Koerden moeten wegblijven van andermans oorlog

Door: Hoofdredacteur

De gebeurtenissen in het Syrische Suweida waar de radicale soennitische groepering Hayat Tahrir al-Sham (HTS) in botsing is gekomen met de lokale Druzen, brengen de regio opnieuw aan het wankelen. Aan de oppervlakte lijkt het een lokale machtsstrijd, maar wie goed kijkt, ziet oude patronen terugkeren. De schaduw van Irak na 2003 is nooit ver weg: de sektarische slachting tussen sjiieten en soennieten, aangejaagd door wraak, macht en buitenlandse inmenging, vormde het begin van een periode van systematische onderdrukking van de Arabische soennitische bevolking. Het was een tragedie, waarin sjiitische milities met steun van Iran doelbewust de demografische en politieke balans wilden breken – met genocidale proporties tot gevolg.

Juist deze geschiedenis zou een helder waarschuwingssignaal moeten zijn voor de Koerden in Rojava. Want hoewel de conflicten in Syrië vaak aan de Koerdische deur voorbij lijken te gaan, is niets minder waar. De Koerden zijn geen buitenstaanders in dit conflict, maar evenmin een partij. En dat is precies hoe het zou moeten blijven.

De strijd tussen HTS en de Druzen is een interne Arabische aangelegenheid. Beiden zijn facties met eigen belangen, achtergronden en allianties, maar bovenal: met een geschiedenis van vijandigheid tegenover Koerdische aspiraties wanneer de gelegenheid zich aandient. Het zou een strategische vergissing zijn om te denken dat men blijvend voordeel kan behalen door partij te kiezen in een conflict dat niets met het Koerdische project te maken heeft. Vandaag vijanden, morgen bondgenoten en vaak ten koste van Koerden.

We moeten ons herinneren hoe na de val van Saddam Hussein sjiitische en soennitische partijen, ondanks jaren van bloedvergieten, hun krachten bundelden toen het Koerdische volk in Zuid-Koerdistan (Irak) zijn recht op zelfbeschikking nastreefde. Plotseling stonden rivalen zij aan zij om het Koerdische referendum in 2017 neer te slaan. Die realiteit maakt één ding duidelijk: wie op Koerden vertrouwt in tijden van crisis, zal ons in tijden van stabiliteit laten vallen – of erger.

De vijand van het Koerdische volk is niet altijd de partij die het luidst schreeuwt of wapens draagt. De ware tegenstander is het systeem dat onze rechten, onze taal, ons land en onze aspiraties stelselmatig ontkent of dat nu komt uit Damascus, Teheran, Ankara of elders. Wij kennen onze vijanden, al is hun gedaante soms wisselend. De toekomst zal dat steeds opnieuw bevestigen.

Daarom is terughoudendheid geen zwakte, maar wijsheid. Rojava heeft een revolutionair project opgebouwd in een zee van tegenstrijdige belangen, machtsspelletjes en imperialistische bemoeienis. Dat project moet beschermd worden. Dat kan alleen als we ons niet laten meeslepen in conflicten die ons niet toebehoren en waarvan de uitkomst ons zelden iets goeds brengt. De Koerden hebben geen bondgenoten behalve de bergen, zo luidt het gezegde. Maar tegenwoordig is strategisch inzicht wellicht onze hoogste berg. Laten we die beklimmen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring