IAEA kan locatie en toestand van Iraans hoogverrijkt uranium niet verifiëren

Volgens een nieuw vertrouwelijk rapport heeft het atoomagentschap al meer dan een jaar geen volledig overzicht meer van de Iraanse voorraden laag- en hoogverrijkt uranium op locaties die in juni 2025 door de Verenigde Staten en Israël werden aangevallen.
De Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) kan nog altijd niet vaststellen waar een belangrijk deel van het Iraanse verrijkte uranium zich bevindt en in welke toestand het verkeert.
Dat staat in een vertrouwelijk rapport van elf pagina’s dat donderdag naar de lidstaten van het agentschap werd gestuurd.
IAEA-directeur Rafael Grossi waarschuwt daarin dat het gebrek aan informatie en toegang tot nucleaire installaties inmiddels zorgen oproept over mogelijke proliferatie.
Inspecteurs nog niet terug op getroffen locaties
Volgens Grossi is er geen vooruitgang geboekt bij het herstellen van de controles op de Iraanse nucleaire voorraden.
Inspecteurs zijn nog altijd niet teruggekeerd naar verschillende nucleaire locaties die in juni 2025 door de Verenigde Staten en Israël werden aangevallen.
Daardoor heeft de IAEA al meer dan een jaar geen volledig overzicht meer van de eerder opgegeven voorraden laag- en hoogverrijkt uranium.
Grossi riep Iran op om inspecteurs zo snel mogelijk opnieuw toegang te geven.
Meer dan 440 kilo uranium tot 60 procent
Voor de aanvallen in juni 2025 schatte de IAEA dat Iran ongeveer 440,9 kilogram uranium bezat dat tot 60 procent was verrijkt.
Dat ligt aanzienlijk boven het verrijkingsniveau dat normaal voor civiele kernenergie wordt gebruikt en relatief dicht bij ongeveer 90 procent, het niveau dat doorgaans met kernwapens wordt geassocieerd.
Volgens de maatstaven van de IAEA zou deze hoeveelheid, wanneer verder verrijkt, theoretisch voldoende materiaal kunnen opleveren voor ongeveer tien kernwapens.
Dat betekent niet dat Iran daadwerkelijk tien kernwapens bezit of heeft geproduceerd.
Ook grote voorraad lager verrijkt uranium
Naast het uranium dat tot 60 procent was verrijkt, beschikte Iran over grotere hoeveelheden uranium met een lager verrijkingsniveau.
Volgens eerdere IAEA-cijfers ging het vóór de aanvallen om ongeveer 8.599,6 kilogram laagverrijkt uranium.
Hoeveel van deze voorraden na de aanvallen nog intact is, waar het materiaal zich bevindt en in welke staat het verkeert, blijft onduidelijk.
Aantal inspecties sterk afgenomen
Het aantal IAEA-inspecties in Iran daalde vorig jaar met meer dan de helft.
Teheran legde nieuwe beperkingen op na een twaalf dagen durend conflict waarbij Israël en de Verenigde Staten verschillende Iraanse nucleaire locaties aanvielen.
Volgens het nieuwe rapport zouden inspecteurs medio september wel toegang kunnen krijgen tot de kerncentrale van Bushehr.
Voor andere belangrijke installaties is nog geen duidelijke terugkeerregeling bereikt.
Nieuwe oorlog vergroot onzekerheid
De onzekerheid over het nucleaire programma is verder toegenomen sinds het uitbreken van de oorlog op 28 februari.
De Verenigde Staten en Israël begonnen toen een nieuwe militaire campagne tegen Iran.
Na maanden van gevechten en onderhandelingen bereikten Washington en Teheran in juni een voorlopig akkoord.
Dat moest onder meer de terugkeer van IAEA-inspecteurs mogelijk maken en nieuwe gesprekken over het Iraanse nucleaire programma openen.
Die afspraken hielden echter geen stand.
Washington blijft kernwapen als rode lijn zien
De Amerikaanse president Donald Trump blijft stellen dat militaire druk noodzakelijk is om te voorkomen dat Iran ooit een kernwapen ontwikkelt.
Teheran ontkent al jarenlang dat het naar kernwapens streeft.
De IAEA heeft echter nog altijd vragen over de reden waarom Iran uranium tot 60 procent heeft verrijkt.
De nieuwste bevindingen vergroten daarom opnieuw de druk op Teheran om inspecteurs toegang te geven.
Bestuursraad bespreekt mogelijke nieuwe resolutie
Het rapport verschijnt vlak voor een bijeenkomst van de Raad van Bestuur van de IAEA in Wenen.
Daar wordt naar verwachting gesproken over een nieuwe resolutie waarin Iran wordt bekritiseerd vanwege de beperkte samenwerking met het agentschap.
Grossi blijft ondertussen aandringen op hervatting van inspecties en een diplomatieke oplossing voor het conflict tussen Iran en de Verenigde Staten.