Eerste groep Afrin-families keert terug, maar Koerden vrezen gebrek aan garanties

Een konvooi met 623 ontheemde families is dinsdag vanuit de Koerdische stad Kobane in het noorden van Syrië teruggekeerd naar Afrin. Hoewel de terugkeer officieel plaatsvindt in het kader van afspraken tussen de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) en de autoriteiten in Damascus, groeit onder Koerden de bezorgdheid over het ontbreken van concrete garanties voor hun veiligheid en rechten.
Volgens Mohammed Mohammed, bestuurder van het centrale district van Kobane, vertrokken de geregistreerde families dinsdagmorgen richting Afrin. Voor veel gezinnen betekent de terugkeer een nieuwe poging om een bestaan op te bouwen na jaren van oorlog, ontheemding en onzekerheid.
De families zijn de afgelopen jaren meerdere keren gevlucht. In 2018 werden duizenden Koerden verdreven uit Afrin tijdens een door Turkije gesteund offensief. Na de val van het regime van Bashar al-Assad in 2024 en de daaropvolgende machtsstrijd in Syrië sloegen velen opnieuw op de vlucht. Ook in januari van dit jaar werden Koerdische families opnieuw getroffen door hevige gevechten tussen het nieuwe Syrische leger en Koerdische troepen in Rojava.
Hoewel Damascus en de SDF eind januari een internationaal bemiddeld akkoord sloten, zeggen Koerdische bronnen dat veel beloften tot nu toe niet zijn nagekomen. Het akkoord voorzag onder meer in veilige terugkeer van ontheemden, bescherming van burgers en respect voor lokale Koerdische structuren. In de praktijk zouden Syrische regeringstroepen echter afspraken schenden en blijft een duidelijke garantie voor veiligheid uit.
Koerdische bewoners en bestuurders vrezen dat teruggekeerde families opnieuw gevaar lopen door de aanwezigheid van gewapende groepen, politieke spanningen en het ontbreken van stabiele veiligheidsstructuren in Afrin. Ook bestaan er zorgen over willekeurige arrestaties, intimidatie en veranderingen in de demografische samenstelling van de regio.
Bij het vertrek van het konvooi waren onder anderen Ilham Ahmad, medevoorzitter buitenlandse betrekkingen van de Democratische Autonome Administratie van Noord- en Oost-Syrië (DAANES), en Kobane-bestuurder Ibrahim Muslim aanwezig. Zij benadrukten volgens lokale media dat de terugkeer van burgers vrijwillig moet blijven en dat internationale garanties noodzakelijk zijn om nieuwe humanitaire drama’s te voorkomen.
Eerder keerden al meer dan 2.400 families vanuit Hasaka en Qamishli terug naar Afrin. Ondanks deze terugkeeroperaties blijft onder veel Koerden het wantrouwen richting Damascus groot. Volgens lokale waarnemers zijn politieke toezeggingen tot nu toe nauwelijks zichtbaar in de werkelijkheid op de grond.