De oprichting van de HDP in Bakur: van 2012 tot vandaag

Op 15 oktober is het dertien jaar geleden dat in Bakur (Noord-Koerdistan) een nieuwe politieke koepel het licht zag: de Halkların Demokratik Partisi, de HDP. We vieren dat moment omdat de HDP een doorbraak forceerde in een vastgelopen speelveld. De partij verbond Koerden met feministen, arbeidersbewegingen, milieubewegingen en minderheden, stak de 10-procentsdrempel in Ankara over en gaf miljoenen mensen in Bakur een parlementaire stem. Deze verjaardag is geen ritueel; het is een herinnering aan het feit dat de Koerdische zaak óók via stembussen, gemeentekantoren en parlementaire ondervragingen wordt gedragen. Dat is waarom we in heel Koerdistan en daarbuiten de oprichting blijven markeren.

Het ontstaan van de HDP
De HDP ontstond als politieke tak van het in 2011 gevormde HDK, het Volksdemocratisch Congres: een netwerk van linkse partijen, vakbonden en maatschappelijke organisaties. Op 15 oktober 2012 werd de partij officieel aangemeld; de eerste co-voorzitters waren Yavuz Önen, een mensenrechtenpionier en oud-voorzitter van de Turkse Mensenrechtenstichting, en Prof. Dr. Fatma Gök, pedagoog aan de Boğaziçi-universiteit. Een jaar later, op het eerste buitengewone congres (27 oktober 2013), werd het duo Ertuğrul Kürkçü en Sebahat Tuncel tot co-voorzitters verkozen. Die keuze tekende de koers: een brede, pluralistische partij die Bakur verbindt met de Turkse linkerzijde en sociale bewegingen elders in het land.

Waarom die oprichting nodig was, begrijpt wie de grenzen van de oude route kende. Jarenlang probeerden Koerdische partijen via onafhankelijke kandidaten de ondemocratisch hoge kiesdrempel te omzeilen. De HDP bood een alternatief: als koepel kon zij de drempel frontaal aanvallen, terwijl ze tegelijk een “Turkiyelileşme”-agenda neerzette die minderheden, vrouwen en arbeiders expliciet in één politiek project bracht. In 2014 werd het oude BDP naar het lokale niveau heringericht als DBP, terwijl de HDP zich als nationale partij positioneerde en in de grote steden van West-Turkije campagne voerde. In Bakur werd bovendien een co-burgemeester-praktijk en een strikte genderquota-cultuur verankerd, zodat vrouwen niet enkel op lijsten, maar ook in het bestuur zichtbaar werden.

Het grote keerpunt kwam in juni 2015. Met 13,1 procent en 80 zetels doorbrak de HDP de drempel en ontnam zij de machtspartij in Ankara haar absolute meerderheid. Die doorbraak was méér dan een verkiezingsfeit: voor miljoenen Koerden in Bakur bevestigde het dat stemmen zin had en dat een parlementaire stem de nationale agenda kan verschuiven. De euforie hield echter kort stand. Na het mislukken van het vredesproces in de zomer van 2015 volgden nieuwe verkiezingen, straatgeweld en een harde veiligheidslogica. In november 2016 werden de toenmalige HDP-co-voorzitters Selahattin Demirtaş en Figen Yüksekdağ midden in de nacht opgepakt; in 2024 kregen zij in de zogeheten Kobanî-zaak lange gevangenisstraffen, ondanks scherpe kritiek van mensenrechtenorganisaties en uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Turkse verkiezingen van 2015, HDP in het paars gekleurd

Tegelijkertijd verschoof de strijd naar het lokale niveau. In de gemeenteraadsverkiezingen van 2019 wonnen HDP/DBP-lijsten tientallen gemeenten in Bakur, vaak met co-burgemeesters en pariteit in de fracties. De overheid zette echter op grote schaal trustees (kayyum) aan het roer in plaats van gekozen burgemeesters, waardoor honderdduizenden kiezers in Bakur hun verkozen bestuur kwijt raakten. Die praktijk zette zich na 2019 door en keerde ook rond de lokale verkiezingen van 2024 terug, toen de opvolger van de HDP – inmiddels organiserend onder de paraplu van de Groene Linkse Partij (YSP) en daarna als HEDEP/DEM – grote overwinningen boekte in het zuidoosten, maar met nieuwe ingrepen en arrestaties werd geconfronteerd. In Van bijvoorbeeld moest de verkiezingsautoriteit na massale protesten de gekozen DEM-burgemeester alsnog installeren; elders bleven aanstellingen en juridische procedures de lokale wil van kiezers doorkruisen.

Wie de oprichters waren, zegt veel over de bedoeling. Yavuz Önen bracht de taal van rechten en rechtsstaat mee uit de mensenrechtenbeweging; Fatma Gök stond voor onderwijs, academische vrijheid en vrouwenrechten; Ertuğrul Kürkçü kwam uit de socialistische traditie en verbond de partij met de bredere linkse geschiedenis in Turkije; Sebahat Tuncel was al jaren een prominente Koerdische politica en vrouwenorganisator. Samen gaven zij de HDP een structuur met co-voorzitterschap, quota en een “beweging-in-partij”-cultuur, ontleend aan het HDK. Die mix hielp om in Bakur draagvlak te borgen en tegelijk in de metropolen een positieve agenda te presenteren.

Wat bereikte de HDP in dertien jaar? Allereerst normaliseerde de partij een inclusieve, seculier-linkse, maar vooral pluralistische oppositie waarin Koerden niet geïsoleerd staan, maar samen optrekken met Armeniërs, Assyriërs, alevieten, jezidi’s, vakbonden en klimaatbewegingen. Kandidatenlijsten met zichtbare minderheden en een opvallend hoge vertegenwoordiging van vrouwen trokken in 2015 en daarna de aandacht tot ver buiten Bakur. Ten tweede professionaliseerde de partij lokaal bestuur: co-burgemeesters, vrouwenhuizen, meertalige dienstverlening en participatie-raden waren in veel gemeenten geen slogan maar praktijk. Ten derde bracht de HDP het vredesdiscours in het hart van de nationale politiek en gebruikte ze haar parlementaire positie om de mensenrechtensituatie in Bakur en elders op de agenda te houden, ook toen de repressie toenam.

De weg vanaf 2016 was zwaar. Tienduizenden arrestaties van gekozenen, bestuurders en leden, massale ontslagen bij gemeenten en een stapeling van processen maakten dagelijkse politiek in Bakur vaak tot een mijnenveld. Tegelijkertijd bleef de partij verkiezingen winnen waar dat kon, en zocht zij strategische allianties die elders in het land autoritaire tendensen konden keren, zoals de oppositiesamenwerking in de grote steden in 2019 en de steun aan de oppositiekandidaat in 2023. Onder de dreiging van een partijverbod besloot de beweging in 2023 uit tactiek onder de naam van de Groene Linkse Partij (YSP) te kandideren en kort daarop als HEDEP/DEM verder te gaan. De HDP als juridische entiteit bleef verwikkeld in een sluitingszaak bij het Constitutionele Hof. Inhoudelijk veranderde er weinig: dezelfde kiezers, dezelfde organisatiecultuur, dezelfde inzet op een politieke oplossing en lokale democratie.

Uit dreiging van verbod besloot de HDP zich om te zetten naar de DEM-partij

Wat betekent dit alles voor de toekomst? Drie lijnen zijn duidelijk. Eén: de electorale worteling in Bakur is stevig. Zelfs onder druk blijven Koerdische kiezers in grote getale stemmen voor lijsten uit dezelfde traditie als de HDP, wat in 2024 opnieuw bleek. Twee: lokaal bestuur blijft een kernfront. Zolang trustees gekozen burgemeesters kunnen vervangen, zal het herstel van lokale democratie een toetssteen blijven voor elke toenadering tussen Ankara en Bakur. Drie: de brede, intersectionele koers – rechten voor minderheden, moedertaal, sociale rechtvaardigheid en gendergelijkheid – blijft het onderscheidende profiel waarmee de beweging ook buiten Bakur verbinding zoekt. Dat is de les van 2015, maar ook van dertien jaar HDP: wanneer je de drempel van uitsluiting politiek doorbreekt, verandert niet alleen de uitslag, maar ook het gesprek.

We blijven de HDP steunen omdat ze concreet maakt waar Koerdische politiek in Bakur al decennia naar zoekt: vertegenwoordiging die niet ophoudt bij etnische grenzen, bestuur dat vrouwen en minderheden op gelijke voet binnenhaalt, en een consequente inzet op democratische middelen – ook als de prijs hoog is. Dertien jaar na de oprichting is de naam op het stembiljet soms anders, maar de kern is dezelfde: Bakur wil gehoord, gekozen en bestuurd worden. Dat is precies wat op 15 oktober wordt gevierd.

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u ons gebruik van cookies.  Cookieverklaring