Iedereen is welkom in Koerdistan: samen leven met respect voor alle geloven
In een regio waar religieuze spanningen vaak de voorpagina’s domineren, vormt Koerdistan een opmerkelijke uitzondering. Door de eeuwen heen hebben de Koerden zich onderscheiden door een opvallende mate van tolerantie ten aanzien van religieuze diversiteit. Van moslims tot christenen, van jezidi’s tot joden: binnen de Koerdische samenleving is het geloof niet alleen een privéaangelegenheid, maar een gedeeld cultureel weefsel. Die houding komt niet voort uit politieke correctheid, maar is diepgeworteld in de geschiedenis, identiteit en sociale structuren van het Koerdische volk.
Een historisch fundament van pluralisme
Religieuze co-existentie in Koerdistan is geen fenomeen van de laatste decennia. Reeds in het Ottomaanse tijdperk werden christelijke en joodse minderheden in Koerdische gebieden vaak beter behandeld dan elders in het rijk. Lokale Koerdische leiders, zoals prins Bedir Khan Beg in de 19e eeuw, stonden bekend om hun bescherming van christelijke bevolkingsgroepen. In de Syrisch-Koerdische stad Qamishli leefden decennialang Arameeërs, Assyriërs, Arabieren en Koerden vreedzaam samen. Hetzelfde gold voor steden als Zakho, Amedî en Sulaymaniyah, waar religieuze minderheden een integraal onderdeel vormden van het stedelijk leven.

Strijd tegen ISIS: bescherming van geloofsgenoten én andersgelovigen
De heroïsche en historische strijd van Koerdische strijdkrachten tegen ISIS onderstreept op exemplarische wijze de Koerdische toewijding aan religieuze bescherming. Toen de jezidi-gemeenschap op de berg Shingal werd omsingeld door ISIS-strijders, waren het de strijders van de PKK en YPG die de eerste humanitaire corridors openden om hen te evacueren. Tegelijkertijd speelde de Koerdische Regionale Regering (KRG) een cruciale rol in het opvangen van meer dan 200.000 christelijke vluchtelingen uit Mosul en de Ninivevlakte. In Erbil werden noodkerken geopend, voedselvoorzieningen op poten gezet en zelfs religieuze ceremonies voortgezet in de kampen. Deze inzet ging verder dan politiek of strategie; het kwam voort uit een diepgeworteld moreel besef.
Geloofsvrijheid in het hedendaagse Koerdistan
Binnen de Koerdische Autonome Regio in Irak is geloofsvrijheid verankerd in de grondwet. Christelijke feestdagen zoals Kerstmis en Pasen worden officieel erkend, en het parlement heeft christelijke, jezidische en islamitische vertegenwoordigers. In de stad Duhok staat een van de grootste christelijke seminaries in het Midden-Oosten, terwijl in Sulaymaniyah een synagoge op historische grond opnieuw is geopend voor symbolisch gebruik. In Rojava, het Koerdische zelfbestuur in Noordoost-Syrië, worden naast Koerdische moskeeën ook Assyrisch-christelijke kerken en Alevitische gemeenschapscentra actief beschermd.

De kracht van het Koerdisch sociaal weefsel
Deze tolerantie komt niet voort uit zwakte, maar uit kracht. In tegenstelling tot sommige naties die hun nationale identiteit bouwen op één dominante religie of etniciteit, is Koerdisch nationalisme in essentie cultureel en politiek, niet religieus. Dat betekent dat een Koerdische christen net zo goed deel kan uitmaken van de nationale strijd als een Koerdische moslim of jezidi. Deze gedeelde collectieve identiteit overstijgt de verschillen: een zeldzaamheid in het Midden-Oosten.
Een voorbeeld voor de gehele regio
Koerdistan wordt vandaag de dag bezocht door internationale delegaties van religieuze instellingen die met eigen ogen willen zien hoe deze vreedzame co-existentie functioneert. In een tijd van polarisatie, sektarisme en religieus extremisme vormt Koerdistan een levend bewijs dat diversiteit geen bedreiging vormt voor stabiliteit, maar er juist de voorwaarde voor is. De aanwezigheid van soennitische en sjiitische moslims, jezidi’s, christenen, sabelianen, zoroastriërs en atheïsten binnen één en dezelfde samenleving is geen last, het is een verrijking.

