Het Turkije-PKK-vredesproces krijgt schot in de zaak, maar Ankara biedt nog te weinig garanties

De DEM-partij heeft een wetsvoorstel van twaalf artikelen ondertekend, waarmee de weg naar behandeling in het Turkse parlement wordt vrijgemaakt.
Het vredesproces tussen Turkije en de PKK lijkt een nieuwe fase te hebben bereikt. De DEM-partij heeft haar handtekening gezet onder een wetsvoorstel van twaalf artikelen. Ook de AK-partij, de MHP en verschillende andere partijen steunen het voorstel. Daarmee kan het binnenkort worden behandeld in het Turkse parlement.
Dat is zonder twijfel een belangrijke ontwikkeling. Na tientallen jaren van conflict, duizenden doden en grote maatschappelijke schade is iedere serieuze stap richting vrede welkom. Toch is voorzichtigheid nodig. Het wetsvoorstel biedt mogelijkheden voor uitstel van vervolging en gevangenisstraffen, maar het lost de belangrijkste politieke problemen achter het conflict niet op.
De kern van het voorstel draait vooral om ontwapening, overgave en tijdelijke juridische bescherming. De fundamentele rechten en zorgen van de Koerdische bevolking krijgen veel minder aandacht.
Geen echte amnestie
Een van de grootste problemen is dat het voorstel geen volledige amnestie biedt. Onderzoeken, rechtszaken en gevangenisstraffen worden voor vijf of tien jaar opgeschort.
Dat betekent dat zaken niet onmiddellijk worden gesloten. Ook worden veroordelingen niet direct ongedaan gemaakt. Betrokkenen blijven gedurende een lange periode afhankelijk van de Turkse autoriteiten.
Wanneer iemand tijdens die periode wordt beschuldigd van een nieuw strafbaar feit, kan dit gevolgen hebben voor de oude zaak. Dat is vooral zorgelijk omdat Turkije begrippen als “terroristische propaganda” en “hulp aan een terroristische organisatie” zeer ruim gebruikt.
Koerdische politici, journalisten, advocaten en activisten zijn in het verleden regelmatig op basis van zulke aanklachten vervolgd. Een vreedzame toespraak, een bericht op sociale media of deelname aan een demonstratie kan al tot een nieuw onderzoek leiden.
De voorgestelde regeling kan daardoor jarenlang als drukmiddel worden gebruikt.
Ankara houdt vrijwel alle controle
Ook de uitvoering van de wet roept vragen op. De belangrijkste beslissingen komen te liggen bij Turkse aanklagers, rechters, ministeries en veiligheidsinstellingen.
De toezichtsraad wordt geleid door de vicepresident. Daarnaast krijgen onder meer de ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken en Defensie een belangrijke rol. Ook de Turkse inlichtingendienst MIT en de Nationale Veiligheidsraad worden betrokken.
Dit zijn dezelfde staatsinstellingen die al jarenlang het Turkse veiligheidsbeleid tegenover de Koerdische beweging uitvoeren. Een onafhankelijke toezichthouder ontbreekt. Ook is er geen internationale partij die controleert of afspraken eerlijk worden nagekomen.
Dat zorgt voor een ongelijke situatie. De Turkse staat bepaalt wie voor de regeling in aanmerking komt, wanneer iemand aan de voorwaarden voldoet en wanneer juridische beperkingen worden opgeheven.
Een duurzaam vredesproces kan moeilijk volledig worden gecontroleerd door één van de partijen in het conflict.
Wel ontwapening, geen duidelijke politieke tegenprestaite
De Koerdische beweging krijgt duidelijke verplichtingen opgelegd. Personen moeten zich melden, hun wapens inleveren, zich laten registreren en binnen zes maanden een aanvraag indienen.
Daartegenover staan weinig harde verplichtingen voor de Turkse staat.
Het voorstel bevat geen duidelijke garantie dat Turkse militaire operaties worden beëindigd. Er staat ook niets concreets in over de vrijlating van politieke gevangenen, de positie van Abdullah Öcalan of de terugkeer van gekozen Koerdische burgemeesters.
Ook het systeem waarbij gekozen burgemeesters worden vervangen door door Ankara benoemde bestuurders wordt niet aangepakt.
Dat is een ernstige zwakte. Van de Koerdische beweging wordt verwacht dat zij een belangrijke machtspositie opgeeft. De Turkse staat doet daar vooralsnog geen vergelijkbare en onomkeerbare politieke concessies tegenover.
Het gevaar bestaat dat de PKK eerst ontwapent en Ankara daarna verklaart dat het probleem is opgelost.
Waar zijn de Koerdische rechten?
Het conflict tussen Turkije en de PKK is nooit uitsluitend een militair probleem geweest. Het gaat ook over de positie van de Koerden binnen Turkije.
Toch staat er in het wetsvoorstel vrijwel niets over de erkenning van de Koerdische identiteit. Ook onderwijs in de Koerdische taal, decentralisatie en meer bevoegdheden voor lokale besturen worden niet genoemd.
Daarnaast ontbreken concrete hervormingen op het gebied van vrijheid van meningsuiting, politieke vertegenwoordiging en de antiterrorismewetgeving.
Dit zijn geen kleine details. Het zijn juist de onderwerpen die al tientallen jaren centraal staan in de Koerdische kwestie.
Een gewapend conflict kan misschien worden beëindigd door wapens in te leveren. Een politiek conflict verdwijnt pas wanneer ook de oorzaken ervan worden aangepakt.
Zonder structurele hervormingen bestaat het risico dat de gewapende strijd eindigt, terwijl de onvrede onder de Koerdische bevolking blijft bestaan.
Geen verantwoordelijkheid voor staatsgeweld
Het wetsvoorstel richt zich vooral op misdrijven die zijn gepleegd door leden of vermeende aanhangers van de PKK. Over mogelijke misdrijven door de Turkse staat wordt nauwelijks gesproken.
In de afgelopen decennia zijn duizenden Koerdische dorpen ontruimd of verwoest. Burgers verdwenen, politieke activisten werden vermoord en grote groepen mensen werden gedwongen hun woongebied te verlaten.
Een serieus vredesproces moet ook ruimte bieden voor erkenning, waarheid en rechtvaardigheid.
Er is daarom behoefte aan onafhankelijk onderzoek naar verdwijningen, buitengerechtelijke executies, gedwongen verhuizingen en andere mensenrechtenschendingen. Slachtoffers en nabestaanden hebben recht op duidelijkheid en compensatie.
Wanneer uitsluitend de Koerdische beweging verantwoording moet afleggen, ontstaat geen verzoening. Dan ontstaat een regeling waarbij de sterkste partij haar eigen rol buiten beschouwing laat.
Onduidelijkheid over terugkeer en re-integratie
Het voorstel zegt daarnaast weinig over wat er na de ontwapening gebeurt.
Voormalige strijders en politieke ballingen hebben zekerheid nodig over hun veiligheid, werk, huisvesting en maatschappelijke terugkeer. Mensen die al jarenlang in Europa, de Koerdische regio van Irak of andere gebieden verblijven, moeten weten of zij veilig naar Turkije kunnen terugkeren.
Het is ook onduidelijk wat er gebeurt met arrestatiebevelen en uitleveringsverzoeken. Zonder heldere garanties kan niemand erop vertrouwen dat terugkeer niet alsnog leidt tot arrestatie of nieuwe vervolging.
Ontwapening zonder een goed re-integratieprogramma kan nieuwe sociale problemen veroorzaken. Mensen kunnen juridisch vrij zijn, maar maatschappelijk nergens terechtkunnen.
De taal van het proces blijft een probleem
De Turkse regering noemt het initiatief een proces voor een “terreurvrij Turkije”. Die term laat zien hoe Ankara nog altijd naar de kwestie kijkt.
Het conflict wordt opnieuw vooral gepresenteerd als een strijd tegen terrorisme. De politieke en maatschappelijke eisen van miljoenen Koerden verdwijnen daarmee naar de achtergrond.
Woorden zijn belangrijk tijdens een vredesproces. Een proces dat werkelijk gericht is op verzoening moet beide partijen erkennen en de onderliggende oorzaken van het conflict benoemen.
Wanneer de ene partij wordt gezien als de staat en de andere uitsluitend als een veiligheidsprobleem, ontbreekt de basis voor gelijkwaardige onderhandelingen.
Een gouden kans die niet verloren mag gaan
Het huidige wetsvoorstel kan voor veel gevangenen, verdachten en families een belangrijke verlichting betekenen. Het kan ook de eerste stap zijn naar het definitieve einde van het gewapende conflict.
Maar een eerste stap is nog geen eindoplossing.
Een duurzaam vredesproces vraagt om volledige juridische zekerheid, onafhankelijke controle en duidelijke politieke hervormingen. Ook moeten de Koerdische taal, identiteit en democratische rechten structureel worden beschermd.
De Turkse staat moet bovendien bereid zijn om zijn eigen rol in het conflict te onderzoeken. Zonder waarheid en verantwoordelijkheid kan er geen echte verzoening ontstaan.
Het vredesproces krijgt eindelijk schot in de zaak. Dat verdient steun. Maar de Koerdische beweging moet voorkomen dat zij ontwapening accepteert in ruil voor tijdelijke en terug te draaien toezeggingen.
Echte vrede betekent meer dan het verdwijnen van wapens. Het betekent dat Koerden niet langer als veiligheidsprobleem worden behandeld, maar als gelijkwaardige burgers met politieke, culturele en democratische rechten.
