>>> Don Ceder , tweede kamerlid voor de ChristenUnie

Don Ceder (CU): “EU normaliseert te snel met Damascus, Koerden in Rojava betalen de prijs en moeten beschermd worden”

Rojava staat opnieuw onder zware druk. Na aanvallen van Syrische regeringstroepen en de snelle opmars die daarop volgde, groeit de angst onder Koerden én andere minderheden dat het ‘nieuwe’ Syrië hen geen veiligheid biedt. Berichten over mensenrechtenschendingen, geweld tegen Alawieten en Druzen door aan de overheid gelieerde milities, en de vrees om onder het bewind van Al-Julani te moeten leven, zetten de regio verder op scherp.

Tegelijkertijd verslechtert de humanitaire situatie en blijft de kwestie rond (ontsnapte of vrijgelaten) IS-strijders en overvolle detentiecentra een tikkende tijdbom. In dat klimaat heeft ChristenUnie-Kamerlid Don Ceder een debat aangevraagd met de ministers van Buitenlandse Zaken en Justitie. In dit interview legt hij uit waarom hij juist nu ingrijpen eist: meer druk op Damascus, concrete humanitaire steun, en een duidelijke Europese koerswijziging zodat de Koerden in Rojava niet opnieuw alleen komen te staan.

Wat was voor u de directe aanleiding om het debat over Rojava aan te vragen, en waarom juist nu?
“We zien allemaal wat er met de Koerden gebeurt. Ze lijken volledig in de steek gelaten door het Westen. De directe aanleiding waren de aanvallen van het Syrische leger in Rojava en de grote opmars die het sindsdien maakt. Mij bereiken bovendien berichten over mensenrechtenschendingen, en ik begrijp de grote vrees onder Koerden in de regio om onder het bewind van al-Julani te moeten leven. Onder Alawieten en Druzen hebben al moordpartijen plaatsgevonden, ook door milities die gelieerd zijn aan regeringstroepen. Minderheden lijken in het ‘nieuwe’ Syrië niet veilig. En dat betekent dat we snel in debat moeten over hoe de steun richting de Koerden eruit moet komen te zien.”

Wat zijn volgens u de meest urgente ontwikkelingen ter plekke waar Nederland op moet reageren?
“Uiteraard moeten de aanvallen per direct stoppen. Daarnaast is er de humanitaire situatie: er moet een corridor komen waardoor voldoende eten en levensmiddelen de regio binnen kunnen komen. Tot slot moet er snel een oplossing komen voor de vrijgelaten IS-strijders en de gevangenissen waar nog velen worden vastgehouden. Dit is een tikkende tijdbom en het Westen lijkt weg te kijken.”

Welke drie concrete punten wilt u van de ministers van Buitenlandse Zaken en Justitie horen in dit debat?
“Ten eerste dat we ons niet naïef gedragen ten opzichte van Al-Julani. We hebben vorig jaar al gewaarschuwd dat we niet te snel betrekkingen moeten aanhalen. De foto van premier Schoof die Al-Julani de hand schudt — óók na de aanvallen op minderheden door milities — heeft veel losgemaakt. Vervolgens wil ik dat we een concrete bijdrage leveren aan een oplossing voor de IS-strijders daar. Te lang hebben we weggekeken. En tot slot moet de humanitaire hulp op orde komen. Nederland kan daar een rol in spelen.”

Welke acties verwacht u op korte termijn van Nederland (en eventueel via de EU)?
“Ik vind het onbestaanbaar dat de EU steeds verder gaat met het normaliseren van de banden met het Syrische regime. Het regime zegt te hechten aan een Syrië waarin minderheden worden beschermd en gelijke rechten hebben, maar in de praktijk zien we iets anders. Ik verwacht veel meer druk op het regime, bijvoorbeeld door het stopzetten van de normalisering én de financiële steun, en door duidelijk te maken dat er sancties volgen als het regime niet alle minderheden in het land beschermt.

Het is over het algemeen moeilijk om in de EU, en ook in het Nederlands parlement, meerderheden te vinden op deze onderwerpen. Men is voor bescherming en gelijke rechten van minderheden, maar vindt het ook ingewikkeld om daar consequenties aan te verbinden als die rechten niet worden gewaarborgd.

Er zijn nu voorstellen van ChristenUnie en SGP aangenomen die vragen om meer druk op het regime en een stop — al dan niet tijdelijk — van de betrekkingen als de mensenrechtenschendingen niet stoppen. Ook stelt een motie dat directe financiële steun aan het regime niet aan de orde kan zijn als het niet op zijn schreden terugkeert. Wat ons betreft krijgt dat standpunt bredere navolging in Europa.”

Welke rol en verantwoordelijkheid ziet u voor Nederland gezien eerdere betrokkenheid bij de strijd tegen ISIS?
“Al deze risico’s zijn groot. Allereerst gaat het om de veiligheid van de mensen in Rojava en de eerbiediging van hun mensenrechten. Tegelijk zien we dat IS-strijders zijn ontsnapt, die opnieuw een nationaal veiligheidsprobleem hier kunnen opleveren. Ik vind dat de minister plannen zou moeten maken voor het geval dit daadwerkelijk gebeurt. Maar het laat vooral zien: de EU heeft zijn verantwoordelijkheid richting de Koerden te lang verzaakt.”

Waar liggen volgens u de grootste risico’s: veiligheid, mensenrechten, of terugkeer van extremisme — en waarom?
“Al deze risico’s zijn natuurlijk groot. Allereerst gaat het om de veiligheid van de mensen in Rojava en de eerbiediging van hun mensenrechten. We zien echter ook dat IS-strijders zijn ontsnapt, die weer een nationaal veiligheidsprobleem hier kunnen opleveren. Ik vind dat de minister plannen zou moeten maken voor het geval dit daadwerkelijk gaat gebeuren. Maar het laat vooral zien: de EU heeft zijn verantwoordelijkheid richting de Koerden te lang verzaakt.”

Wat zou voor u een tastbaar ‘succes’ van dit debat zijn: welke toezeggingen moeten er komen?
“De toezegging dat Nederland binnen de Europese Unie de aanjager wil zijn voor aanpassing van het naïeve beleid. Na de aanvallen op Alawieten, Druzen, christenen en nu Koerden, moet de EU echt een andere houding aannemen ten opzichte van de regering in Damascus.”

Hoe gaat u ervoor zorgen dat Rojava na dit debat op de agenda blijft en niet wegzakt in de actualiteit?
“Ik blijf continu aandacht vragen voor de situatie. Ik heb al schriftelijke vragen gesteld, ik heb een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer aangevraagd en dus dit debat. Ook in het verleden vroeg ik herhaaldelijk op welke manier Nederland en de EU de Koerden ondersteunen en beschermen, en ik heb in het verleden delegaties uit Rojava ontvangen. Dat blijf ik doen — en daar kunnen de Koerden op rekenen.”

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring