Hewlêr36°Amed33°Silêmanî32°Qamişlo35°Sine29°Dihok35°Wan22°Mehabad27°Kobanî34°Hewlêr36°Amed33°Silêmanî32°Qamişlo35°Sine29°Dihok35°Wan22°Mehabad27°Kobanî34°
Laatste

De Dag dat de Koerden Opstonden: De Opstand van Sheikh Mahmud Barzanji

25 mei 2026 Lara Dartash 4 min lezen

>>> Onder leiding van Sheikh Mahmud Barzanji kwamen Koerdische strijders in verzet tegen de Britse bezettingsmacht.

SULAYMANIYAH – Op 23 mei 1919 sloeg de vlam in de pan in Zuid-Koerdistan, gelegen in het huidige noorden van Irak.  Onder leiding van Sheikh Mahmud Barzanji, een Koerdische politieke leider, begon in de stad Sulaymaniyah een gewapende opstand tegen de Britse bezettingsmacht in de regio. De opstand vormde een belangrijk moment in de strijd voor Koerdische autonomie. Het groeide uit tot een van de eerste grootschalige, nationalistische Koerdische onafhankelijkheidsstrijden van de twintigste eeuw.

Wie was Sheikh Mahmud Barzanji?
Sheikh Mahmud Barzanji was een invloedrijke Koerdische leider en religieus leider uit de regio Sulaymaniyah. Hij behoorde tot een prominente soefidynastie, beter bekend als de Qadiriyya-orde.  Na de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk aan het einde van de Eerste Wereldoorlog zochten de Britten, die het gebied (het voormalige Mosul-vilajet) bezetten, een manier om steeds meer controle over Mesopotamië, waaronder de Koerdische gebieden te bemachtigen. Daardoor stelden de Britten Barzanji eind 1918 als hukumdar (gouverneur), wetend van zijn enorme religieuze en tribale autoriteit.

Barzanji was echter geen man die zich als een koloniale pop aan een touwtje liet sturen. Sheikh Mahmud droomde van een onafhankelijke Koerdische staat en gebruikte zijn positie en de Britse subsidies, om allianties te smeden met verschillende Koerdische stammen.

Sheikh Mahmud Barzanji (1878–1956)

De oorzaken van het conflict
De opstand ontstond doordat Sheikh Mahmud en veel Koerden ontevreden waren over de Britse invloed. De Britten hadden de Koerden zelfbeschikking beloofd in ruil voor steun tegen de Ottomanen, maar het werd steeds duidelijker dat Londen het olierijke Koerdisch gebied onder direct eigen mandaat wilde houden. De Britten namen belangrijke politieke beslissingen zonder rekening te houden met de wensen van de Koerdische bevolking. Hierdoor groeide het verzet. Daarnaast beseften de Koerdische bevolking dat de Britten hen wilden opgaan in een nieuwe Arabische staat, wat de angst aanjoeg voor een permanente uitwissing van hun eigen identiteit. Juist deze weigering om door Londen aan het bestuur in Bagdad te worden uitgeleverd, dwong de Koerdische stammen en Sheikh Mahmud tot een massale gewapende opstand tegen de Britse bezetter.

Het verloop: Van Suleimani tot de Bazyan-pas
’s Ochtends vroeg op 23 mei 1919 begon de opstand. Barzanji verzamelde honderden strijders, omsingelde de Britse hoofdkwartieren in Sulaymaniyah, arresteerde de Britse politieke en militaire functionarissen en nam de schatkist in beslag. Hij hees een groene vlag met een rode halve maan en riep zichzelf uit tot “Heerser van heel Koerdistan”. Om een breder draagvlak te creëren onder de bevolking, riep hij een heilige strijd (jihad) uit tegen de Britse bezetter. Het succes verspreidde zich snel. Koerdische stammen aan weerszijden van de Iraans-Iraakse grens sloten zich bij hem aan. Zelfs de toen nog zestienjarige, Mustafa Barzani trok met strijders uit zijn regio naar het zuiden om Barzanji te ondersteunen.

Kort na de uitbraak probeerden de Britse troepen vanuit Kirkuk op te rukken naar Sulaymaniyah. Eind mei en begin juni 1919 bij de Tasluja-pas zaten de Koerden hen op te wachten en vielen hen aan. De Britse pantservoertuigen en cavalerie werden zwaar verslagen.

Dit succes maakte Barzanji erg populair. De opstand dreigde zich uit te breiden naar omliggende steden, zoals Kirkuk en Erbil. De Britse reactie was snel en krachtig.Op 18 juni 1919 vond de beslissende confrontatie plaats bij de strategische Bazyan-pas (nabij het huidige Barda Qaraman). De Britten omsingelden in de vroege ochtend de Koerdische stellingen in de bergen en openden een zwaar artillerievuur. Met militaire versterkingen en moderne wapens sloegen zij de opstand neer. Sheikh Mahmud werd gevangengenomen en  uiteindelijk verbannen naar India. Op 28 juni bezetten de Britten Halabja, waarmee de eerste opstand definitief was neergeslagen. Daarmee leek het verzet tijdelijk beëindigd.

Het historische slagveld bij Barda Qaraman zoals het er tegenwoordig bij ligt (2026).

Gevolgen voor Koerdistan en Groot-Britannië
De militaire nederlaag van 1919 markeerde geen einde, maar het officiële openingshoofdstuk van het moderne Koerdisch-Iraakse conflict, waarbij traditionele tribale onvrede transformeerde in een politiek streven naar zelfbeschikking.

Hoewel Sheikh Mahmud Barzanji door een Britse militaire rechtbank ter dood werd veroordeeld, zetten de Britten zijn straf om in een ballingschap naar India, om hem in 1922 vanwege hernieuwde Turkse dreigingen en instabiliteit noodgedwongen weer terug te halen. Hij keerde prompt terug naar het verzet, riep het ‘Koninkrijk Koerdistan’ uit en kroonde zichzelf ditmaal tot koning.

Ondanks dit aanhoudende verzet besloot de Volkenbond in 1926 om het olierijke Mosul-vilajet definitief toe te wijzen aan het nieuw gecreëerde Koninkrijk Irak. De beloofde culturele en administratieve rechten voor de Koerden werden in de decennia daarna herhaaldelijk geschonden, wat de toon zette voor een bittere en langdurige relatie met het centrale gezag in Bagdad. De opstand van Sheikh Mahmud Barzanji wordt nog altijd gezien als een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van de Koerdische nationale beweging.

Sheikh Mahmud Barzanji