Koerdische kolbar doodgeschoten door Iraanse grenswachten bij Baneh

Volgens het Kurdistan Human Rights Network is zijn lichaam nog altijd niet aan zijn familie overgedragen.
De Koerdische kolbar Mousa Zibapour is donderdag doodgeschoten door Iraanse grenswachten in het grensgebied bij Baneh in Rojhilat. Zijn lichaam is volgens het Kurdistan Human Rights Network (KHRN) nog niet overgedragen aan zijn familie.
Zibapour kwam uit Piranshahr en was vader van drie kinderen.
Doodgeschoten bij de grens
Volgens KHRN openden Iraanse grenswachten op donderdag 13 augustus rond het middaguur het vuur op Zibapour.
Hij bevond zich op dat moment in het grensgebied bij Baneh. Over de precieze omstandigheden rond de schietpartij zijn geen verdere details bekendgemaakt.
Zijn lichaam zou nog altijd niet aan zijn familie zijn teruggegeven.
Zeven kolbars gedood in veertig dagen
De dood van Zibapour staat niet op zichzelf. Volgens KHRN zijn in de afgelopen veertig dagen minstens zeven kolbars door Iraanse grenswachten doodgeschoten.
De incidenten vonden plaats in de grensgebieden rond Nowsud, Marivan, Baneh en Sarvabad.
Daarnaast raakten in dezelfde periode minstens drie andere kolbars gewond. Zij werden getroffen door landmijnen of militair vuur in het grensgebied van Hangeh-ye Zhal.
Kolbars verdienen hun inkomen door goederen te vervoeren door de bergachtige grensgebieden van Rojhilat. Het werk is gevaarlijk door het moeilijke terrein, landmijnen en het risico om onder vuur te worden genomen door grenswachten.