🔺 Koerdische families op de vlucht uit de Koerdische wijken van Aleppo

De prijs van verdeeldheid binnen de Koerdische diaspora in tijden van crisis

Door de hoofdredacteur

De verwoesting van de Koerdische wijken Shex Maqsood en Ashrafiya in Aleppo is niet alleen een tragedie van oorlog, maar ook een onthullend moment van moreel falen, niet uitsluitend van staten en internationale machten, maar ook van de Koerdische gemeenschap zelf, met name in Nederland.

Terwijl burgers onder vuur lagen, ziekenhuizen werden geraakt en hele wijken met grof geweld werden ingenomen door het Syrische Arabische Leger, bleef de Koerdische diaspora in Nederland grotendeels zwijgen. En dat zwijgen was geen toeval, geen onmacht en geen gebrek aan informatie. Het was een keuze.

Nederland huisvest een van de grootste Koerdische gemeenschappen in Europa. Vrij, veilig en goed georganiseerd. Er zijn talloze Koerdische verenigingen, platforms, culturele centra en politieke organisaties die zich profileren als vertegenwoordigers van het Koerdische volk. Maar op het moment dat datzelfde volk werd aangevallen, bleek die vertegenwoordiging grotendeels leeg.

Wat resteerde, was symbolische betrokkenheid op sociale media: het gedachteloos delen van berichten, het reposten van afbeeldingen, vaak zonder één eigen zin, zonder context, zonder duidelijke veroordeling. Activisme werd teruggebracht tot een algoritmische handeling. Een klik in plaats van een standpunt. Een gedeeld beeld in plaats van een duidelijke stem. Dit is geen solidariteit, dit is moreel gemak.

Nog zorgwekkender is de houding van Koerdische organisaties in Nederland. In plaats van gezamenlijk op te treden, verkozen zij stilte of interne afzijdigheid. Oude rivaliteiten, politieke fragmentatie en organisatorische zelfbescherming bleken opnieuw sterker dan de urgentie van burgers die onder vuur lagen. Het onvermogen of de onwil om samen te werken in een situatie van acute nood is niet slechts teleurstellend, maar beschamend.

Men kan niet jarenlang spreken over nationale eenheid, collectieve rechten en internationale solidariteit, om vervolgens weg te kijken wanneer die waarden in de praktijk op de proef worden gesteld. Vertegenwoordiging is geen titel, geen subsidie en geen podium. Het is handelen wanneer zwijgen comfortabeler is en precies dát is niet gebeurd.

De ironie is pijnlijk: Koerden in Nederland beschikken over alles wat Koerden in Syrië niet hebben veiligheid, vrijheid van meningsuiting, toegang tot media en politiek. En toch werd van die vrijheid nauwelijks gebruikgemaakt. Niet omdat het onmogelijk was, maar omdat het ongemakkelijk was. Omdat het moeite kostte. Omdat men liever geen risico nam, geen positie innam, geen verantwoordelijkheid droeg.

Dat westerse regeringen zwijgen, past in een patroon van geopolitieke belangen en cynische diplomatie. Maar de Koerdische gemeenschap in Nederland kan zich niet achter dat patroon verschuilen. Wie vrijheid bezit maar haar niet gebruikt, draagt medeverantwoordelijkheid voor de stilte die onrecht mogelijk maakt.

De harde waarheid is deze: de Koerdische diaspora in Nederland heeft zich op een cruciaal moment teruggetrokken in comfort, verdeeldheid en symboliek. Dat is niet de houding van een gemeenschap die zegt te strijden voor rechtvaardigheid en bescherming van haar volk. Dat is de houding van een gemeenschap die haar eigen morele lat te laag heeft gelegd.

Zonder zelfkritiek, zonder een fundamentele herbezinning op rol, verantwoordelijkheid en samenwerking, blijven Koerdische organisaties lege structuren en blijft solidariteit een hol woord. En een volk dat zelfs vanuit vrijheid niet spreekt, loopt het risico zijn stem definitief te verliezen.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring