>>> Koerden in Rojava. Foto: Getty Images

Onafhankelijk rapport toont aan: Koerden in Rojava worden systematisch onderdrukt

Een nieuw rapport van Syrians for Truth and Justice (STJ) beschrijft volgens de organisatie grootschalige en systematische schendingen van woon-, land- en eigendomsrechten van Koerdische inwoners in Afrin. De bevindingen roepen vragen op over de mate waarin Koerdische rechten in de praktijk daadwerkelijk worden beschermd.

Officiële beloftes uit Damascus
Op 14 januari 2026 zei de Syrische president Ahmed Sharaa in een tv-interview dat Koerdische rechten binnen het constitutionele kader van Syrië zijn gewaarborgd. Hij sprak over deelname van Koerden aan leger, veiligheid en parlement, en stelde dat rechten via wettelijke procedures moeten worden hersteld, inclusief kwesties rond ontheemding in de afgelopen veertien jaar.

Wat STJ onderzocht
Dertien dagen later, op 27 januari 2026, publiceerde STJ het rapport “How Do I Pay to Get Back My Home?” over Afrin. Het onderzoek is gebaseerd op 39 uitgebreide getuigenissen die tussen mei 2024 en juli 2025 zijn verzameld. STJ omschrijft Afrin daarbij als een Koerdisch-meerderheidsgebied dat momenteel onder het gezag van Damascus valt.

Sinds operatie ‘Olive Branch’
Volgens STJ zijn de gemelde schendingen in Afrin structureel doorgegaan sinds de Turkse militaire operatie “Olive Branch” in 2018. De organisatie stelt dat de getuigenissen betrekking hebben op minstens 53 woningen, en daarnaast ook op landbouwgrond, werktuigen en winkels.

Wie volgens het rapport betrokken zijn
STJ schrijft dat de schendingen zijn gepleegd door elementen, leiders of gelieerde burgers en families die verbonden zouden zijn aan negentien facties van het Syrische Nationale Leger. In het rapport worden onder meer Sultan Suleiman Shah Brigade (al-Amshat), Sultan Murad Division, Hamza Division, Ahrar al-Sharqiya en Ahrar al-Sham genoemd.

Patronen van onteigening en uitbuiting
De getuigenissen beschrijven vooral een patroon dat Koerdische eigenaren treft die na 2018 zijn ontheemd en niet veilig konden terugkeren. STJ noemt onder meer plundering van eigendommen, inbeslagname van huizen voor militair of residentieel gebruik, het omvormen van woningen tot hoofdkwartieren, en het onderbrengen van families van strijders of gelieerde burgers. Ook wordt gesproken over het exploiteren van geconfisqueerde winkels en het bewerken van landbouwgrond zonder toestemming, vergoeding of opbrengstdeling.

Intimidatie en detentie
Het rapport bevat ook meldingen van willekeurige arrestaties en detentie van eigenaren, waarbij sommigen volgens de getuigenissen zijn mishandeld. STJ stelt dat dergelijke praktijken zouden worden ingezet om eigenaren te dwingen hun bezit op te geven of om claims te ontmoedigen. Een getuige beschrijft dat er na het indienen van een klacht met arrestatie werd gedreigd, wat STJ koppelt aan zwakke klachtenmechanismen en beperkte controle op gewapende groepen.

‘Betalen om terug te krijgen’
Meerdere getuigenissen spreken over afpersing als voorwaarde om eigendom terug te krijgen. Eén eigenaar verklaart dat terugkeer uitblijft uit angst voor arrestatie en omdat er grote geldbedragen zouden worden geëist. Een andere getuigenis beschrijft bedreigingen tijdens een klachtenproces om claims op voertuigen en landbouwmateriaal in te trekken.

Integratie op papier, aanwezigheid in dorpen
STJ merkt op dat facties van het Syrische Nationale Leger formeel zouden zijn ontbonden en geïntegreerd in het ministerie van Defensie van de nieuwe Syrische regering, maar dat zij volgens het rapport in Afrin-dorpen aanwezig blijven. De organisatie stelt dat eigendomsschendingen daardoor zijn doorgegaan.

Botsing met Syrische wetgeving
Volgens STJ staan de gedocumenteerde gevallen op gespannen voet met Syrië’s constitutionele verklaring uit 2025, waarin bescherming van privé-eigendom wordt bevestigd en onteigening alleen onder voorwaarden is toegestaan. Het rapport verwijst daarnaast naar bepalingen uit het Syrische Burgerlijk Wetboek over exclusief eigendom en naar het Syrische Strafwetboek (1949) bij misdrijven zoals usurpatie, diefstal tijdens onrust, bedreiging, schending van huisvrede, willekeurige detentie en marteling. STJ wijst ook op een bepaling die marteling verbiedt en stelt dat zulke misdrijven niet verjaren.

Internationaalrechtelijke dimensie
STJ plaatst de beschreven schendingen ook in een internationaal kader en noemt onder meer mensenrechtenverdragen en regels van het humanitair oorlogsrecht. Daarbij wordt gewezen op het verbod op vernietiging of inbeslagname van eigendom zonder militaire noodzaak, inclusief meldingen over het ontwortelen van olijfbomen. Een boer verklaart dat rond de 300 bomen zouden zijn vernietigd.

Twee werkelijkheden naast elkaar
Waar officiële verklaringen spreken over constitutionele bescherming en participatie van Koerden, schetst het STJ-rapport een parallel beeld van onteigening, ontheemding en intimidatie in Afrin. Het resultaat is dat zowel beloften op papier als de vastgelegde getuigenissen naast elkaar blijven bestaan in het publieke dossier over Syrië en de positie van Koerden.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring