunnen radicaliseren en zich kunnen aansluiten bij ISIS-cellen.
Daarom zei hij dat Nederland kan samenwerken met Damascus en lokale Koerdische autoriteiten om massale ontsnappingen, zoals uit het Roj-kamp, te voorkomen, en buitenlandse vrouwen te berechten of in gecontroleerde kampen vast te houden. Ook zou Nederland Damascus onder druk kunnen zetten om geen reisdocumenten af te geven aan deze vrouwen.
Mensenrechtenschendingen tegen Koerden aangekaart
Peshmerge Morad, een Syrië-deskundige oorspronkelijk uit Afrin, richtte zich op mensenrechtenschendingen tegen de Koerden door Damascus.
“In januari 2026 leidde escalatie in de Koerdische wijken van Aleppo, in Al-Hasakah, in Raqqa en in Deir ez-Zor tot een nieuwe golf van crisis. Strijdkrachten van de Syrische Transitieregering lanceerden een volledige militaire aanval op Sheikh Maqsoud en Ashrafiyah in Aleppo, in directe schending van een wapenstilstandsakkoord, waardoor meer dan 170.000 mensen ontheemd raakten. Gezondheidsvoorzieningen werden geraakt, waterinfrastructuur werd beschadigd en scholen werden als opvang gebruikt.”
“Er zijn nog steeds 1.000 vermiste Koerdische burgers en strijders uit alleen al deze periode. Ik vraag u te onthouden wat ik u vertelde over mijn oom, want achter elk van deze namen zit een familie die op nieuws wacht.” “Ik ben publiekelijk kritisch geweest op HTS en op de regering van Ahmed al-Sharaa, vanwege hun geschiedenis, het ontbreken van echte inclusie en nepotisme in hun bestuur. Iedereen die zich heeft uitgesproken zoals ik, loopt echte risico’s als ze terugkeren. Ik kan mijn ouders niet zien. Ik kan nog niet naar huis,” gaf hij aan.
Oproep aan Nederland en de internationale gemeenschap
Morad waarschuwde de Nederlandse regering om niet te haastig te normaliseren met Damascus. “Syrië staat op een kruispunt. De internationale gemeenschap heeft nu aanzienlijke invloed. Gebruik die invloed om ervoor te zorgen dat wat volgt op Assad niet simpelweg een nieuw autoritarisme onder een andere naam wordt.”
“Nederland moet zijn stem in de EU en internationale fora gebruiken om te eisen dat alle buitenlandse militaire actoren, inclusief maar niet beperkt tot Turkse troepen in Noord-Syrië, zich terugtrekken uit Syrië,” zei hij ook. “Koppel diplomatieke normalisatie en financiële steun aan verifieerbare verplichtingen op het gebied van minderheden en mensenrechten. Geen decreten, maar bindende constitutionele garanties, met onafhankelijk toezicht en echte implementatiemechanismen.”

