Onrust in Suwayda en Latakia voedt zorgen bij Koerden in Rojava
Sectaire onrust slaat over naar Koerdisch noorden
De recente geweldsgolf in Syrië’s Druzenregio Suwayda en de overwegend Alawitische kustgebieden heeft geleid tot groeiende bezorgdheid onder Koerden in het noordoosten van Syrië (Rojava). Daar vreest men dat soortgelijke spanningen kunnen ontstaan als een akkoord uit maart tussen de Syrische regering en de Koerdische autoriteiten wordt doorgezet, waarbij civiele en militaire structuren van Rojava zouden worden geïntegreerd in de Syrische staat.
Op 13 juli braken hevige gevechten uit tussen Druzen en Bedoeïenen in Suwayda. Volgens VN-gezant Geir Pedersen begon het conflict met wederzijdse ontvoeringen, maar escaleerde het snel. Hij sprak van ernstige mensenrechtenschendingen door overheidsdiensten tegen de Druzenbevolking. De Syrische Observatorium voor de Mensenrechten (SOHR) meldde op 20 juli dat de onlusten aan zeker 1.120 mensen het leven hebben gekost, terwijl circa 175.000 mensen op de vlucht zijn geslagen.
Eerdere aanvallen in Alawitische regio’s
De escalatie volgt op eerder geweld in maart in de kustgebieden, waar Alawitische loyalisten van de voormalige president Bashar al-Assad in botsing kwamen met veiligheidsdiensten van de interim-regering. Ook daar vielen honderden doden, voornamelijk onder burgers. De incidenten tonen volgens Koerdische leiders aan hoe snel sektarisch geweld in Syrië kan oplaaien — een scenario waar zij zich grote zorgen over maken.
Koerdische leiders waarschuwen voor risico’s
Luqman Oso van de Koerdische Nationale Raad (ENKS) in Damascus sprak tegenover Rudaw van een “groot gevaar” dat boven de Koerden hangt. Volgens hem zijn het sektarische milities die het geweld aanwakkeren. Hij pleitte voor behoud van Koerdische militaire macht om de eigen bevolking te kunnen beschermen: “We hebben onze eigen strijdkrachten nodig om ons land en ons volk in Syrië te verdedigen.”
Eerder dit jaar sloten SDF-commandant Mazloum Abdi en de Syrische interim-president Ahmed al-Sharaa een akkoord om Rojava’s instellingen, waaronder de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), onder te brengen in de staatsstructuur van Damascus. Maar hoe dat er concreet uit moet zien, is onderwerp van discussie.
Geen ontwapening zonder garanties
Elham Ahmad van de Democratische Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië (DAANES) maakte recent duidelijk dat integratie niet betekent dat de SDF zomaar hun wapens inlevert. “Het gaat niet simpelweg om: ‘breng je strijders en geef ze over’,” aldus Ahmad. Ze benadrukte dat Damascus de wil van de bevolking van Rojava moet respecteren bij verdere gesprekken.
Shalal Gado, ENKS-lid in Erbil, sloot zich daarbij aan. Volgens hem staat ontwapening niet in het akkoord en blijft de vraag open of de SDF als collectief of als individuen geïntegreerd zou worden in het Syrische leger.
Bezorgde geluiden vanuit vluchtelingenkampen
Ook onder Koerdische vluchtelingen in Erbil leven zorgen. In het Qushtapa-kamp, ten zuiden van de stad, sprak Fathi Hussein zijn vrees uit: “Wat de Druzen en Alawieten overkwam, kan ons ook treffen — misschien nog erger.” Hij pleitte ervoor dat de SDF hun wapens behoudt zolang hun positie niet stevig is verankerd in een politiek akkoord.
Een andere vluchteling, Sulaiman Khalil, benadrukte dat ontwapening pas aan de orde kan zijn zodra een definitief akkoord tussen Damascus en Rojava is bereikt.
Dialoog blijft gaande ondanks spanningen
Ondanks de gespannen situatie bevestigde Mazloum Abdi deze week dat het overleg met Damascus voortduurt. Hij herhaalde zijn steun voor een verenigd Syrië met één leger en centrale instellingen in Damascus, mits via een politieke oplossing die de rechten van alle bevolkingsgroepen, inclusief de Koerden, waarborgt.
VN-gezant Pedersen erkende maandag dat er nog veel obstakels zijn in de uitvoering van het akkoord. Hij riep beide partijen op tot vertrouwen en samenwerking, met als doel volledige implementatie tegen het einde van het jaar. Voorbereidingen voor een topontmoeting in Parijs zijn inmiddels in gang gezet.

