IPU-rapport: Turkije derde slechtste land ter wereld voor veiligheid en rechten van politici
Een nieuw rapport van de Inter-Parlementaire Unie (IPU) plaatst Turkije op de derde plek wereldwijd als het gaat om geweld en mensenrechtenschendingen tegen parlementariërs. De organisatie wijst daarbij onder meer op schendingen van de vrijheid van mening en meningsuiting, en op procedures die volgens de IPU regelmatig niet aan basisnormen van zorgvuldigheid voldoen.
110 dossiers in één jaar, vooral oppositie en Koerdische politici
Volgens het rapport kregen in 2025 in totaal 110 parlementariërs in Turkije te maken met geweld of mensenrechtenschendingen. Daarmee staat Turkije na Jemen en Venezuela bovenaan de negatieve ranglijst. De IPU noemt in de documentatie de getroffen volksvertegenwoordigers: het gaat om oppositieleden, met opvallend veel Koerdische politici onder hen, een signaal dat Koerdische politieke vertegenwoordiging opnieuw onder stevige druk staat.
Welke schendingen het vaakst terugkomen
De IPU noemt als terugkerende patronen onder andere een gebrek aan ‘due process’ in zaken tegen parlementariërs en inperking van de vrijheid van mening en meningsuiting. Het rapport werd in New York toegelicht, op een moment dat in Turkije zelf opnieuw politieke spanningen zichtbaar waren door een incident tussen regerings- en oppositieleden rond een ministerbenoeming.
IPU: contact met Turkse autoriteiten, maar geen directe beschuldiging
IPU-functionaris Rogier Huizenga stelde dat de organisatie al langere tijd in gesprek is met parlementaire autoriteiten in Turkije en dat er “goede samenwerking” is in de zin dat er wordt gereageerd op de IPU-commissie die mensenrechtenzaken van parlementariërs behandelt. Tegelijk valt op dat de IPU in deze publicatie niet expliciet de Turkse regering als directe verantwoordelijke aanwijst voor de gemelde schendingen.
Waarom de IPU toch naar Istanbul gaat
Ondanks de stevige bevindingen staat de volgende IPU-bijeenkomst gepland in Istanbul in april. IPU-secretaris-generaal Martin Chungong verdedigde dat besluit met het argument dat Turkije een lidstaat is en dus bijeenkomsten mag hosten, en dat de IPU juist een platform wil bieden waar gevoelige onderwerpen bespreekbaar blijven, ook mensenrechten in Turkije. Volgens hem betekent een bijeenkomst in Istanbul niet dat parlementariërs zich daar niet vrij zouden kunnen uitspreken.

