Geen persvrijheid? Dan maar in Caïro.
Dit artikel is geschreven door: Lara Dartash
Het is 22 april 1898. Precies 128 jaar geleden. In het Ottomaanse Rijk is de sfeer verstikkend. Als je daar je mond opentrok over de Koerdische identiteit, kon je rekenen op een enkeltje richting de problemen. Maar Mikdad Midhad Bedir Khan was niet het type dat zich de mond liet snoeren.
Hij dacht: “Als het hier niet kan, dan doen we het elders.” Hij pakte zijn biezen en vertrok naar Caïro, Egypte. Daar, tussen de piramides en de drukte van de Nijl, drukte hij de eerste ‘Kurdistan‘. Wat begon als een gedurfde daad van verzet in ballingschap, groeide uit tot de geboorte van de Koerdische publieke opinie. Voor Koerdistan Vandaag is deze dag niet alleen een herinnering aan het verleden, maar een moreel kompas voor de toekomst.
Met de eerste uitgave van Kurdistan werd een stilte doorbroken die al eeuwen voelbaar was. Voor het eerst verscheen de Koerdische taal, vooral het Kurmanji, zichtbaar op papier en bereikbaar voor een breder publiek. Het ging niet alleen om nieuws. De krant werd tegelijk een plek om te leren, om ideeën te delen en om cultuur vast te leggen.
Mikdad Midhad Bedir Khan had een duidelijke bedoeling. Hij wilde dat Koerden sterker werden door kennis. In de eerste edities moedigde hij mensen aan om zich te ontwikkelen en te investeren in onderwijs. Hij begreep dat een volk dat zijn eigen taal niet leest of schrijft, sneller de grip op zijn identiteit verliest.
Hoewel de krant in Caïro werd gedrukt, vond ze toch haar weg naar Koerdistan. Via omwegen en in het geheim werd ze verspreid naar dorpen en steden. Voor veel mensen was het de eerste keer dat ze hun eigen taal zwart op wit zagen. Dat moment bracht herkenning, maar ook een nieuw besef van wie ze waren.

De prijs van de waarheid
De geschiedenis van Kurdistan is er een van constante beweging. De druk van het Ottomaanse Rijk op de autoriteiten in Caïro werd steeds groter, waardoor de redactie gedwongen werd om te vertrekken. De krant vond achtereenvolgens onderdak in Genève, Londen en Folkestone. Die reis door Europa laat iets zien dat dieper gaat dan alleen verplaatsing. Het laat zien dat een stem die onderdrukt wordt, altijd een nieuwe plek vindt om gehoord te worden.
Dat is precies wat deze geschiedenis zo krachtig maakt. Vroege Koerdische journalistiek was geen bijzaak of hobby, maar een manier om te overleven. Het ging om zichtbaar blijven, om blijven spreken, zelfs wanneer dat gevaarlijk was. De mensen achter de krant namen enorme risico’s. Ze zetten hun veiligheid, hun bezittingen en soms zelfs hun leven op het spel om hun waarheid te delen.

Een blik vooruit
Terwijl we stilstaan bij de stoffige drukpersen van 1898, kijken we ook vooruit. De middelen zijn veranderd. Van handpersen naar digitale platforms, maar de essentie blijft zeker gelijk. De pen is het krachtigste instrument voor vrijheid. Op deze Dag van de Koerdische Journalistiek eren wij alle schrijvers en denkers die de fakkel hebben overgenomen. Zolang er onrecht is, zal er een stem zijn die het benoemt. Zolang er een volk is, zal er een verhaal zijn dat verteld moet worden.

