Iran ziet defensiepact Saudi-Arabië, Turkije en Pakistan niet als bedreiging

Teheran roept buurlanden op om onderling meer samen te werken, maar waarschuwt tegelijkertijd dat hun grondgebied niet mag worden gebruikt voor aanvallen op Iran.
Iran beschouwt het nieuwe defensieakkoord tussen Saudi-Arabië, Turkije en Pakistan niet als een directe bedreiging. Volgens het Iraanse ministerie van Buitenlandse Zaken laat het akkoord juist zien dat landen in de regio steeds meer zoeken naar samenwerking zonder afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten.
Woordvoerder Esmaeil Baqaei zei maandag tijdens zijn wekelijkse persconferentie in Teheran dat volgens Iran steeds duidelijker wordt dat veiligheid niet via Washington kan worden gegarandeerd.
“Veiligheid bereiken via de Verenigde Staten is geen haalbare oplossing”, zei Baqaei.
Iran pleit voor regionale samenwerking
De uitspraken volgen op het onlangs gesloten Mecca Agreement tussen Saudi-Arabië, Turkije en Pakistan. Daarmee willen de drie landen hun samenwerking op defensiegebied versterken.
Iran reageert vooralsnog terughoudend op het pact. Baqaei presenteerde het akkoord vooral als een voorbeeld van landen die meer verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen regionale veiligheid.
Volgens hem moeten landen in het Midden-Oosten hun onderlinge relaties versterken, vertrouwen opbouwen en gezamenlijk werken aan veiligheidsafspraken zonder tussenkomst van buitenlandse machten.
Tegelijkertijd waarschuwde hij buurlanden dat hun grondgebied niet mag worden gebruikt voor aanvallen op Iran.
Teheran blijft zich verzetten tegen een grote militaire rol van de Verenigde Staten en andere buitenlandse machten in de regio. Volgens Baqaei beoordeelt Iran internationale afspraken uiteindelijk op basis van zijn eigen nationale belangen.
Straat van Hormuz blijft gesloten
Tijdens de persconferentie ging Baqaei ook in op de situatie rond de Straat van Hormuz.
Volgens hem hangt een heropening volledig af van de veiligheidssituatie en de voorwaarden die Iran stelt. Zolang de vijandelijkheden voortduren, wil Teheran niet toestaan dat de waterweg wordt gebruikt op een manier die volgens Iran militaire aanvallen mogelijk maakt.
“Het is vanzelfsprekend dat de Straat van Hormuz gesloten blijft om te voorkomen dat deze wordt gebruikt als platform voor aanvallen op Iran”, zei Baqaei.
Wanneer de scheepvaart weer volledig kan worden hervat, blijft daarmee onzeker.
De Straat van Hormuz behoort tot de belangrijkste zeeroutes voor de internationale olie- en gashandel. De verstoring van het scheepvaartverkeer heeft daardoor gevolgen voor zowel landen in de regio als de internationale energiemarkt.
Gesprekken met Oman gaan door
Iran voert ondertussen gesprekken met Oman over mogelijke afspraken voor het scheepvaartverkeer.
Volgens Baqaei wordt onder meer gesproken over het aanwijzen van specifieke corridors waar schepen gebruik van zouden kunnen maken. Hij omschreef de gesprekken als constructief, maar benadrukte dat nog geen definitief akkoord is bereikt.
Berichten dat Iran en Oman al onderhandelen over speciale belastingen of doorvaarttarieven werden door hem tegengesproken.
“Dat onderwerp is niet aan de orde gekomen”, zei Baqaei. Hij voegde eraan toe dat het vragen van vergoedingen voor bepaalde diensten aan schepen op zichzelf gebruikelijk is.
Iran koppelt een volledige heropening van de Straat van Hormuz voorlopig aan de bredere veiligheidssituatie. Tegelijkertijd probeert Teheran zich nadrukkelijk te presenteren als voorstander van regionale samenwerking waarbij landen in het Midden-Oosten hun veiligheidsvraagstukken zonder Amerikaanse tussenkomst oplossen.