Foto: K24

Koerdische kunstenaar en Kurdistan TV oprichter Zuhair Abdoka (77) overleden

Zuhair Abdulmasih Ilya Abdoka is op 77-jarige leeftijd overleden in Eskilstuna (Zweden), na een langdurige ziekte. In een verklaring over zijn overlijden wordt hij neergezet als een figuur die in de Koerdische Regio zowel cultureel als politiek een herkenbare plek innam, mede doordat hij zijn kunst combineerde met inzet als Peshmerga tijdens de Grote Septemberrevolutie.

Bekende naam uit Ankawa
Abdoka werd breed geassocieerd met Ankawa, de historische christelijke wijk bij Erbil. Binnen de Chaldeeuwse gemeenschap én binnen het Koerdische culturele leven gold hij als iemand die zichtbaar bleef in meerdere werelden: de podiumkunsten, de media en de nationale strijd van zijn generatie.

Condoleance vanuit de Koerdische Regionale Regering
Zijn overlijden raakte ook de top van de Koerdische Regionale Regering, mede omdat hij familie is van minister van Transport en Communicatie Ano Abdulmasih Abdoka. Premier Masrour Barzani publiceerde op 21 december 2025 een condoleancebericht aan de minister, waarin hij de overledene omschreef als een toegewijde acteur en regisseur en verwees naar zijn bijdrage aan Koerdische cinema, drama en theater.

Jeugd tussen Alqosh en Erbil
Abdoka werd in 1948 geboren in Ankawa als oudste zoon van docent Abdulmasih Ilya Abdoka en Sara Toma Bahnan Ali Bag. Zijn basisschooltijd bracht hij door in Alqosh, waar zijn vader achttien jaar als leraar werkte. Daarna keerde hij terug naar Erbil om zijn middelbare opleiding af te ronden, voordat hij voor zijn kunstopleiding naar Bagdad vertrok.

Opleiding regie in Bagdad
In het academische jaar 1972–1973 behaalde hij een bachelor in Regie aan de Academie voor Schone Kunsten in Bagdad. Die opleiding vormde het startpunt van een loopbaan waarin hij optrad en regisseerde in meerdere talen: Syrisch, Koerdisch en Arabisch, verspreid over theater, televisie en film.

Politieke betrokkenheid en werk in de media
Parallel aan zijn artistieke opbouw raakte Abdoka actief in de politieke bewegingen van die periode. Hij sloot zich aan bij de Koerdische Studentenunie en de KDP, en werkte in Bagdad ook bij de krant Al-Ta’akhi. In de partijstructuur diende hij als assistent van de martelaar Dara Tawfiq, waarmee hij niet alleen artistiek maar ook organisatorisch onderdeel werd van het bredere Koerdische publieke leven.

Peshmerga tijdens de Septemberrevolutie
Uiteindelijk sloot hij zich aan bij de Grote Septemberrevolutie onder leiding van Mulla Mustafa Barzani. Bij een bombardement op het station Voice of Kurdistan-Iraq raakte hij gewond. In de verklaring over zijn leven staat dat hij vervolgens op aanwijzing van president Barzani naar Iran werd gestuurd voor behandeling, en dat hij na het Algiers Akkoord van 1975, net als vele anderen, te maken kreeg met ontheemding en ballingschap.

Eerste stappen op het toneel in Ankawa
Zijn eerste regiewerk in Ankawa dateert uit 1969, toen hij het toneelstuk The Bishop’s Candlesticks regisseerde, een bewerking die teruggrijpt op Victor Hugo’s Les Misérables. Dat vroege werk wordt genoemd als een startpunt van een lange reeks producties die vaak draaiden om menselijke worsteling, recht en waardigheid.

Werk in film, theater en televisie
In de filmwereld regisseerde en filmde hij Towards Freedom (Nahu al-Hurriya), dat in de verklaring wordt aangeduid als de eerste film die over de revolutie werd gemaakt, uitgevoerd in het Syrisch-Chaldeeuws. In Bagdad regisseerde hij op 1 februari 1971 de voorstelling Sibo in de Assyrische Culturele Club. Later volgden onder meer Son of the Soil (Ibn al-Turab) in het Syrisch-Chaldeeuws en Breakfast at Eight, dat in de jaren zeventig in Bagdad werd opgevoerd, naast A Month’s Salary in Ankawa in het Syrisch.

Producties voor Kirkuk Television en Koerdisch theater
Naast het podiumwerk bouwde hij een televisierepertoire op. Voor Kirkuk Television regisseerde hij in het Koerdisch, waaronder het bekende tv-stuk What Right Does Tapo Have?. Zijn werk omvatte daarnaast Koerdische theaterproducties zoals Light en Question, waarmee hij in verschillende culturele circuits tegelijk aanwezig bleef.

Mediaopbouw en erkenning in Erbil
Later werd Abdoka genoemd als een van de mede-oprichters van Kurdistan TV, waarmee hij ook bijdroeg aan de institutionele opbouw van Koerdische media. Op het eerste Internationale Filmfestival in Erbil ontving hij de prijs voor Beste Acteur voor zijn rol in Triangle of Death, een erkenning die zijn naam ook bij een nieuw publiek opnieuw op de kaart zette.

Jaren in Zweden en blijvende band met zijn taal
Ook na zijn verhuizing naar Zweden bleef hij artistiek actief. Daar presenteerde hij het toneelstuk Arkhal in het Syrisch-Chaldeeuws, waarmee hij zichtbaar bleef in de diaspora en zijn band met taal en gemeenschap bleef benadrukken.

Een lange lijst aan titels
Vanaf 1969 omvat zijn overzicht aan werken onder meer de operette Tara en toneelstukken als The Candles, The Cursed, The Last Door, Khola of Chakhmakh, The Homeless, The Withered Flower, Jiq u Niq en The Game of Love. Zijn filmlijst bevat onder andere Muhammad Messenger of Freedom, The Train, House on the Hill, Mr. Monster, Ms. Clawzer, The Unexpected Guest, Towards Salvation, Fit en Return. Daarnaast wordt hij genoemd als maker van de documentaire Epics of the Peshmerga en als betrokken bij theaterwerken als Dimdim Castle en Khan of the Gold Hand.

Familie en nabestaanden
Abdoka laat zijn echtgenote Faten Pauls Bithon (ingenieur) achter en hun drie kinderen Zheen, Darya en Dana, die in Zweden wonen. Ook worden in de verklaring zijn broers en zussen genoemd: Zuheira in Zweden; Jawhar en Fayza in Ankawa; Jawhara en Fayez in de Verenigde Staten; en Fayrouz in Australië.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring