Drie leden van Koerdische familie gedood door Iraanse veiligheidstroepen, PJAK spreekt van doelbewuste executie

PJAK spreekt van een doelbewuste aanval op burgers en beschuldigt de Iraanse autoriteiten ervan de nabestaanden onder druk te hebben gezet om het incident als een verkeersongeval voor te stellen.
Drie leden van een Koerdische familie uit Sine (Sanandaj) zijn om het leven gekomen nadat Iraanse veiligheidstroepen het vuur openden op hun auto op de weg tussen Baneh en Marivan, in de provincie Koerdistan.
Bij de schietpartij kwamen Mehdi Tavakkoli, directeur van het Koerdische Fotografenhuis, zijn zus Somayyeh Tavakkoli, psycholoog van beroep, en hun moeder Maryam Aslani ter plaatse om het leven.
Volgens het Kurdistan Human Rights Network (KHRN) reisde de familie op de avond van 26 juli in een Samand-personenauto toen eenheden van het Iraanse ministerie van Inlichtingen rechtstreeks op het voertuig schoten.
Familie onder druk gezet
Volgens bronnen werden nabestaanden na het incident opgeroepen door de Iraanse autoriteiten.
Zij zouden te horen hebben gekregen dat de lichamen alleen zouden worden vrijgegeven voor de begrafenis als de familie geen informatie over het incident naar buiten bracht. Daarnaast zouden de autoriteiten druk hebben uitgeoefend om publiekelijk te verklaren dat de drie slachtoffers waren omgekomen bij een verkeersongeval.
Staatsmedia spreken van aanval op PJAK
Iraanse staatsmedia meldden ondertussen dat vier leden van de Partij voor een Vrij Leven in Koerdistan (PJAK) waren gedood nadat grenswachten en veiligheidstroepen het vuur hadden geopend op een Samand-auto in het district Baneh.
PJAK weersprak deze lezing en stelde dat de slachtoffers burgers waren die doelbewust werden gedood.
PJAK spreekt van misdaad tegen de menselijkheid
In een verklaring veroordeelde PJAK de schietpartij als een doelbewuste slachting van burgers, een misdaad tegen de menselijkheid en een daad van terrorisme.
De organisatie betuigde haar medeleven aan de familie Tavakkoli en aan het Koerdische volk.
Volgens PJAK vond de aanval plaats kort nadat een nieuwe Iraanse wet was aangenomen die veiligheidstroepen volgens de organisatie ruimere bevoegdheden geeft om activisten en burgers als doelwit te nemen.
De beweging stelde dat deze wet aansluit bij een lange geschiedenis van repressie tegen de Koerdische bevolking en sprak van een voortzetting van het beleid dat sinds 1979 wordt gevoerd.
Oproep aan Iraanse politici
PJAK stelde verder dat de goedkeuring van de wet opnieuw aantoont dat het Iraanse parlement volgens de organisatie geen werkelijk democratisch gekozen volksvertegenwoordiging is.
De beweging riep parlementsleden die zich niet met dit beleid identificeren op om zich daarvan publiekelijk te distantiëren.
Internationale gemeenschap opgeroepen tot actie
Volgens PJAK vormt de dood van Mehdi Tavakkoli en zijn familie een gevaarlijk signaal voor zowel de bevolking van Koerdistan als de rest van Iran.
De organisatie omschreef de gebeurtenis als onderdeel van een nieuwe fase van onderdrukking en riep Koerdische en Iraanse politieke partijen op gezamenlijk stelling te nemen tegen de toenemende repressie, executies en het geweld van de Iraanse autoriteiten.
Daarnaast deed PJAK een oproep aan de internationale gemeenschap en mensenrechtenorganisaties om niet te zwijgen over het incident en de druk op Iran verder op te voeren.