Mensenrechtenorganisatie: duizenden doden bij Iraanse protesten in januari

De organisatie publiceerde donderdag de namen van meer dan 4.200 mensen die volgens haar tijdens de protesten in januari omkwamen.
Iraanse veiligheidstroepen hebben volgens Iran Human Rights (IHR) alleen al op 8 en 9 januari minstens 3.356 demonstranten en omstanders gedood.
Dat aantal vertegenwoordigt volgens de in Oslo gevestigde organisatie 91 procent van alle gevallen waarbij zij een exacte sterfdatum kon vaststellen.
IHR publiceerde donderdag de namen van meer dan 4.200 mensen die volgens de organisatie tijdens de protesten in januari zijn omgekomen.
De organisatie waarschuwt dat het werkelijke aantal slachtoffers waarschijnlijk aanzienlijk hoger ligt.
Maandenlang gegevens verzameld
Volgens IHR werd de lijst samengesteld na maanden van onderzoek, waarbij verschillende bronnen met elkaar werden vergeleken en identiteiten van slachtoffers werden gecontroleerd.
Onder de geïdentificeerde slachtoffers bevinden zich minstens 420 vrouwen en 281 minderjarigen.
Van die kinderen waren er 25 jonger dan 14 jaar.
Het jongste gedocumenteerde slachtoffer was volgens de organisatie viereneenhalve maand oud.
Cijfers gelden als minimum
IHR benadrukt dat de aantallen alleen betrekking hebben op gevallen die de organisatie daadwerkelijk kon documenteren.
Onderzoek werd volgens de groep bemoeilijkt door internet- en communicatiestoringen, druk op families, beperkte toegang tot ziekenhuizen en forensische gegevens en het ontbreken van onafhankelijke onderzoeksruimte binnen Iran.
De organisatie zegt daarom dat de uiteindelijke dodentol hoger kan liggen.
Dodelijk geweld in bijna heel Iran
De gedocumenteerde sterfgevallen kwamen voor in 30 van de 31 Iraanse provincies.
Volgens IHR tonen getuigenverklaringen en dossiers terugkerende patronen van dodelijk geweld.
Daaronder vallen rechtstreeks schieten op groepen mensen, kogels gericht op vitale lichaamsdelen, sluipschuttersvuur en mensen die van achteren of tijdens hun vlucht werden beschoten.
De organisatie stelt daarnaast dat sommige slachtoffers niet deelnamen aan demonstraties.
Overheid noemt lager aantal
De Iraanse autoriteiten hebben zelf een totale dodentol van 3.117 genoemd.
IHR betwist dat cijfer.
Volgens de organisatie ontbreken in de officiële lijst minstens 27 sterfgevallen die door provinciale autoriteiten zijn gemeld en nog eens 20 gevallen die door Iraanse staatsmedia werden genoemd.
IHR-directeur Mahmood Amiry-Moghaddam stelt dat alleen een onafhankelijk onderzoek uiteindelijk duidelijkheid kan geven over de volledige omvang van het geweld.
Nieuwe aandacht vier jaar na Zhina Amini
Het rapport verschijnt rond de vierde herdenking van de dood van Zhina Amini.
Haar overlijden in Iraanse hechtenis in september 2022 leidde tot de landelijke protestbeweging onder de slogan ‘Jin, Jiyan, Azadî’.
Amnesty International meldde deze week dat tijdens de protesten van 2022 minstens 377 demonstranten en omstanders werden gedood, onder wie 56 kinderen.
De organisatie heeft daarnaast 87 functionarissen geïdentificeerd die volgens haar betrokken zouden zijn geweest bij de onderdrukking.
Executies en doodstraffen na protesten
Volgens IHR stopte de repressie niet na het geweld op straat in januari.
Gewonde demonstranten, medisch personeel en families van slachtoffers zouden daarna te maken hebben gekregen met druk en intimidatie.
De organisatie stelt dat minstens 29 mensen inmiddels zijn geëxecuteerd in verband met de protesten.
Daarnaast zouden 100 demonstranten ter dood zijn veroordeeld.
Andere organisatie komt op hogere cijfers
De in de Verenigde Staten gevestigde Human Rights Activists News Agency, HRANA, rapporteert een aanzienlijk hogere dodentol.
Volgens de meest recente cijfers van HRANA zijn 7.015 sterfgevallen bevestigd.
Daaronder bevinden zich volgens de organisatie 6.508 demonstranten, 226 minderjarigen, 214 leden van veiligheidsdiensten of regeringsgezinde groepen en 67 burgers die niet aan protesten deelnamen.
Nog eens 11.744 gemelde sterfgevallen worden door HRANA onderzocht.
De grote verschillen tussen de beschikbare cijfers onderstrepen dat de uiteindelijke omvang van het geweld nog altijd niet definitief is vastgesteld.