KCK reageert op dood Sipan Hiznî en onrust in Kobanê

In een verklaring betuigde de organisatie haar medeleven aan de families en koppelde zij de gebeurtenissen aan het bredere proces van democratische integratie in Syrië.
De covoorzitters van de Uitvoerende Raad van de KCK hebben gereageerd op de dood van Sipan Hiznî in Hesekê en de brand in een gevangenis in Kobanê, waarbij negen mensen om het leven kwamen.
In een verklaring betuigde de organisatie haar medeleven aan de families van de slachtoffers en wenste zij de gewonden een spoedig herstel.
De KCK koppelde de recente gebeurtenissen aan de bredere politieke ontwikkelingen in Rojava en het proces van integratie tussen de autonome instellingen en de Syrische staat.
KCK wijst op visie van Öcalan
Volgens de verklaring riep Abdullah Öcalan na de gevechten van februari 2026 op om problemen vreedzaam op te lossen via wat hij omschrijft als democratische integratie.
De KCK stelt dat integratie volgens die visie alleen duurzaam kan zijn wanneer verschillende bevolkingsgroepen en identiteiten als gelijkwaardig en vrij worden erkend.
Volgens de organisatie gaat het daarbij niet uitsluitend om militaire of bestuurlijke integratie, maar ook om democratisering van de Syrische staat.
Zorgen over Koerdischtalig onderwijs
Een belangrijk deel van de verklaring gaat over onderwijs in het Koerdisch.
De KCK stelt dat de mogelijkheid om in de moedertaal onderwijs te volgen fundamenteel moet zijn en uit kritiek op pogingen om het Koerdischtalige onderwijs in Rojava te beperken.
Volgens de organisatie is in de afgelopen veertien jaar een onderwijssysteem in het Koerdisch opgebouwd.
De KCK beschouwt beperkingen daarop als een aanwijzing dat Damascus volgens haar onvoldoende bereid is om de Koerdische identiteit volledig te erkennen.
Dat is de politieke beoordeling van de KCK.
‘Moedertaal is rode lijn’
De organisatie verwees naar de protesten van Koerdische jongeren en studenten tegen beperkingen op het onderwijs in hun moedertaal.
Volgens de verklaring hebben zij duidelijk gemaakt dat Koerdischtalig onderwijs voor hen een grens vormt waar niet aan mag worden getornd.
De KCK stelt dat het argument dat dergelijk onderwijs tijdens de Baath-periode ook niet bestond geen rechtvaardiging kan zijn om bestaande rechten nu te beperken.
Kritiek op optreden in Kobanê
Ook het recente optreden van de Syrische autoriteiten in Kobanê werd scherp bekritiseerd.
Volgens de KCK begint democratische integratie met erkenning van lokaal bestuur en de politieke wil van de plaatselijke bevolking.
De organisatie stelt dat problemen die lokaal opgelost kunnen worden niet telkens moeten leiden tot de inzet van veiligheidstroepen uit Damascus of Aleppo.
De KCK ziet daarin een voortzetting van een sterk gecentraliseerde bestuurscultuur uit eerdere Syrische regeringsperiodes.
Steun vanuit andere delen van Koerdistan
Volgens de verklaring hebben de gebeurtenissen in Kobanê ook geleid tot reacties van Koerden buiten Rojava.
De KCK verwijst onder meer naar de DEM-partij, die het optreden in Kobanê volgens de organisatie heeft omschreven als een provocatie tegen het proces van democratische integratie.
De organisatie benadrukt dat de Koerdische bevolking in Syrië volgens haar steun ontvangt uit andere delen van Koerdistan en uit de diaspora.
Oproep tot democratische organisatie
De KCK stelt dat fundamentele rechten niet uitsluitend kunnen worden beschermd door te wachten op besluiten van overheden.
Volgens de organisatie moeten burgers hun democratische rechten actief gebruiken via vreedzame maatschappelijke en politieke organisatie.
De protesten van studenten voor Koerdischtalig onderwijs worden daarbij als voorbeeld genoemd.
De KCK roept op om lokale maatschappelijke organisaties verder uit te bouwen om de politieke strijd op democratische wijze voort te zetten.
Damascus moet volgens KCK koers aanpassen
De organisatie roept de Syrische overgangsregering op om maatregelen te vermijden die de spanningen verder vergroten.
Volgens de KCK kan de Koerdische bevolking juist bijdragen aan de democratisering en stabiliteit van Syrië.
De organisatie stelt dat de Syrische staat sterker en stabieler kan worden wanneer verschillende etnische en religieuze gemeenschappen ruimte krijgen om hun identiteit en lokale democratische structuren te behouden.
De verklaring plaatst de recente gebeurtenissen in Hesekê en Kobanê daarmee binnen het bredere debat over de toekomst van Koerdische rechten, lokaal bestuur en de integratie van Rojava in de nieuwe Syrische staatsstructuur.